Homepage
 

Botswana - Chobe
Tekst en foto's: Maud Koenders
Reistijd: september 2006

     

     

Start Botswana

Op weg naar Botswana

Moremi

Xwaraga

Chobe

 
Namibië


woensdag 13 september 2006
 

Gisteren hebben we geen tijd gehad voor een douche dus daar beginnen we de dag maar mee. De toiletgebouwen zien er niet al te fris uit maar dat komt waarschijnlijk ook omdat het water hier roestbruin is. Maar het zit hier ook vol met spinnen. Dus gewoon verstand op nul en douchen.
Ook is het behoorlijk druk (alles weer naar verhouding).
De kampeerplaatsen één t/m vier blijken wat groepen te bevatten, dus wat dat betreft stonden wij heerlijk rustig op vijf.
Op kampeerplaats zes staat een Duits echtpaar. Zij bezitten een soortelijke auto als die wij gehuurd hebben en ze hebben deze permanent gestationeerd staan in Kaapstad. Twee keer per jaar vliegen ze daarheen en gaan dan op vakantie in Botswana.

We rijden al vroeg in de ochtend weg want het is nog 500 km naar Kasane. We rijden over een ellenlange rechte eentonige weg.
Langs de kant loopt vee, maar we zien ook onze eerste twee gemsbokken van dit jaar en een struisvogel.
Vanaf Nata loopt de weg naar het noorden. De woestijn verandert weer in savanne. Deze weg heeft nogal wat slaggaten en het wordt wat

drukker, vooral met vrachtverkeer.
Het is heel onwerkelijk om her en der langs deze weg olifanten te zien staan eten van de bomen.

Botswana is als enige (?) land in Zuidelijk Afrika nog echt wild en de dieren kunnen het halve land door migreren, achter het water aan.
We passeren nog ergens een checkpoint. Onze autobanden worden daar ingespoten en we moeten uitstappen om over een desinfecteermat te lopen. Dit alles om de verspreiding van mond-en klauwzeer tegen te gaan.
Net voordat we bij de afslag naar het Chobe National Park komen is een tankstation. We hebben alleen wat drinken en brood(jes) nodig.
Die kopen we dus maar hier. Dan hoeven we niet speciaal naar Kasane. Ook tanken we de auto vol met benzine.
Er kan alleen meer in dan we dachten en dus roepen we "stop."
Maar het is net te laat. We houden net niet genoeg Pula's over om de entree voor twee dagen Chobe te kunnen betalen.
We komen maar twaalf Pula tekort maar dat wordt nog een hele consternatie bij de gate.

Wat hebben we in Botswana toch steeds opnieuw een gezeik met dat geld zeg!

Bij de gate aangekomen hangt er een papiertje op de deur: "U kunt vanaf nu met VISA betalen".
Dus dat lijkt een meevaller maar, uiteraard, niets is minder waar.
 
Dit worden onze laatste twee dagen in Botswana en we kunnen de Pula's daarna niet meer gebruiken, in Chobe zelf kun je geen geld uitgeven want daar is niets te koop.
We willen het contant geld nu dus opmaken want anders kunnen we het net zo goed als aanmaakblokjes voor het kampvuur gebruiken.
De entree voor twee dagen is 580 Pula maar we komen dus twaalf Pula te kort, ongeveer anderhalve Euro!

We vragen of we gedeeltelijk in contanten kunnen betalen en de rest met VISA. Dat is geen probleem…tot we het muntgeld uit onze portemonnee halen. Dan begint de man achter de balie ineens heel erg moeilijk te doen.
We merken vrijwel direct dat de man niet kan rekenen dus hij wordt ineens helemaal gestresst. Volgens hem is het nu ineens policy dat je niet gedeeltelijk contant en gedeeltelijk met VISA kunt betalen.
Je moet óf alles met VISA óf alles in contanten betalen.
Hij krijgt niet uitgelegd waarom dat is.
Hij verzint ter plekke een kletsverhaal over dat met VISA te betalen bedrag ergens naartoe moet worden verzonden en daar moet dan het

