Homepage

Namibië - Kaokoland
Tekst en foto's: Maud Koenders
Reistijd: september 2006

     

 

 

 

Caprivistrip

Kaokoland

Damaraland

Etosha

Windhoek

         

 

Start Namibia    terug naar Botswana

 


Dinsdag 19 september 2006
 

Na vertrek van de Sachsenheim Guest Farm passeren we al snel weer het cattlefence. We komen nu in Owamboland. Dit is weer een heel ander gebied dan de Kavango. Het is hier ook heel druk maar weer op een andere manier. Heel vaak passeren
we een bordje dat zegt dat we maar 60km per uur mogen rijden.
Daar is dan een soort van "winkelcentrumpje" langs de kant van de weg. Er staan dan een aantal rechthoekige gebouwtjes met een deur erin. Een enkele heeft ook nog een raam. Allen zijn fel gekleurd en men houdt een wedstrijdje om de gekste namen te verzinnen: The Good Life Bar, The Barber Shop And Many More Stuff, Rooms For Day And Night, The No.3 Bar (andere nummers zijn er niet).
Qua landschap is het een soort wetlandgebied. De bush en de savanne zijn helemaal verdwenen.
Over het algemeen is het een vlak landschap, zover als je kunt kijken, met kort goudgeel gras. Met grote regelmaat zien we meertjes, sommige zijn opgedroogd, maar veel bevatten nog
steeds water.
We zien daar dan ook veel ezels en koeien die komen drinken.
Langs de weg staan veel enorm grote ronde rieten manden met een deksel. Het lijken wel enorme ballen van anderhalve meter doorsnede.


Rieten voorraadmanden ? We weten het niet...

We hebben geen idee waar het voor is. Zijn het voorraadmanden? Zitten er spullen in die ze verkopen of zijn de manden zelf te koop? In het noorden liggen Oshakati en Ondangwa. Dit zijn echte steden. Het is er enorm druk met auto's, het lijkt Nederland
wel. Zelfs Windhoek lijkt niet zo druk te zijn.
Na Oshakati volgen we de C41 die volgens de kaart uiteindelijk naar Opuwo zou moeten leiden. Na Okahao zou de C41 een gravelweg moeten worden met een geasfalteerde afslag naar Tsandi. Maar de weg tussen Okahao en Tsandi is recentelijk geasfalteerd en we kunnen nergens een afslag naar Opuwo vinden.
We rijden zelfs nog een paar keer terug wat wel erg veel tijd gaat kosten. Volgens de kaart zou de C41 dus rechtdoor moeten lopen naar Opuwo en zou er een afslag naar Shanti moeten zijn.
Maar met de asfaltweg is het nu zo dat de doorgaande weg nu niet meer naar Opuwo gaat maar naar Shanti. En een afslag naar Opuwo is er (nog?) niet. Waar is die C41 nou gebleven?
Die is helemaal weg! Op een gegeven moment rijden we op de asfaltweg van zuid naar noord (denken we) en slaan we toch maar linksaf een gravelweggetje in. De GPS geeft dan aan dat we nu in oostelijke richting rijden. Hoe kan dat nou weer?
We snappen er echt helemaal niets meer van. We vragen aan een man die met een auto bij een waterkraan water komt halen waar de weg naar Opuwo loopt.
Hij wijst ons vriendelijk dat gravelweggetje aan, maar we betwijfelen of
hij überhaupt Engels kent. We rijden toch nog maar eens dat weggetje in maar het voelt niet goed.
Op een gegeven moment rijden we langs een schooltje. We denken daar een leerkracht aan te treffen die Engels spreekt. We lopen het schoolpleintje op en alle klassen zijn onmiddellijk uit hun structuur want tientallen kinderhoofden kijken uit de ramen.
De onderwijzeres is niet erg vriendelijk als we haar uitleggen dat we verdwaald zijn, maar Opuwo is inderdaad weer dezelfde weg terug.
We snappen er niets meer van en er zit niets anders op dan helemaal om te rijden via Ruacana, want die weg is tenminste wel duidelijk.
Veel later bij de kruising van de C35 met C41 loopt er inderdaad een


