Homepage

Dubrovnik en omgeving
Tekst: Joyce Frey 
Reistijd: augustus 2004

 

 

 

Dubrovnik haven

 

start Kroatie

 

Peljesac

 
De reis van het vliegveld duurde twintig minuten voordat we hoog boven Dubrovnik reden. Verlicht door de late middagzon, lag het prachtige oude stadje als een sprookje beneden me. We reden er te snel aan voorbij om alles goed in me te kunnen opnemen. Twee meereizende meisjes, hadden hun hotel in de stad. Door het sper uur, moesten we met een slakkengangetje door de stad rijden; Toen we de stad weer uitkwamen, duurde het niet lang meer tot dat ik kon uitstappen.
Mijn hotel " Vis " lag onderaan het eind van de straat. Ik moest een trapje af om bij de receptie te komen. Daar kreeg ik de sleutel van mijn kamer, dat al weer hoger lag ( dus; trappen op ) met zicht op de tuin. Wat hoger gelegen liep de weg en daarachter lagen de bergen, die met pijnbomen begroeid waren.
Ik nam niet de tijd mijn koffer uit te pakken en liet deze ongeopend in de kamer staan.
Het uitzicht was adembenemend. Om aan het strand te komen moest ik nog verder naar beneden gaan. Maar dat bewaarde ik voor de volgende dag.
Het hotel lag aan een baai, met aan de overkant een landtong waar ik later nog vaak mijn ochtend wandelingetje maakte.
Aan het eind daarvan stond een groot hotel en verder weg lagen kleine verlaten eilandjes.
Uiteindelijk ging ik naar mijn kamer om de koffer uit te pakken en liep dan de trappen naar beneden voor de receptie en dan weer naar boven om de straat te bereiken.
Hier was het leven,"trappetje op en  trappetje af." ( Fitnes training inbegrepen)

zomaar een hotel met haventje in Lapad

     
 Ik liep een paar mensen na, die voor me liepen en kwam op een plaats uit waar het zeer levendig was. Eerst een straatje met een paar winkeltjes die in hoofdzaak souvenirs verkochten en dan een straat waar het ene restaurant na het andere stond.
Wat me niet beviel waren de schommelbanken die overal stonden. De mensen waren daarop aan het wiebelen en namen tussendoor een slokje. Als ik tot het einde van de straat geslenterd was, ging ik terug een zocht een restaurant waar gewone stoelen stonden, om iets te gaan eten. Ik had er een gevonden.
Ik keek in de wachttijd de straat in waar veel mensen liepen. Een schare aan toeristen en mensen die hier leefden en goed te herkennen waren. Zij liepen in hun zondagse kleren , meestal achter een kinderwagen of met een stel kinderen waarmee ze liepen te showen.
Dat waren de eerste indrukken van een land waar ik voor de eerste keer was.
De volgende morgen huurde ik een bed aan het strand van het hotel. Ook niet gasten van het hotel konden het zich hier gemakkelijk maken.
Het heldere blauwe water lokte me om er heen te rennen

en een stuk te gaan zwemmen. Maar de grote kiezelstenen waaruit het strand bestond, hielden me er van af, mijn blote voeten op de grond te zetten. Even later deed ik het toch mezelf aan.
Met veel pijn liep ik over de stenen om in het heerlijke zeewater te zwemmen.
Het was een paradijs hier, als je de stenen niet voelde.
De dag er op wandelde ik  over een smal pad dat tussen de bomen door liep, waar het aangenaam koel was, over de landtong  tegenover.
Onderweg kwam ik poezen tegen die behoefte aan wat liefde hadden. Tenslotte was ik aan het einde gekomen, waar een groot hotel lag. Voor mij was het te afgelegen hier. Vandaar kon ik het eilandje zien, waar een kerkje op stond en verder alleen uit rotsen bestond.
Later lag ik weer aan het strand.
Intussen had ik er genoeg van om de mensen te bekijken, die dagelijks dezelfden  waren.
Een dag later liep ik naar de bushalte dat tegenover het hotel was, om naar Dubrovnik te rijden.

