Homepage

Kuala Lumpur
Tekst: Joyce Frey
Reistijd: februari 2001

 

Kuala Lumpur

start  MaleisiŽ

Kuala Lumpur - Penang

Penang - Cherating

Cherating

       
Ik was al een paar dagen onderweg. Twee dagen op eigen houtje in het steriele Singapore. Dan werd ik naar de grens gebracht; ik moest de auto uit en door een gebouw lopen dat op een vliegtuighal leek. Daar moest ik verschillende controles over me laten heen gaan, om in Malaysia uit het gebouw te mogen. Daar stond een jongeman me op te wachten.
Hij noemde zich Tom en stamde uit China. We liepen naar een witte auto, waar Loo op ons zat te wachten.
Loo kwam uit Myanmar ( Birma)  We reden naar Melaka, waar ik natuurlijk de rode Hollandse kerk en andere dingen moest bekijken. De volgende dag reden we naar Kuala Lumpur.
Omdat wij vrij waren en met andere toeristen geen rekening hoefden te houden, konden we de dag indelen zoals we dat zelf wilden.
Eerst gingen we naar het koninklijk paleis. De man hield van paarden want er waren meer paardenstallen te zien dan andere gebouwen.
Daar na reden we naar de Chinese tempel, die op een heuvel gebouwd was. Van daar had ik een prachtig uitzicht over de stad.
Hoewel dit een enorme grote stad is, leek het er niet op.
Tussen de hoge gebouwen, liggen parken, die het leven toch aangenaam maakte.

Dan reden we naar het vrijheidsinstituut, dat natuurlijk in een park lag.

Hollandse kerk in Melaka

Veel goud was te zien. Maar dat interesseerde me niet zo. Tussen de bloemen door kon ik de spitsen van de wolkenkrabbers zien. De moskee die op het programma stond, bezochten we niet, want ik had van m'n leven al meer
van die gebouwen gezien dan me lief is. We reden naar een orchideeŽnfarm. Honderden verschillende soorten groeide daar.
Tom zei dat ook hij liever bloemen zag, dan de moskee. Toen we genoeg van de prachtige bloemen hadden, reden we weer in richting van de stad.  Daar bezichtigde ik het oude station.
Een prachtig gebouw uit de renesance tijd. Later liepen we door de Chinese wijk. Zoals in Melake, had Tom ook hier veel bekenden, waarmee hij steeds een praatje maakte. Over de straten hingen lampions en de winkels zagen er allemaal kleurig uit. In een nauw straatje, stond tussen de huizen en bedrijven een kleurige Indische tempel.
Als je er niet op gewezen werd, zou je hier zo voorbij lopen.
Later kwamen we bij de oude parlementsgebouwen.

OrchideeŽnfarm bij Kuala Lumpur

Achter de koloniale gebouwen stonden kleine wolkenkrabbers.
Ik was onder de indruk van dit grote contrast. Hier in Kuala Lumpur schijnt alles mogelijk te zijn. Zoals bijvoorbeeld een stad met meer als één miljoen inwoners in een park te zetten.
Pas laat in de middag kwam ik in mijn hotel aan. Het lag in de Sultan Ismailstraat. Een druk punt. Maar zoals ik de volgende dag merkte, lag het vlak bij de parlementsgebouwen.
Tegen de avond kwam Loo me halen om uit eten te gaan.
Tom z'n familie woonde hier. Hij had ze in weken niet meer gezien. De jongeman probeerde het iedereen naar de zin te maken.
Zijn familie en mij.
Voordat hij met mij op stap moest, had hij een groep gehad van negentig personen. Hij was met ze op Borneo geweest en genoot er nu van een beetje zijn eigen leven te gaan. Zij vrouw werkte voor een vliegbedrijf en was zelden thuis. Ze hadden twee kinderen en die werden verzorgd door een kindermeisje uit Vietnam. Dat meisje verdiende driehonderd Euro in de maand.
Buiten de stad kwamen we bij een vreselijk groot restaurant.
Tom stond daar al om me binnen te loodsen. Hij liet me het enorme buffet zien en wees me dan een tafel aan, dicht bij de