Botswana geld. De Pula

hele bedrag op de bon staan. Het klinkt als grote flauwekul.
We kunnen wel betalen met Zuid-Afrikaanse Randen of Euro's maar die hebben we niet.
En Namibische Dollars willen ze ook hier niet hebben. Er zit niets anders op dan een safarivoertuig van een lodge aan te houden.
Gelukkig kan één van de Britten wat van onze Namibische Dollars omwisselen in Zuid-Afrikaanse Randen waar we dan bij de gate weer onze Botswaanse Pula's mee aan kunnen vullen.
Hoezo onnodig ingewikkeld?
Maar als we daar mee aankomen begint de man achter de balie weer te protesteren, want hoeveel zijn die Randen nou waard? Dus we wijzen hem op het briefje achter hem waarop staat dat je met Rand kunt betalen en wat de wisselkoers daarvan is. Hij vindt het allemaal moeilijk, moeilijk, moeilijk, moeilijk, heel erg moeilijk. Hij krijgt het niet uitgerekend maar wij houden stand.
We beginnen het nu toch echt hun probleem te vinden dat er iemand aan de balie staat die niet kan rekenen, en niet ons probleem. Op een gegeven moment geven wij hem alles wat we hebben verzameld aan Randen en Pula's, wat meer is dan de entreeprijs en daarmee klaar.

geldwisselproblemen bij Chobe - Kasane gate

Hij geeft zich maar gewonnen. Dus na ruim een half uur voorrekenen en omwisselen kunnen we eindelijk het park in.
Na een kilometer ligt al direct een luipaard in de berm, alsof ze het dier daar neergelegd hebben.
Het wemelt er van de lodge-voertuigen die ons als individuele bezoekers geen blik op het luipaard gunnen en zelfs openlijk samenwerken tegen ons.
Na het gezeik bij de gate worden we nu helemaal niet goed en dringen ons ertussen. Maar we beleven er zo maar heel weinig plezier aan dus we blijven niet lang kijken. Het is net een kermis.

Maar naarmate we verder rijden naar Ihaha campsite wordt het al snel veel rustiger. De logde-voertuigen rijden allemaal in de buurt van de Kasane-gate en komen niet veel verder.
Officieel moeten we om 17.30 uur bij de camping zijn omdat ze anders de gereserveerde (en betaalde) plaats aan een ander kunnen geven. We hebben nu al zoveel gezeik meegemaakt dat we proberen om 17.30 uur te halen, want we hebben

Chobe. Klaargelegd luipaard

het gevoel dat er daar ook wel weer een of ander probleem zal zijn. Uiteraard lukt het niet om er om 17.30 uur te zijn en al helemaal niet als we ook nog moeten wachten op een enorme kudde olifanten die de weg oversteekt.
We komen rond 17.45 uur bij de camping aan. Oh jee, weer moeilijk moeilijk moeilijk.
 Er staan al mensen op onze gereserveerde plaats, nummer vier.
Die zijn gisteren al aangekomen. We mogen wel een andere vrije plaats uitzoeken maar als daar morgen andere mensen met een reservering komen dan moeten wij weer weg want mensen met een reservering gaan voor. Wij wijzen hem op de inconsequentheid hiervan: wij zijn vandaag de mensen met een reservering en met die redenatie moet hij de mensen die nu op nummer vier staan dus
wegsturen. Maar onze redenatie kan of wil hij absoluut niet volgen. In zijn ogen zijn wij gewoon in alle gevallen de pineut.
Hij reageert door te stellen, dat dit niet zijn probleem is. Hij heeft geen fout gemaakt, dat heeft het hoofdkantoor in Maun gedaan. Wij moeten nu dan toch maar op nummer vier gaan staan en het zelf verder oplossen met de andere toeristen.
Hij zal later wel komen kijken hoe we het hebben opgelost.
 Wat een geweldige staaltje van servicegericht denken zeg! Hij vertelt nog wel dat we alle waardevolle spullen in de tent moeten stoppen. Want 's nachts komen er mensen van de andere kant van de rivier (zijnde Namibië) om spullen te jatten. Dat is afgelopen nacht ook weer gebeurd.
Maar zoals we de hele reis al meemaken zijn de toeristen onderling erg solidair. Er zijn Britten die ons aanbieden om bij hen te komen staan als de nood aan de man komt, want de plaatsen zijn ruim genoeg.
Maar bijna de helft van de camping blijkt onbezet te zijn.
Op "onze" site nummer vier staan alleen twee stoelen, maar geen tent en, hoewel we geen buren in zicht hebben, is de site zelf niet groot genoeg om met een ander te delen. We klappen de tent dus maar uit en wachten af. Tegen zonsondergang komen twee Duitsers aanrijden.
Ze vinden het niet erg dat wij hier nu staan. Ook zij vinden het allemaal erg slecht georganiseerd. Zij hadden zelf al meegemaakt in Savuti dat hun gereserveerde en betaalde plaats al bezet was.
Zij wilden daarna naar Linyanti maar hoorden dat dit momenteel gesloten is en zijn zodoende eerder dan gepland in Ihaha terecht gekomen. Intussen verzamelen zich steeds meer olifantenkuddes op de rivieroever voor onze tent.
Als het helemaal donker is en we net klaar zijn met koken komt er een

