Homepage

Van Penang naar Cherating
Tekst: Joyce Frey
Reistijd: februari 2001

 

Cherating

start  MaleisiŽ

Kuala Lumpur

Kuala Lumpur - Penang

Cherating

       
In de morgen braken we op.  Loo, mijn chauffeur, waarmee ik al een week onderweg was en ik.
Van Tom, een van mijn beste reisleiders, had ik gisteravond afscheid moeten nemen. Hij moest terug naar Kuala Lumpur.
Ik had een nieuwe gids gekregen. Een reis van 400 KM stond ons te wachten.
Loo had een cassette met piano gejengel in zijn cassettedeck geschoven, dat hem wakker moest houden. Bij die klanken sliep ik al bijna in.
Maar omdat we al eens bijna ruzie hadden gekregen over zijn muziekkeuze, liet ik hem zijn muziek en concentreerde ik me op het prachtige landschap.
De eerste uren sliep Guna, mijn nieuwe gids, in de auto.
Ik dacht dat het de schuld van de muziek was.
Later vertelde hij me van zijn vermoeiende laatste weken.
Hij was met twintig toeristen onderweg geweest.
Tenslotte had hij een deel naar het vliegveld moeten brengen en een ander deel naar een eiland. Toen moest hij naar Penang vliegen, met een vlucht die twee uur vertraging had. Hij had weinig kunnen slapen, totdat hij mij in ontvangst moest nemen. Nu kon ik hem vergeven.

omgeving Tanah Merah-op weg naar Kota Bharu

Maar hij kon niet tippen aan de sympathie die ik voor Tom heb gehad. Bij lange niet. We reden over bergen en door eindeloze
oerwouden. Zoals bij ons in bosrijke wegen borden langs de weg staan, die voor overstekende herten waarschuwen, zo stonden hier borden met olifanten erop.
Ik vroeg me af wat er zou gebeuren als een auto met een vaart van 110 KM per uur, tegen een olifant zou botsen. Onder weg maakten we nog een paar stops en  kwamen in de late namiddag in Kota Bharu aan. De stad beviel me niet. Het hotel was groot en hypermodern, wat me ook niet beviel. Ik moest zelfs naar de receptie om te vragen hoe  het licht aan ging.
Ik had een klein kastje op een tafeltje naast mijn bed, waarmee je op afstand je radio, TV, de wekker en het licht kon bedienen.
Later ging ik in mijn eentje de straat op. Een eind van het luxe hotel waren straten met veel verkeer. Hier reden geen moderne auto's, zoals aan de aan de westkust.
Oude schroothopen rookten en hoesten door de straten.
Een paar winkels waren te zien. Die konden nog uit de tijd van onze grootouders stammen.
Ik was blij hier maar een dag te hoeven blijven. Het beviel me hier helemaal niet.

Luxe hotel in Kota Bharu

De volgende morgen maakte Guna een montere indruk. Hij scheen ook weer bij de mensen te zijn.
Als eerste reden we naar een markt. Dat was wel bijzonder.
Het was in een gebouw. Op de grond stonden korven met kruiden in alle kleuren en smaken. In de etages er boven werd van alles verkocht.
Van kleren tot radio's. Als je van de bovenste verdieping naar beneden keek, zag pas goed de verschillende kleuren van de kruiden.
Op een kleine plaats, hier niet ver vandaan, liet een oude man zien wat je allemaal met een tol kunt doen. Het deed me aan mijn kinderjaren terug denken, als ik een touwtje om de tol wikkelde om het aan het rollen te krijgen.
En dan maar toezien hoe het stukje hout over de straat danste.
Dit oude manneke vertoonde kunststukjes die ik nooit kon.
Hij zette het op een plankje hout, ving het op en zette het weer op de grond, waar het ijverig verder tolde. Daarnaast was een zilversmid waar ik een kijkje moest nemen. Er was ook brokaatweverij.
Later bekeken we het Kelestan museum. Dat was een oud koningspaleis.