uitgang. Hij vertrok en beloofde me weer op tijd te zullen

Centrum Kuala Lumpur

ophalen. Nadat hij vertrokken was ging ik mijn bord vol exotische groenten, rijst en nudels scheppen. Intussen liep de zaal vol met toeristen. Grote groepen kwamen binnen. Het serverend personeel rende rond om de mensen van drankjes te voorzien.
Op het podium, aan de andere kant van de zaal, werd tijdens het eten een Aziatische show opgevoerd. Aziatische dansen kon ik zien, als er tenminste geen serveersters voor me liepen. Maar ik had al zo veel van die dansen gezien, dat het gebeuren in de zaal me meer interesseerde dan alles op het podium. Voordat de show afgelopen was, zag ik Tom bij de uitgang staan. Hij maakte een gebaar dat ik komen moest.
Ik liep naar hem toe. Hij zei dat we moesten weggaan, voordat de grote stroom op gang kwam. Want dan kon het uren duren voor je hier vandaan kon komen.
Loo  wachte een eind verder op de volle parkeerplaats  Ik kon begrijpen dat het een janboel zou worden als iedereen tegelijk wou vertrekken. Onderweg kon ik in de verte de Petronastowers zien. Tom vroeg of ik ze wou fotograferen.
Natuurlijk wilde ik dat. Hij liet Loo naar een plaats rijden, waar die gebouwen beter te zien waren.
De volgende morgen had ik vrij gekregen. We hadden tempels en moskeeŽn uit het programma geschrapt. Daar voor in de plaats had Tom in de avond een verassing voor me. Het zou mij, als natuur liefhebber bevallen. Ik was zeer benieuwd.
Ik stapte uit om die gigantische torens, die in hun nachtelijke belichting van kristal leken te zijn, te fotograferen.
Het duurde een eeuwigheid voordat mijn luie camera eindelijk bereid was een beeld te maken. Tom stapte later uit en liet Loo me naar het hotel brengen.

Petras towers

In de ochtend liep ik naar de parlementsgebouwen en wilde een paar foto's maken.
Mijn camera gaf de geest. Ik dacht in mijn koffer een reservebatterij te hebben, die ik voor de vakantie had gekocht.
Ik liep terug naar het hotel om mijn koffer te onderzoeken. Ik vond de batterij niet en dacht dat die thuis nog in de la zou liggen. Onderweg was ik langs een groot warenhuis gelopen, waar ik op de zesde verdieping een aardige vrouw vond, die de batterij in de camera deed en de datum opnieuw instelde. Daarna liep ik weer naar de gebouwen om te fotograferen.
In de middag werd ik van het hotel afgehaald. We gingen de grootste zinkfabriek ter wereld bezoeken. In Kuala Lumpur hebben ze alles het grootste en beste van de wereld. Zoals ook de Petronastorens, die hoogste toren van de wereld zijn.
Dan volgde een bezoek aan een batikweverij en als hoogtepunt de Batu druipsteen kathedraal. Op de plaats er voor, zochten een hoop duiven naar voedsel.
Een paar kleine restaurantjes waren in de buurt. Ik keek naar de trappen die omhoog gingen. Tom en Loo waren al rap naar een restaurantje onder een afdakje gegaan. Tom zei dat ik naar boven moest gaan. Hijzelf wilde niet mee, omdat hij een paar dagen eerder al boven was geweest tijdens een feest.
Ik had er geen zin in zo hoog te klimmen. Tom zei dat ik minstens een paar treden moest proberen.  Ik dacht dat ik hem dat pleziertje maar moest doen. ik begon de trappen op te lopen en dacht er al aan om terug te keren.
Toen kwam er een groepje scholieren voorbij. Ja toen dacht ik; "wat zij kunnen, kan ik ook". En zo liep ik toch naar boven. Onderweg moest ik wel een paar keer blijven staan om te zien hoe het er beneden mij uit zag.
Ik was aangekomen. Boven waren grotten. ik moest weer een paar treden afdalen om bij een plaats te komen waar een paar altaren stonden. Daarna moest ik weer de trap op om het hoofd altaar te zien.