Chobe. Olifanten bij de camping

kudde op vijf meter langsgelopen. Hoewel het niet nodig schijnt te zijn gaan we toch maar even met ons bord in de auto zitten. Want ze zijn wel erg groot en in het donker zien we nauwelijks wat ze doen. Als we ons lampje doven zien we meer en elke olifant blijft even bij de waterkraan staan om met zijn slurf te voelen of hij een makkelijk slokje kan nemen.


Donderdag 14 september 2006
 

Als we wakker worden zijn alle olifanten verdwenen. Ook hebben we vannacht geen ongewenst menselijk bezoek gehad.
Tijdens het ontbijt wandelt een wrattenzwijn ons kamp in met als enige doel om langs de eettafel te gaan staan plassen en weg is hij weer.
We lazen eerder al op een website van mensen die een jaar door Afrika aan het trekken waren dat het overheidspersoneel in Botswana het meest laks en ongeïnteresseerd is van heel Afrika en dat de Nationale Parken in Botswana slecht georganiseerd en slecht onderhouden zijn. We kunnen het er helemaal mee eens zijn maar het neemt niet weg dat het toch zeer de moeite waard is om hier te zijn.

En zeker de Ihaha camping is prachtig. Ruime plaatsen langs de rivier, waar echt elke dag olifantenkuddes grazen en drinken.
Veel privacy en goede, schone toiletblokken. Bovendien is dit westelijke deel van het Chobe River Front heel erg rustig.
Het is voor dagbezoekers veel te ver van Kasane af. Wij komen hier zeker nog vaker terug.
Chobe ruikt overigens ook erg lekker.
Er groeien hier struiken die de geur van lindebloesems verspreiden en verder ruikt het heerlijk kruidig naar Afrika.
 
Na het ontbijt vertrekken we voor een gamedrive, we blijven de hele dag weg. Om te beginnen rijden we in westelijke richting langs de Chobe rivier.
Gelukkig zien we de hele ochtend geen olifanten want hier ben ik toch een beetje bang om in een kudde terecht te komen.
Wel veel andere dieren, zoals zeearenden, maraboes en uiteraard de nodige zebra's, impala's en bavianen. Op de oever staat een kleine kapgier een dode schildpad op te eten.
Er staan tien maraboes omheen maar het is wel duidelijk wie de baas is: die ene gier.
Her en der liggen hopen as waar soms nog een kadaver in te herkennen is. We hebben gelezen dat men hier dode dieren verbrandt, als men het vermoeden heeft dat deze aan miltvuur gestorven zijn.
Chobe is de laatste paar jaar een aantal keer gesloten geweest vanwege de uitbraak van miltvuur.
Ook zien we opvallend veel rangers rondrijden. Misschien zijn ze op zoek naar stropers of naar miltvuur slachtoffers?
Tussen de middag belanden we op de zandwegen bij de Puku Flats.
Het is een wirwar van paden en we raken er nogal verdwaald.
We hebben in Chobe nog nergens een picknickplaats gezien. We zetten de stoeltjes dus maar ergens naast de auto en eten daar een broodje.