Kleurrijke markthal in Kota Bharu

Het zag er wel aardig uit. Je kon echt een indruk krijgen hoe de majesteit, vroeger met zijn familie, geleefd had.
We reden weer een heel eind tot we eindelijk bij de zee kwamen.
In een hutje kon ik een man zien, die kleine visjes droogde.
Ik vroeg me af, wat je met die miniatuurtjes kon doen.
Later kwam ik op een plaats waar grote vaten half in de bodem stonden.
Die waren volgestopt met vissen, die daar weken lang in moesten rotten.
Als ze helemaal verrot waren, zouden ze een heerlijke jus zijn. " Pfuuui".
Ik hoopte het nooit opgetafeld te krijgen.
Niet veel verder kwamen we bij het strand, waar Guna en ik een stuk liepen. In een bocht waar palmen groeide, lagen een paar vissersboten op een eenzaam strand.
Ze waren in gezellige kleuren beschilderd
We zaten een tijd aan het strand en keken toe op de golven die zwak op het strand neersloegen. We hadden geen haast om verder te komen.

gezellig gekleurde schepen op het palmenstrand

Hoewel we ons reisprogramma rustig afwerkten, waren we steeds te vroeg klaar, omdat ik de enige toerist was. Als we later in Kuala Terengganu aan kwamen, bekeken we eerst het sultans paleis. Die moderne gebouwen en sculpturen, die in een park ingebed lagen, werkte fascinerend.
Omdat het vroeg in de middag was, kreeg ik het aanbod naar een schiereiland te varen om een scheepswerf te bekijken. Voor de over vaart, heen en terug,  moest ik 7 Euro betalen.
Dat deed ik graag, want het was veel te vroeg om in een vervelend hotel te zitten.
Guna had een boot kunnen krijgen, met manschappen. Voor we op de bus stapten, had Loo blikjes met limonade gehaald. Ieder van ons kreeg er een. De boot ging langs de inham van de zee, naar het dorp aan de overkant.
Hoe zou daar blijven liggen, tot we terug wilden gaan.
Guna vroeg een paar mensen naar de man die hij zocht. Tenslotte kwamen we bij de werf aan. Een oude man kwam met vreugde naar ons toe.Hij liet een fotoalbum zien van boten die hij gebouwd had.

De scheepswerf van Kuala Terengganu

Het waren prachtige schepen, waar Hollanders, Zwitsers, Engelsen en Amerikanen, nu mee pronkten. Dan mochten we een schip in de bouwfase zien. Loo en Guna waren zeer belangstellend.
Na de rondleiding liepen we door het kleine plaatsje. Zelfs Loo liep mee.
Toen ik een paartje tegen kwam dat Nederlands sprak en er zeer verveeld uitzagen, begroete ik ze op z'n Hollands.
Ze hadden er plezier in een landsvrouw tegen te komen.
We praten over onze reizen.
Tenslotte vertelden ze dat ze tot zes uur hier vast zaten, omdat er voor die tijd geen boot naar Kuala Terenganu terug ging. En daar moesten ze heen.
Ik sprak met "mijn" jongens over het probleem.
Ze waren direct bereid die twee met onze boot mee te nemen.
Zo had ik een gezellige vaart terug met mensen waarmee ik leuk kon babbelen.
Toen ik later in de auto mijn reispapieren door keek, zag ik een probleem op ons afkomen. Ik had voor deze nacht twee hotels.
Omdat ik er geen zin in had om midden in de nacht naar een ander hotel te moeten, vroeg ik Guna om zijn baas te bellen en te vragen waar

In het centrum van Kuala Terengganu

ik slapen moest. Tenslotte waren ze het er over eens geworden, welk hotel ik kreeg.
De volgende morgen moest ik mij haasten om nog eten te krijgen, want de wekdienst had niet gefunctioneerd. Mijn begeleiders en ik kwamen tegelijk in de eetzaal en gingen gezellig bij elkaar zitten. Loo verwende me met appelsap.
Ik vroeg me op dat moment af of het Tom ernst was geweest, mij met Loo te koppelen. Omdat we geen haast hadden bleven we in alle rust een poosje zitten en lieten ons goed gaan. Dan ging de reis verder. Eerst naar een museum, waar ze alles over de schildpadden, die hier geboren waren, lieten zien. Die beesten dreigden uit te sterven, omdat de Chinezen de eieren uitgroeven om die te eten. Het zou hun potentie verhogen. Maar ook vogels vraten die beestjes, voor ze in de zee terecht kwamen.