onderweg in Owamboland

gravelweg naar links. Maar het ziet er niet uit als een hoofdgravelweg. We zouden uit nieuwsgierigheid graag naar links rijden om te kijken waar en hoe die weg nou eigenlijk aansluit op de asfaltweg van Okahao naar Tsandi maar dat is natuurlijk niet te doen.
De C41 die rechtsaf naar Opuwo loopt is nu ook geasfalteerd, vijf jaar geleden was dit nog gravel.
Wonder boven wonder komen we toch nog redelijk op tijd in
Opuwo aan. De belangrijkste plaats van Kaokoland. Het is inmiddels wel 16.15 uur geworden. Ook dit stadje herkennen we direct terug. Maar ook hier is een nieuwe moderne supermarkt gebouwd. Dat is toch het allergrootste verschil met het Namibië van vijf jaar geleden: al die nieuwe moderne supermarkten.
Maar het
Kaoko Information Center is nog precies waar het was en nog
niets verandert. Het restaurant dat ernaast gevestigd was is nu wel verdwenen en er zit een uitvaartcentrum in. Die hebben we overigens al heel erg veel gezien in Namibië. Uitvaarten zijn hier kennelijk booming business en dat lijkt ons geen goed teken. We treffen Kemuu achter de balie van het Kaoko Information Center aan. We kunnen nog een Himbatour boeken voor
morgenvroeg. We vertellen hem dat we vijf jaar geleden met KK zijn geweest en dat dit erg goed bevallen is. Dat vindt hij zo leuk dat we morgen ook weer met KK mogen.
De prijzen zijn N$110 per persoon voor de tour en dan moeten we nog N$150 aan hem geven voor de boodschappen. Kemuu gaat samen met ons boodschappen doen, in dezelfde winkel als vijf jaar gelden. Het boodschappenlijstje ziet er iets anders uit deze keer, maar niet heel veel anders:
- een grote baal maïsmeel van 20kg
- een liter slaolie
- 2½ kg suiker
- 3 zakjes tabak van 25 gram
- 3 blikjes snuiftabak
- 2 doosjes met 20 gram losse thee "Five Roses"
- 1 doosje met 10 sakkies "Grand-Pa" hoofdpynpoeiers
- 250 ml vaseline
- een grote zak felgekleurde snoepballetjes en drie broden


Camping van het Opuwo Country Hotel

We hebben de wagen nu echt goed volgeladen. Vijf jaar geleden beviel het Kunene Village RestCamp niet zo goed en we gaan het deze keer proberen op de camping van het nieuwe  Opuwo Country Hotel.

Het ligt prachtig boven op een berg en daarom is lastig om op deze camping een plek te vinden die vlak genoeg is om de tent uit te klappen. Het toiletbok is erg ruim en netjes. Helaas heeft de campingwachter tot laat in de avond de televisie in zijn halfopen hutje belachelijk hard aan staan. Ook komen er nog mensen bij hem op bezoek.
De televisie gaat dan niet zachter, nee, ze gaan er bovenuit zitten schreeuwen. Dit is toch wel een minpunt op deze verder best aardige camping.


Woensdag 20 september 2006

 

Vannacht werd Hans steeds zieker. De hoofdpijn van gisteren is vannacht overgegaan in misselijkheid en koorts.
Het is niet te geloven!! Nooit, nooit ziek en nu alweer hoge koorts in Afrika. Dit moet wederom meer zijn dan een griepje.
En nu zitten we op zeker twee dagen rijden van een fatsoenlijke dokter.
We hebben namelijk gelezen dat je in Namibië alleen in privé-klinieken medische zorg van acceptabele
kwaliteit kunt vinden en naar wij inschatten zitten die alleen in Swakopmund en Windhoek. Opuwo is weliswaar de enige plaats 
van betekenis in de omgeving maar bestaat in principe maar uit één straat  met wat zijwegjes. Met behulp van paracetamol
gaan we toch maar op bezoek bij de himba's. Een gelukje is dat de paracetamol deze keer wel helpt tegen de koorts.
Om 08.00 uur arriveren we bij het Kaoko Info Center. KK staat al klaar. We zullen ongeveer dertig kilometer gaan rijden tot een himbadorp.
We beginnen op een goede gravelweg maar na een tijdje moeten we een zandpad inslaan dat steeds verder de bush inloopt.
Op een gegeven moment zijn er zelfs nog nauwelijks bandensporen te zien. Als je hier niet heel goed de weg kent dan verdwaal je hopeloos. We passeren al wat himbadorpjes maar KK heeft voor vandaag een dorp in gedachten waar ze een feestdag hebben.
Gisteren was er namelijk een "voorouderfeestdag". Kennelijk is deze feestdag voor elk dorp op een andere datum. Op die dag brengt men een bezoek aan de graven van de voorouders. Deze liggen ver van het dorp af want de himba's vinden de vooroudergraven ook wel eng. Maar op deze voorouderdag lopen de himba's met hun koeien over de graven van hun voorouders.