Maraboes

Net als we alles voor de dag hebben gehaald komt er een olifantenfamilie te voorschijn. Ze willen net het veldje oversteken waar wij staan. Gelukkig raken zij niet in paniek (wij wel een beetje) en blijven ze rustig staan tot wij weg zijn.
Maar dan komen we dus toch nog terecht in die gevreesde enorme olifantenkudde. De paden zijn hier erg zanderig, zodat we door moeten blijven rijden om te voorkomen dat de auto vast komt te zitten. Het is een gebied met veel bosschages.
Voor we het weten zijn we overal omringd door olifanten. We kunnen geen kant uit zonder ze heel erg dicht te naderen, en in dit geval betekent dit dus tot op een meter.

We rijden toch maar langzaam door.
Ik met mijn ogen en oren dicht. Hans vindt het iets minder eng maar krijgt het toch ook benauwd als ze beginnen te trompetteren, weliswaar niet naar ons maar toch.
Maar ook dit overleven we heelhuids. Zoals verwacht wemelt het in Chobe in deze tijd van het jaar van de olifanten dus het is een erg plezierig gebied voor mensen zoals ik die bang zijn voor nabije olifanten! Maar er zijn hier verder zoveel mooie dieren te zien.

Even later zien we bijvoorbeeld een grote kudde bedreigde roanantilopen en later ook nog een klein groepje van de maar nauwelijks minder zeldzame sabelantilopen.

Chobe. Visser met authentieke mokoro

Halfweg de middag vinden we toch nog een picknickplaats maar nu is het te laat. Het blijkt dat de oude camping Serondela nu als picknickplaats in gebruik is. Wel gebruiken we deze om even uit te rusten en de benen te strekken. Beneden in de rivier scharrelt een grote varaan rond.
Opeens stopt er een auto. Het zijn de twee humorvolle Indische Zuid-Afrikanen die we ontmoetten bij de Tsjechen in Moremi.
Wat grappig dat we ze weer nu
hier zien. We wisselen nog wat ervaringen en tips uit.

Bij de Chobe rivier zien we een grote groep witte pelikanen. Er is één grijze pelikaan bij maar die moet op afstand blijven. Ook staan er nog wat lepelaars.
In de buurt treffen we een grote groep komische bavianen aan.
Zolang ze niet agressief naar mensen zijn, zijn het toch fascinerende dieren om te zien. We kunnen uren naar hun gedrag kijken.
Een baviaan ligt zich wel heel erg aan te stellen voor onze camera.
Rond 18.00 uur zijn we weer terug op de Ihaha Campsite. Er staan nu nog maar twee olifanten op de rivieroever. Maar daar komt verandering in. Want net als gisteren verschijnen ze als we net ons eten hebben opgeschept.

Bavianen

aansatellerige baviaan

We zijn nu helemaal omringd. Links en rechts van ons komen flinke kuddes naar de rivier. Ze zijn ver genoeg weg om comfortabel te blijven zitten dus denken we dat we er deze keer goed van af komen.
Maar nee, kudde nummer drie besluit om weer op vijf meter langs te komen.
Wat een ongelofelijk indrukwekkende en kolossale dieren zijn het dan! Je moet dit echt meemaken want het is niet te beschrijven.
En hun getrompetter door de nacht op ongeveer 30 meter afstand is ook al onvergetelijk.
 

