Azië - India - Rondreis India en Nepal - Varanasi

Varanasi
Tekst en foto's: Tjitske en Wiebe Idsinga
Reistijd: februari - maart 2003

India - Uttar Pradesh

 

     
 

De reis naar Varanasi gaat door een prachtig natuurgebied. Dan vraagt Tjik de chauffeur om een sanitaire stop. Hij stopt. Maar opent de deur niet! Op tien meter afstand van juist deze plaats ontdekt de chauffeur een enorme grote bruine beer! Hij rijdt al jaren over deze weg, maar nooit eerder zag hij er één. Het is Tjik gelukt om de spanning op haar blaas te weerstaan.
 

We hadden intussen wel veel “tamme” beren gezien, die zogenaamd kunnen dansen. Ieder weet dat het leren van die belachelijke kunstjes met veel dierenleed gepaard gaat. Aan die dansende exemplaren hebben wij dan ook geen seconde tijd verspeeld, maar deze echte wilde beer, ja, dat was andere koek.

We passeren onderweg de fraaiste schooltjes, eigenlijk zoals ik ze ooit al in mijn dromen zag.

Gewoon les geven in de schaduw onder een grote boom, met je kont in het zand. Na verloop van tijd je boeken en schriftjes oppakken en meeschuiven, als de wijzers van de klok, zodat je steeds uit de zon blijft.

En ook hier, hoe arm ook, toch die uniformpjes.


Het laatste stuk van het traject naar Varanasi zouden we afleggen per boot. Maar het heeft de laatste tijd niet geregend, de rivier staat te laag, de boot kan ons niet bereiken, het ding is vastgelopen op een zandbank. We wachten.
 
Ondertussen maken we mooie plaatjes van een bruidspaar aan de Ganges.

Iedereen wil graag op de foto, wat een kleurrijk schouwspel. Maar het bruidje is geheel verstopt achter haar sari, we zien slechts haar ogen... en verstopt achter haar man aan wie ze is uitgehuwelijkt. Via de gele schouderband is zij dus voorgoed verbonden aan haar man, die ze bijna zeker niet zelf heeft uitverkoren.

Zij is triest, moet ook wel, ze gaat haar familie verlaten. Maar de moeder is uitbundig, zij raakt immers een dochter kwijt... ???

Deze moeder springt zelfs de Ganges in, zodat het bruidspaar van een gezegende toekomst verzekerd is, maar haha, helaas... ze komt weer boven...
 
Uiteindelijk komt de grote beloofde boot niet, we gaan nu met twee kleine vissersbootjes richting Varanasi, eigenlijk dus veel leuker.

Maar het wordt al donker, het laatste stuk leggen we af met  taxi’s. Waar we over rijden noemen wij in Nederland al lang geen weg meer, maar een aardappelknollenland. Rammelend komen we de heiligste stad van India binnen.

Rammelen doet het ook in onze darmen, al een aantal dagen hebben we last van die problemen, die we zo graag hadden willen voorkomen: diarree. Toch op de een of andere manier “verkeerd” water binnen gekregen, iets “verkeerds” gegeten, een combinatie van hitte en vervuilde lucht?

We weten de oorzaak niet, maar het wordt een beetje lastig.   
De volgende morgen naar de beroemde ghats, naar de trappen die afdalen tot aan de heilige “Ganga”. Maar eerst moet je een doolhof van steegjes overwinnen.

Aan de drukte, de gekte, het lawaai, het kabaal, het getoeter, de koeien en de vlaaien, de saddhu’s, de kleine winkeltjes, de groentes op de grond, de vele bedelaars, de verminkten die op de grond kruipen en je aan je broekspijp trekken en smeken om een aalmoes.

Het is hartverscheurend of indrukwekkend, maar vandaag laten we dat voor wat het is, we zijn eraan gewend geraakt... of willen we het even niet meer zien, horen, ruiken...?

Nee, we willen nu naar de BURNING GHATS!
 
Bij de rivier zien we de mensen baden, ze drinken het heilige water, sommigen poetsen hun tanden met een takje, waar ze zolang op hebben gebeten dat er een soort kwastje is ontstaan, anderen laten kaarsjes drijven met bloemetjes, wat een bedrijvigheid.

Ik maak maar foto’s, ik zie een aantal buffels in het water, op mijn knieën gehurkt schiet ik een prachtig plaatje, buffels in de Ganges en dan... ik schrik me dood... een kinderlijkje, het drijft op de rug, omwikkeld in een doek, het is opgezet, ik schat het een aantal maanden oud, vlak aan de oever.

In Nederland zou het de voorpagina’s van alle kranten halen, maar we zijn in India, hier reageert niemand, niemand die het vreemd vindt, ja, behalve wij, toeristen natuurlijk.

India is Hindoeïstisch, tenminste zo’n 90% van de bevolking, men gelooft in reïncarnatie, geboorte en wedergeboorte. Om aan dit eindeloze gedoe te ontsnappen en om zo uiteindelijk rust te vinden, is het voor een Hindoe belangrijk om gecremeerd te worden, de ziel gaat dan linea recta naar het Nirvana, het hiernamaals. De meest unieke plaats voor zo’n crematie is dan in de heilige stad Varanasi aan de heilige Ganges.