Himbadorp

Ook plukt men blaadjes van de bomen die over de graven uitgestrooid worden. Je zou een dergelijke dag waarschijnlijk een beetje kunnen vergelijken met onze Allerzielen.


Himbakinderen

Daarna keert men terug naar het dorp om een koe te slachten. Gelukkig was dit dus gisteren want dat zouden wij helemaal niet willen zien. Voor ons zou het echt een nachtmerrie zijn om dat te moeten aanschouwen. Dat vertellen we ook aan KK maar die vindt dat duidelijk erg vreemd, hoewel hij erg zijn best doet om dat niet te laten merken.
En voor deze natuurmensen is het natuurlijk ook vreemd dat wij westerlingen wel vlees eten maar niet willen zien hoe daar een dier voor wordt gedood.
De rest van de feestdag wordt doorgebracht met eten, drinken, dansen, zingen en kletsen.
En zolang er eten en drinken is duurt het feest voort.
Vandaag is het dus nog steeds feest.
Onderweg vragen we nog naar de hoofdpynpoeiers die we als geschenk mee hebben genomen. Volgens KK houden de himba's erg van medicijnen. (Later vraagt een himbavrouw ons ook inderdaad of wij behalve hoofdpynpoeiers ook oogdruppels bij ons hebben en een ander wil iets voor de neus.)


Himbavrouw

Maar zelf moet KK niets van die moderne medische toestanden hebben. Er is hem zelfs verteld dat wij in Europa orgaandonatie kennen, maar dat vindt hij maar niets. Als hij zich ziek voelt dan drinkt hij een flinke borrel en dan moet het in zijn slaap maar over


Himbadorp

gaan. We moeten uiteindelijk stoppen bij een himbadorp waar in het midden een hele grote kraal met koeien staat.
KK zegt dat we moeten wachten tot hij toestemming heeft gevraagd aan de chief voor ons bezoek. Na een tijdje heeft hij die toestemming.
In tegenstelling tot ons vorige bezoek moeten we de meegebrachte cadeaus al direct bij aanvang van het  bezoek aan de chief geven.
Een aantal spullen kunnen ze nu namelijk goed gebruiken vanwege het feest. Zo moet er wat van de tabak als offer in het vooroudervuur worden gegooid. Zolang het vooroudervuur niet brandt mogen we overigens tussen het vooroudervuur en de hut van de chief doorlopen.
Maar anders is dat ten strengste verboden.
Dus gelukkig maken wij niet mee dat het brandt want we zouden het zomaar vergeten.
Het is ook een enorm groot stuk van het dorp waar je dan niet mag lopen dus als toerist kun je dit per ongeluk helemaal fout doen.
Ook wordt er direct thee gezet van onze meegebrachte theeblaadjes. En even later laat de chief de broden ronddelen.
Maar om te beginnen moeten wij als eerste handeling van ons bezoek de chief de hand schudden en de groet "morro" zeggen. Zelf zeggen ze meestal "morro morro". Daar komt dan als antwoord iets achteraan dat klinkt als "nawa".


Jonge Himbavrouw

De chief neemt onze boodschappentassen in ontvangst, kijkt er in en knoopt ze dicht. Het is niet de bedoeling dat de anderen uit eigen beweging iets van de goederen nemen. Maar vrij snel later gaan ze dus weer open en worden de spullen gebruikt of uitgedeeld.
Deze chief heeft overigens twee vrouwen: een hererovrouw die zijn hoofdvrouw is en een himbavrouw. Om de veekraal staan allemaal hutjes, de meeste zijn om in te slapen maar sommige hutjes zijn voorraad-"kamers", dichtgemaakt met koeienmest. In januari en februari is de regentijd. Dan wordt maïs verbouwd op een nabij gelegen akkertje.
Het ligt er nu inderdaad verdord bij. Na de oogst wordt de maïs in de voorraadruimtes gedaan.
De voorraadruimte die wij zien zit nu nog ongeveer halfvol. Sommige voorraadruimtes bevatten geen voedsel maar kalebassen die voor van alles en nog wat gebruikt worden; een soort keukenkastjes dus. En ergens anders staat een dode boomtak met


Kookpotten

kleinere takjes waar allerlei kookpotten aanhangen. Ook deze zijn volop met oker ingesmeerd. De hutjes die met de ingang richting de veekraal gebouwd zijn maken deel uit van dit dorp. Want we zien ook andere hutjes, maar die behoren dus aan de omringende dorpjes. Ze staan alleen zo dicht bij elkaar dat het voor ons in eerste instanties hetzelfde dorp lijkt.
Bij hutjes moet men zich hier overigens niets voorstellen. Er zijn eigenlijk geen leefhutten. We zien maar één of twee schuilhutten voor overdag waar nu ook een paar vrouwen inzitten. Het is vandaag dan ook nog steeds fris en het waait. Maar verder zijn er dus alleen maar slaaphutjes voor de nacht. Ze zijn ongeveer een meter hoog en zo op het oog één vierkante meter in omvang maar ze slapen hier met meerdere personen in. De opening is heel klein en daar hangt een doek voor te wapperen.