Vrijdag 15 september 2006
 

We moeten om 11.00 uur het park uit zijn want anders moeten we voor een extra dag bijbetalen.
Om ongeveer 06.15 uur rijden we weg bij de camping. We rijden weer in westelijke richting naar de Ngoma gate en volgen alle loops langs de rivier.
We zien niets dat we niet eerder gezien hebben maar het is wel erg mooi
Prachtige vergezichten over de rivier, honderden zebra's, het nationale symbool van Botswana. De waterbokken liggen nog steeds op precies dezelfde plek. Hetzelfde geldt voor de maraboes en de bavianen.
Zo is het niet moeilijk om hier gids te zijn: "Mijne dames en heren, over 300 meter treft u aan uw rechterhand zes waterbokken aan en 100 meter verder ziet u links van u een familie bavianen…"
Gelukkig nog geen olifanten tegengekomen, dus zeker niet van heel dichtbij.

Rond 08.45 uur zijn we bij de Ngoma gate. Dus hebben we in principe nog twee uur over in het park. We hebben het gevoel dat we nog iets missen en eigenlijk vinden we het zonde om nu al weg te gaan. We zullen tot aan Etosha tenslotte geen grote wildparken meer tegenkomen. We besluiten om terug te rijden naar de Kasane gate en alleen te stoppen voor echt bijzondere dieren. Daar kunnen we dan het park uit en via de geasfalteerde weg weer terug naar de Ngoma Border Post.

Pelikanen

Het moet te doen zijn om in twee uur naar de Kasane Gate te rijden, tenzij we iets bijzonders tegenkomen. Als dat het geval mag zijn en we redden het niet voor 11.00 uur dan betalen we gewoon voor nog een dag en dan gaan we pas om 18.00 uur het park uit om vervolgens ergens in Kasane te overnachten.
Vanaf nu hebben we voorlopig geen reserveringen meer dus we kunnen gaan waar de wind ons brengt.
Dus dat is ons plan en we rijden terug richting Kasane. We houden zover dat mogelijk is de maximum snelheid aan, 40 km per uur, en zien in de eerste tijd niets bijzonders: veel zebra's en impala's.

Maar dan zie ik plotseling op ongeveer honderd meter afstand, vanuit mijn ooghoek, de gekrulde staartpunt van een katachtige. Dit is wel heel erg goed gezien, al zeg ik het zelf!
We rijden dus direct een stukje terug. Het blijkt een luipaard te zijn dat juist op dit moment een boom in klimt. Omdat we hem gezien hebben weten we waar hij ligt. Maar waren we hier een seconde eerder of later langsgekomen dan zou je dit dus nooit en te nimmer kunnen zien

Impala's

 
Zo goed zijn ze gecamoufleerd. Maar nu zien we hem met behulp van de verrekijkers heel duidelijk in het dichte gebladerte op een tak liggen.
De 400mm lens met 1,4 extender moet er aan te pas komen maar dan lukt het om hem ook nog bijna beeldvullend op de foto te krijgen.

Wow, dit is pas een goed einde aan ons bezoek aan Chobe!
En deze luipaardontmoeting is honderd keer mooier dan eergisteren, met dat luipaard op tien meter in de berm en tientallen lodge-voertuigen eromheen. Nu is er helemaal niemand in de buurt en we hebben helemaal zelf een hele moeilijke sighting gedaan.
Het wordt nu wel twijfelachtig of we nog voor 11.00 uur het park uit zijn maar voor een bijzonder dier hadden we dat er voor over en heel veel bijzonderder kan het niet worden.
Op de oversteekplaats voor olifanten, zoals we de droge zijrivier van de Chobe, inmiddels noemen zien we nu een grote kudde sabelantilopen.

Koedoe

Ook al heel erg bijzonder.
Maar het lukt ons toch om klokslag 11.00 uur bij de Kasane-gate te arriveren. De man achter de balie herkent ons zelfs nog van de grote geldwisselramp van twee dagen geleden. Niet dat hij dit hardop zegt maar het is wel duidelijk waar hij ons van herkent.
Vervolgens via de verharde weg naar de Ngoma Border.
Onderweg zien we olifanten en alweer een roanantilope. Dit is al de vierde keer dat we roanantilopen zien in Chobe. Ongelofelijk! Dit is een bedreigde diersoort maar hier zitten er kennelijk voldoende, of wij hebben heel veel geluk.


Dit verhaal brengt ons verder naar Namibië


Maud

printversie

215.16.05.07