Kroatisch strand

Het was nog vroeg in de morgen, daarom was het nog tamelijk rustig.
Ik liep door de Port Pile en kwam in de Stradun, de hoofdstraat van het kleine ommuurde stadje. Links en rechts zijn barokhuisjes die intussen winkels waren geworden. Langzaam opende ze hun deuren.
Aan het einde van de straat staat de klokkentoren ,achter de Onofriobron, die elk uur door twee bronzen figuren, geslagen werden. Daar weer tegenover het Clarissenklooster. Vandaar liep ik een stukje nar rechts, aan oude gebouwen voorbij, die na de aardbeving en de oorlog weer opgebouwd zijn. Zo kwam ik bij het haventje.
Dan wandelde ik door de smalle zijstraatjes en kwam weer bij de Port Pile uit.
Ik ging nog eens terug en zocht het aquarium. Daar was ik al snel uitgekeken omdat het erg klein was. Weer liep ik terg naar de Port Pile ingang, waar de ene
bus na de andere stopte om hun toeristen uit te laden die naar de stad dromden. Intussen had ik genoeg van de mensenmassa en liep een trapje af naar beneden, waar een parkje was.

Dubrovnik. Onofriobron

Stradun. Hoofdstraat van Dubrovnik
Ondanks dat ik onder een bruggetje door moest waar het sterk naar urine rook, was dit plekje "liefde op het eerste gezicht."
Ik ging op een muurtje zitten aan de voet van het Fort Bohar, waar de duiven in degaten van de muur naar binnen vlogen. Voor me zag ik het Fort van Saint Lauwrence, dat op rotsen gebouwd is. Daaronder sloegen de golven die in het blauwe water ontstonden, tegen de rotsen.
Hoe stil was het hier. Terwijl er honderden toeristen een paar meter boven mij, naar de oude stad gingen. ik genoot van de rust en idylle. Het was niet te geloven dat  in deze hektiek een klein stukje paradijs ligt.
Na een paar dagen ging ik naar Montenegro, dat een verhaal op zich is.
( Zie Montenegro - red)
Een andere dag ging ik op eigen houtje met een bus naar Cavtat, dat schilderachtig tussen pijnbomen en cipressen ligt.
Het is een gezellig klein plaatsje. Achter het kerkje aan de oever, kan je over het schiereiland rond lopen. Bij helder weer is over de

zee, Dubrovnik te zien, dat op een afstand van negentien kilometer

Fort Bokar

over de weg, ligt. Weer een andere dag ging ik met de bus in de richting van Cavtat. Ik wilde naar Srebreno gaan.
De bus ging weer over de weg, ver boven de zee, aan Dubrovnik voorbij. Na ongeveer vijftien kilometer boog de bus naar links af en reed door een dorpje waar bijna alleen nieuwe huizen staan. Dan kwamen we weer op de hoofdweg en reed in de richting Dubrovnik, leek wel. Hier moest ik uitstappen. Ik liep over de straat en stapte het dorpje in. Als eerste waren uitgebrande huizen, vol met schietgaten, te zien.
Dan wandelde ik verder en kwam bij een gebouw dat ooit een hotel geweest was.
Het had geen dak meer en was totaal uitgebrand. Ook de meeste ramen ontbraken. Een stukje verder kwam ik aan de kust van deze baai. Het was erg rustig hier. ik ging een stuk naar links, een heuveltje op.
Daar stond een groot modern hotel, dat nieuw gebouwd was. De baai was prachtig, maar erg verlaten.
Wie wil er ook vakantie houden tussen de resten van een voorbije oorlog? De vakantie liep al bijna ten einde en ik schaamde me bijna dat ik nog niet de moed had gehad om de muur van Dubrovnik te beklimmen.
Vroeg in de morgen reed ik heen om die nalatigheid recht te zetten. Het was nog erg rustig.
Direct achter de "Pile" toren, daar waar de muur het hoogst  is, betaalde ik de prijs om te mogen klimmen. Toen ik boven aangekomen was, moest mijn gezicht wel knalrood zijn geweest. Het begon al weer erg warm te worden. Maar het uitzicht dat ik had, was de moeite meer dan waard.
De hele stad lag een eind beneden mij. De oude huisjes, kerken en musea. Daarachter het eilandje "Lokrum"
Nadat ik weer een beetje bijgekomen was begon ik de rondgang. In het begin leek het er op dat ik de enige was om deze tour te maken. Maar aan de andere kant van de stad kwamen ook mensen hijgend naar boven, terwijl de stijgingen een stuk minder waren, als die ik achter de rug had.
Zo moesten die mensen nog vaker gaan klimmen.
Vanaf dat punt kon ik op het haventje kijken en als ik nog iets verder was