Volgens KK hebben de himba's gisteren goed gefeest want ze zijn allemaal nogal moe en sloom. In een boom hangen nog restanten van de gisteren geslachtte koe. Tijdens ons bezoek verdwijnen een aantal van die stukken in de enorme kookpotten.
Ook is er nog een stuk van de huid over. Deze wordt door een paar mannen in repen gesneden en uitgedeeld. We zien veel mensen met een opgerolde reep huid rondlopen. Volgens KK maken ze hier


Himbavrouw met een rol runderhuid

bijvoorbeeld schoenen van.  Een oudere vrouw is bezig om de reep om een boomstam heen te schuren om hem soepel te maken. Het lukt KK om een aantal jonge vrouwen, meisjes in onze ogen, te laten dansen vanwege het feest.


Dansende Himbameisjes

Uiteraard lopen er erg veel naakte kinderen rond. Ze vinden vooral mijn armen erg interessant. Ik heb heel lange haren op mijn armen en volgens KK worden vrouwen met zulke armen hier "leeuwenvrouwen" genoemd. Ik weet alleen niet of dit nu wel of niet een compliment is.
De kinderen kunnen in ieder geval niet van die haren afblijven. Maar de rest van mijn zeer witte sproetenhuid vinden ze ook erg interessant.
Op een gegeven moment kijken ze zelfs telkens onder mijn blouse maar daar geef ik ze toch maar een beperkt inkijkje in. Een klein meisje slaakt echt verbaasde kreetjes als ze ziet dat ik ook daar ontzettend bleek ben.
Aan het eind van ons bezoek komt een man aangedragen met een enorm blauw plastic vat. Dit blijkt vol te zitten met alcohol. Het is hier kennelijk in deze hoeveelheden in Opuwo te koop. We zien ook dat er af en toe een auto in de himbadorpjes staat. Daarmee kunnen ze dus deze hoeveelheden alcohol aanvoeren. Men schept het in grote drinkbekers en dit wordt in flinke hoeveelheden naar binnen gewerkt.
Ook wij krijgen een beker drank aangeboden maar zowel KK als wijzelf slaan dit beleefd af.
Volgens KK wordt het nu tijd om afscheid te nemen, dus voordat de himba's dronken beginnen te worden.
Rond 11.00 uur zijn we weer terug in Opuwo.
Eigenlijk zouden we graag naar Epupa Falls gaan. We hebben er nu ruimte voor in ons globaal geplande reisschema.
En we zijn toch wel nieuwsgierig hoe de beruchte slechte wegen van Kaokoland nou eigenlijk echt zijn.
Maar de koorts van Hans neemt weer toe en we durven het toch niet aan om nog verder van de bewoonde wereld weg te gaan. Er wordt tenslotte genoeg gewaarschuwd over de eenzaamheid en het gebrek aan hulp in het geval van ziekte en dergelijke. Dus we vinden het niet verstandig om naar het noorden te rijden nu er al sprake is van ziekte.
Daarom rijden we maar zuidelijk in de richting van Sesfontein. En als we tijd hebben dan moeten we misschien toch maar direct doorrijden naar Kamanjab.

Onderweg passeren we de Joubert-Pas. Rondom de pas wordt de weg flink rotsachtig en vol losse stenen. De pas zelf is inmiddels geasfalteerd. Voorheen was het schijnbaar echt een grote hindernis op deze weg. Hij is enorm steil en voor de asfaltering zal hij hoogstwaarschijnlijk zeer rotsachtig geweest zijn en dat in combinatie met de steilheid zal wel de nodige ongelukken opgeleverd hebben.
Maar nu is de weg van Sesfontein naar Opuwo dus een 2WD weg.
In tegenstelling tot wat overal vermeld staat kun je dus prima van Sesfontein naar Opuwo rijden in een normale auto.