Bergen afval lagen overal. Duiven, kippen en apen liepen overal rond en het stonk

Batu druipsteen kathedraal

er vreselijk.Ik liep weer terug naar de altaren. Een mis of zoiets werd opgedragen. Een monnik deed daar zijn werk.
Ik liep er rustig voorbij.
Dan weer de trappen op om weer bij de trappen naar beneden te komen.
Beneden aangekomen zocht ik Tom. Hij zwaaide me vanuit een restaurant toe. Ik liep op hem af en vroeg of ik een plaats in de hemel had verdiend, omdat ik Loo, die al veel te dik was, zat over een bord vol eten gebogen..
Tom dronk een cola en sprak met vrienden, die hier ook toeristen hadden afgezet. Na een paar slokken kokosmelk mengde ik me ook in het gesprek. Tot de avond zaten we daar.
Dan reden we tot mijn verbazing een heel eind weg. Ik dacht dat Tom een privé aangelegenheid moest doen en mij daarvoor nodig had, omdat we vrij waren. Loo stopte de wagen op een parkeerplaats voor een restaurant dat op een plateau over de rivier lag.
Daar kregen we een heerlijke maaltijd geserveerd en dronken kannen thee, daarbij. De jongens schenen geen haast te hebben.
Zelfs Loo, die altijd erg stil was, begon te vertellen. hij zou graag een eigen zaak willen beginnen.
Op het moment dat Loo naar de WC ging, vertelde Tom dat hij vroeger een eigen zaak had gehad en die was over de kop gegaan. Ik kon me Loo niet als zakenman voorstellen. Hij was in mijn ogen te gevoelig om een zakenman te zijn.
Later reden we nog een eind. We stopten op een parkeerplaats aan de rivier.
Tom en ik liepen naar de oever. Daar lag een roeibootje met roeier op ons te wachten.
We stapten in. Het was pikdonker. Zo stil als mogelijk roeide de man over de rivier. Na een poosje fluisterde Tom dat ik in de richting moest kijken die hij aanwees.

Batu kathedraal. Interieur

 Ik dacht; " Het is kerstmis" In de struiken en de bomen langs de oever branden
duizenden lichtjes.Ik vroeg wat dat was. Met plezier vertelde Tom, dat dit de verrassing was. Het waren gloeiwurmpjes.
Eerst dacht ik, Walt Disney was hier aan het werk geweest. Toch als kleine lichtjes langs me vlogen, moest ik toch denken, dat dit echt was.
Ik had al meer gloeiwurmpjes gezien, maar nog nooit in deze dimensie. We gingen nog een poos over de rivier.
Ik kon horen, dat ook andere roeibootjes onderweg waren. Ik hoorde dat andere roeispanen zacht in het water plonsde en mensen met elkaar fluisterden. Ik was niet de enige, die dit wonder met de eigen ogen kon zien.
Na een poos voeren we weer aan het oever en zochten de Auto op de parkeerplaats. Loo zat er in en las in een krant.
Als we weg reden vertelde hij, dat op Borneo oorlog dreigde uit te breken.
Ze hadden er al meer over gesproken, dat de Malayers en IndonesiŽrs niet zo gelukkig met elkaar waren.
Toch de oorlog werd niet werkelijkheid.
De conflicten werden met de tijd opgelost en de mensen konden in vrede met elkaar leven.
Onderweg zetten we Tom af en Loo bracht me in het hotel.
Het was al bijna nacht als we aankwamen.

 

     

  Joyce

 

printversie

 
131.2005