Zťťr geliefd beestje

Daar werden ze dan weer bedreigd door de roofvissen, die een babyschildpadje wel
.lekker vonden Nu zorgden de mensen er voor, dat de eerste twee risico's uitgeschakeld werden.
De broedplaatsen werden bewaakt. Als de schildpadden uit het ei gekropen waren, werden ze in zee gegooid. Tegen de roofvissen, kon niemand iets ondernemen.
Toch is er bereikt, dat de laatste dertig jaar, de reuze schildpadden zich hadden vermeerderd.
Hoewel we laat vertrokken waren, was het te vroeg om naar het hotel te gaan.
Loo stopte bij een mangrovepark. Hij bleef in de auto om de krant te lezen. Guna en ik liepen door de prachtige mangrove.
Smalle paadjes en bruggetjes gingen door het vochtige gebied.
Vlinders, vogels en insecten voelden zich hier thuis.
Onder een bruggetje keek ik naar beneden en zag een prachtige leguaan.Ik trok Guna aan zijn arm en hield een vinger voor mijn mond om

hem duidelijk te maken, stil te zijn.

In de mangrove

Dan wees ik hem naar het reptiel onder ons, dat niet scheen te weten welke kant hij uit moest. Dan verdween hij snel onder de mangrove. Het leek een sprookje te zien hier. Maar alles kende zijn einde. Ook wij moesten weer verder gaan.
Niet ver van deze plaats lag een park aan zee, waar kleine huisjes stonden.
Deze huisjes werden benut door trekkers, die alleen maar even slapen wilden.
Later kwamen we nog langs een prachtige moskee, waar ik gelukkig niet in hoefde te gaan.
Tegen de avond werd ik naar mijn hotel gebracht. Ik had al gehoopt om eindelijk na twee weken ( mijn Singapur dagen inbegrepen) mijn koffer te kunnen uitpakken ik was nu in Cherating aangekomen. Maar dit was nog niet het einde en ook niet mijn laatste hotel. Op straat zag ik een paar winkeltjes en restaurants. Maar het zag er toch niet levendig uit.
De volgende morgen reden we naar de kust, waar de vissersboten aangekomen waren. Hun vangsten werden direct vanaf de boot verkocht.

Cherating beach

Het dorp lag nog in de mist , maar het zicht was toch voldoende om te zien wat
er in de boot lag. Even later gingen we kijken hoe een aap een kokosnoot uit een boom haalde.
De eigenaar van de aap wilde tien riggits van me hebben om de show te mogen bekijken. Guna zei dat ik niet moest betalen, omdat de aap toch al in de top van de palm zat.
Toen de aap de noot gehaald had, mocht de eerste die twee riggits gaf, de noot hebben. Guna rende naar de man en gaf hem zijn geld.
De aap was beneden gekomen en legde de noot op de grond. Er werden gaten in de noot gemaakt en dan een rietje naar binnen geschoven.
Ik kreeg de noot en mocht het sap drinken.
Maar omdat in zo'n ding wel een liter kokosmelk zat, had ik na een paar slokken genoeg.Ik kon de noot niet mee de auto innemen en vroeg aan Guna wat ik er mee aan moest. Hij zei; "Je kan het de aap geven." De apenbezitter nam de noot en zette de zware vrucht op de grond. Hij zei tot de paar toeristen die toekeken, dat ze opzij moesten gaan. Ik kreeg een ereplaats om het gebeuren te fotograferen. Toen mocht de aap komen om zijn cadeau in ontvangst te nemen.
Hij zette zijn bek aan het rietje en begon te drinken.
Ach, hoe leek dat beest toch op ons. De aap had zijn buikje gevuld.
De show was afgelopen en het was nog steeds te vroeg om naar het nieuwe hotel te gaan. Daarom gingen we naar een plantage, waar suiker uit palmen werd gemaakt. Het eindresultaat

omgeving Cherating

mocht ik proeven. Het was afschuwelijk zoet. Na het eten, dat we dicht bij het hotel verorberden, kon ik naar mijn hotel voor de komende twee weken verhuizen. Ik haalde mijn koffer.
Guna legde het in de kofferbak van de auto. We reden nu naar het andere hotel. Hadden ze niet beter mij een dag eerder hier kunnen laten wonen ?

Het was weer tijd om afscheid te nemen. Loo en Guna moesten naar Kuala Lumpur rijden. Loo had gehoopt dat hij hierheen was gestuurd om me naar Singapur te brengen. Hij zei dat hij me graag nog eens wilde zien. Tom had al eens gevraagd of ik niet zijn vrouw wilde worden. Natuurlijk wilde ik hem niet. Ik heb Loo nooit meer gezien.


     

  Joyce

printversie

133.2005