Joubertpass

Het loopt al tegen 16.00 uur als we in de buurt van Sesfontein komen. We besluiten om dan toch maar te overnachten in Fort Sesfontein.
Kamanjab kunnen we niet meer halen. We nemen deze keer wel een hotelkamer in plaats van een kampeerplaats.


Torenkamer in Sesfontein

Dat ligt toch wat prettiger als je ziek bent. De hotelkamer is naar verhouding wel schandalig duur. Hij is wel mooi, maar de prijs-kwaliteit-verhouding is ongunstig. Maar dat zal wel aan de zeer afgelegen ligging liggen. We krijgen een torenkamer, loeigroot. Er staat een enorm hemelbed in en verder is het eigenlijk heel sober. De muren zijn gepleisterd en grijs geverfd. Niet al te lang geleden heb ik een boek gelezen dat zich afspeelde in de middeleeuwen en ik kan mij ineens helemaal voorstellen hoe de mensen toen woonden. Het moet wel heel erg veel op deze kamer geleken hebben en ik zie nu ook hoe zo'n groot somber en donker kasteel met een paar meubelstukken, wandkleden en toortsen toch ineens heel knus kan zijn.
Dan bekijken we nog even de camping en die is niet naar onze smaak. Dus zijn we toch tevreden met onze keus om hier in een hotelkamer te overnachten. De camping is een soort open parkeerplaats waar alle kampeerauto's naast elkaar in een rijtje staan.
Verder is het hier met recht een oase in de woestijn. De naam Sesfontein slaat dan ook op de zes bronnen die hier in de woestijn ontspringen. Er staan ook de nodige palmbomen in deze prachtige vallei tussen de bergen. De natuur op het laatste stuk richting Sesfontein lijkt bijna een aangelegd park maar het is toch echt puur natuur.
Het fort Sesfontein heeft een soort binnentuin vol mooie bloemen en een fontein in het midden. In een hoek is een zwembad aangelegd.
Het is wel een heel bijzondere plek om te overnachten en ondanks de prijs hebben we er zeker geen spijt van dat we hier terecht zijn gekomen.
Hoewel de dag vanmorgen koud begon is het nu ontzettend heet geworden. Het is vast de warmste dag van de hele vakantie tot nu toe.
Het eten vinden we hier niet erg lekker. Vooraf krijgen we aspergesoep, maar hij zit helemaal vol met aspergedraden. We krijgen het niet weggewerkt.
Het hoofdgerecht bestaat uit een hele grote elandbiefstuk die wel erg rauw en rood is van binnen. Zo is het toch niet helemaal de bedoeling zou je zeggen. We durven hem eigenlijk niet goed te eten omdat we vrezen hier darmklachten van te krijgen. Het loempiaatje vooraf en het toetje smaken dan wel weer goed.
Maar al met al niet echt een diner dat je in zo'n duur hotel verwacht.


Fort Sesfontein.


Donderdag 21 september 2006
 

Een goede nachtrust heeft Hans goed gedaan want hij is weer helemaal beter. Ook het ontbijt stelt in Fort Sesfontein niet veel voor. Het "full breakfast buffet" bestaat uit een onhandig opgesteld hoektafeltje met een schaaltje sladderig roerei, onvoldoende plakjes bacon, een beetje jam, een sapje, wat uitgedroogd brood en een broodrooster die nauwelijks werkt.


Khowarib Canyon

We rijden vandaag verder naar het zuiden en we zien wel waar we komen. Het blijkt op deze wegen allemaal langer te duren dan we verwachten. We maken nog een kort uitstapje en rijden een stukje de Khowarib Canyon in.
In eerste instantie is de weg nog goed. Totdat we bij een oversteek in de canyon komen. Het is daar wel schitterend, een groene vallei in een rood met witte kloof. Er loopt een riviertje waar we doorheen moeten rijden en daarna wordt de weg een stuk slechter en lastig begaanbaar. Bovendien gaat de weg weer helemaal terug naar Opuwo. We hebben geen tijd om er heel ver in te rijden. Maar we kunnen ons nu wel een voorstelling maken van Koakoland en zijn wegen. Dit is echt een gebied waar je ruim de tijd voor moet nemen. Het is niet echt voor toeristen met een strakke tijdplanning die nog meer van Namibië willen zien.
Maar mooi is het wel en erg ruig en verlaten.
Langs het riviertjes staan grote bomen waar agapornissen in zitten. Heel apart om die hier in het wild te zien. Ze horen echt niet in Nederlandse kooitjes.


Vervolg: Damaraland


Maud

printversie

218.16.05.07