"even" de stadsmuur beklimmen.......

doorgelopen op het fort van St. Lauwrence. Maar mijn hart klopte al van opwinding als ik dacht aan de rust tegenover het fort. Intussen waren nog meer groepen gekomen.
Ik moest me bijna door de mensenmassa heen worstelen om verder te komen en was blij eindelijk het punt bereikt te hebben, waar ik begonnen was. Vlug ging ik de stad uit om weer bij mijn geliefd plaatsje te komen, waar ik alleen was. Vandaar zag ik een paar moedige mensen die omhoog naar het fort klommen.
Toen ik uitgerust was, besloot ik dat ook te gaan doen.
Ik moest de drukke straat op om naast een groot restaurant enkele trapjes af te gaan. Dan stond ik voor de leuke huisjes, die ik van de andere kant gezien had. Nu moest ik weer een eind omhoog klimmen, tot ik bij de ingang van het fort was gekomen, waar ik over de hoogste punten van de muren kijken kon en zag de daken van de huizen die er onder verstopt waren. Ik vond het niet nodig het fort in te gaan om nog verder te stijgen. Van hier had ik al een heerlijk uitzicht.
Tenslotte ging ik naar de stopplaats voor de bussen.
Hoewel hier veel bussen kwamen die in verschillende richtingen en

Fort St. Lawrence

veel mensen stonden te wachten, was er geen dakje om je te beschermen tegen de felle zon. Ik zocht een beetje schaduw onder een tak van een struik. Het was niet veel, maar ik had toch het gevoel een beetje bescherming te hebben.
Bussen kwamen en gingen.
Mensen stegen in en uit. Het duurde lang voordat mijn bus kwam.
Toen hij er eindelijk aan kwam, schoten de mensen er heen. ik stond in het midden van de rij. Toen ik bijna bij de ingang was, probeerde twee yugoslavische vrouwen voor te kruipen. De ene was het al gelukt om zich voor me te dringen. Ze lachten en praten met elkaar. De tweede probeerde mij tegen te houden. Nu werd ik toch een beetje kwaad. In de winkels dringt het volk aan je voorbij om eerder bij de kassa te komen en nu bij de bus, wilden ze ook voordringen.
Ik dacht : " Als dit armoedige land zich aan de toeristen wil verrijken, dan moeten ze de mensen ook zo opvoeden dat ze een beetje respect voor ze hebben."Voordat de vrouw aan mij voorbij kon gaan, stootte ik met geweld mijn elleboog in haar dikke borst, waardoor ze toch even buiten gevecht

De bushalte in Dubrovnik

gesteld was. Ik stapte in de bus en zij kwam later.
Intussen had ik weer veel dingen gezien en beleefd. Ook een uitstapje naar het schiereiland Peljesac, naar Korcula, dat weer een verhaal op zich is.
De dag was weer gekomen om mijn koffertje te pakken en naar huis te gaan.
Dag prachtig land.
Dag mensen, die nog een lesje nodig hebben om met hun "toekomst" te leren leven.
                                           Joyce

printversie

123.2005