Maar kinderen tot 5 jaar verdienen een tweede kans op een leven op aarde, daarom worden zij niet gecremeerd. Omwikkeld met doeken en verzwaard met stenen worden kinderen na een ceremonieel de Ganges ingekieperd, de ziel zal dan de kans krijgen op een volgend leven, dat hopelijk succesvoller wordt dan het eerste.

Daar zit toch enige logica in, nietwaar?

Maar de volgende ochtend zagen we weer twee kinderlijkjes drijven... maar ook het lijk van een Brahmaan. Deze hoge geestelijken, uit de hoogste kaste, leiden op aarde al zo’n heilig leventje, dat het niet nodig is, dat ook zij gecremeerd worden om te zorgen dat de ziel het Nirvana bereikt. Dat gebeurt automatisch! Ook deze groep wordt dus zo de Ganges ingekieperd...
 
De doden worden dus in het openbaar, liefst binnen 24 uur, gecremeerd.

Die burning ghats zijn bijna een toeristische trekpleister. Je mag er vlak bij staan, maar binnen een bepaalde lijn mag je natuurlijk niet fotograferen. Een ontsnappende ziel zou “gepakt” kunnen worden door een foto, ja, en dan is die hele rituele crematie helemaal voor niks geweest, nietwaar?

Hier in Varanasi is het een 24-uurs bedrijf, de crematies gaan dag en nacht door, soms branden op 8 à  9 plaatsen tegelijk de vuren. Er worden verschillende houtsoorten gebruikt. Ben je wat rijker dan gemiddeld, dan kun je je sandelwood permitteren, dat ruikt lekker, zegt men. Een gemiddelde crematie kost 189 Dollar, nodig voor de aankoop van het hout. Nadat de overledene besprenkeld is met Gangeswater - soms laat men het lichaam in zijn geheel even in de rivier zakken -  steekt de oudste zoon het vuur aan.


Daarvoor vinden nog enkele rituelen plaats. Op een klein plukje na, laat hij eerst z’n hoofd kaal scheren. Vervolgens haalt hij, nadat het lijk op de brandstapel is gelegd, met een bosje riet, het heilige, altijd brandende vuur op. Dan wordt de brandstapel aangestoken. Soms valt een arm of een been uit het vuur, dat dan weer netjes wordt teruggelegd.
 
De verbranding duurt zo’n 4 uur. De asresten worden uiteindelijk keurig toevertrouwd aan de Ganges. Die Ganges is dus echt niet zo schoon, as van overledenen, lijken, riolen lopen uit in de rivier, en toch... we hebben er dolfijnen gezien, vlak voor die burning ghats.

Het water is niet zo troebel als vaak in Nederland het geval is, maar om er nu in te zwemmen, te baden, of om het te drinken, geloof me, dan moet je Hindoe zijn, het gaat mij een plons te ver.

’s Avonds is er veel vertier aan de rivier, Krishna-aanhangers zingen luidkeels hun monotone melodieën. En op hetzelfde moment zetten “at sunset” veel toeristen honderden waxinelichtjes overboord. Omdat vele bootjes met al die toeristen hetzelfde doen, ontstaat een sprankelende achtergrond met duizenden lichtjes op de traag stromende Ganges. Het rustige, lange lint van brandende kaarsjes wordt echter plotseling wreed verstoord, als een vette dolfijn enkele keren een sierlijke sprong maakt...

Het wordt een fantastisch, zeer uitbundig feest, mede omdat het vandaag net weer één van de vele feestdagen in India is, het is Shiva-dag.

Bovendien blijkt ook toevallig net op deze dag, tijdens het Cricket-kampioenschap, India... buurland en aartsrivaal Pakistan te verslaan! En dat is dus echt een reden voor een feestje!
 
De volgende ochtend wandelen we opnieuw naar het oude centrum, reeds voor het ochtendgloren zijn we bij de rivier. En we zijn niet alleen, het is al druk, overal weer die rituelen, weer die brandende kaarsjes. Ook zien we mensen enorme stapels lakens wassen. Die lakens komen uit de hotels. Slapen wij ook onder lakens die in de Ganges zijn gewassen?

Met een bootje dobberen we opnieuw langs de oevers. Bij de burning ghats is weer bedrijvigheid, overal branden weer de vuren, op de oevers liggen de lijken te wachten... Maar boven die plek waar deze crematies plaatsvinden bevindt zich een soort bejaardenhuis voor vrouwen. Nou ja, bejaardenhuis, we zijn binnen geweest, er zijn geen ramen, er is geen meubilair, hier en daar borrelt iets op een vuurtje, verder alleen oude vrouwtjes.

Hier wachten zij op hun dood, hen wacht nog één tocht, naar beneden....

De volgende dag gaan we naar Shivpatnagar.

Het is een reis over ontzettend hobbelige wegen, de wegen zijn smal en langs de kant van de weg zitten overal fruitverkopertjes.

Maar onze chauffeur heeft haast, ik verdenk hem er dan ook van, dat-ie onderweg van sommige stapeltjes sinaasappeltjes met zijn banden af en toe juice heeft gemaakt...

India was adembenemend, letterlijk en figuurlijk, maar we hebben het ook effe gehad.

 
 

Verder naar Nepal


 
Wiebe