Amerika - Mexico - Mexico en Belize - Caye Caulker

Belize
Tekst en foto's: Sammy Tempels
Reistijd: augustus 2010

 Caye Caulker

 

     
 
Belize - Caye Caulker
Belize is een redelijk onbekend land in Latijns Amerika. Het ligt ergens weggestoken tussen Mexico, Guatemala en Honduras. Het vasteland heeft iets minder te bieden maar dit wordt ruimschoots gecompenseerd door de vele fantastische duik- en snorkelspots die het land heeft.
 

Het meest bekende is waarschijnlijk de “blue hole”. De blue hole is een saffierblauwe cirkel met een doorsnede van 300m en een diepte van 130m waar zelfs Cousteau zijn duikerspak heeft aangetrokken. Verder heb je hier het Hol Chan Marine Reserve. Dit is de plek waar je kan snorkelen met verpleegsterhaaien en roggen. Wat wij gaan doen uiteraard.

Het ontbijt in hotel Marlon Heroes is op zijn minst opmerkelijk! Ontbijt is inbegrepen in de prijs maar blijkbaar telt dit alleen voor koffie, boterhammen en confituur. De koffie is niet te drinken en ik vraag me nog altijd af hoe je een boterham zo smerig kan laten smaken. Ooit zure boterhammen geheten?

We zitten dus redelijk vroeg achter het stuur en vertrekken vol goede moed naar de grens met Belize.

Twintig minuten later staan we aan de grens en nu gaan we zien of onze “permit” van het autoverhuurbedrijf enige waarde heeft of niet. Aan de grens is het een drukte en wanneer we stoppen hebben we meteen prijs: een “vriendelijke” man neemt ons op sleeptouw en helpt ons met alle formaliteiten. Hij brengt ons naar een officieel uitziende beambte waar we 200MXP/pp betalken om het land te verlaten. Later blijkt dat dit inderdaad klopt.
 
Wanneer je Mexico verlaat met het vliegtuig zit dit bedrag al in je ticket inbegrepen, met de auto het land uit betekent bijbetalen!

We rijden de grens over en onze redder in nood heeft naast mij plaatsgenomen. We moeten stoppen aan een klein gebouwtje waar onze auto besproeid wordt met een disinfecterend middel. Ook hier krijgen we officiële papieren dus we vermoeden dat allen goed is tot we de prijs horen: 10 dollar!

Later blijkt dat deze behandeling echt wel verplicht was alleen... de 10 dollar hadden 10... Belizische dollars moeten zijn!!! Dus toch in het zak gezet. Mensen die naar Belize rijden let op! In Belize spreken ze de prijzen uit in dollars maar ze bedoelen wel degelijk Belizische dollars.


We rijden tot vlakbij de grensovergang waar we een groot gebouw in moeten met onze papieren en daar zal beslist worden of we het land binnen mogen of niet. Ons eerste contact verloopt niet te goed want de douane beambte van dienst vertelt ons onmiddellijk dat hij en hij alleen beslist of we zijn land binnenkomen of niet.
 

We worden doorverwezen naar de dienst immigratie aan balie 2 waar de behandeling al veel vriendelijker is.

De documenten worden grondig nagekeken en tot onze grote vreugde komt er een stempel op. Fase één is gelukt, de autopapieren zijn goedgekeurd. Is er toch iets goed aan Cancun Rent a Car.


Er wordt ons wel duidelijk gemaakt dat wanneer we geen verzekering nemen voor de wagen (in Belize is dit niet verplicht) we alle kosten bij ongeval of diefstal zelf zullen moeten vergoeden. 100m verder is echter een verzekeringskantoor en we beloven de man om een verzekering af te sluiten. Terug naar balie 1 bij onze onvriendelijke vriend van daarnet met onze afgestempelde papieren.
 

Blijkbaar is zijn vertrouwen in zijn collega groot of zien wij er een stuk sympathieker uit dan daarnet want ineens is er van wantrouwen of onvriendelijkheid geen spoor meer. Onze pasporten worden afgestempeld, we krijgen de nodige documenten en worden verzocht om onze koffers voor controle uit de wagen te halen.

Op de parking sleuren we in de hitte alles uit de kofferbak en als muilezels bepakt stappen we terug het gebouw binnen waar ondertussen iedereen verdwenen is. Uiteindelijk komt er iemand met zijn hoofd vanachter een hoek, bekijkt ons van op 100m afstand en zegt dat we alles terug in de wagen mogen zetten.

Ik bijt op mijn tanden en tel tot tien maar het lukt me om vriendelijk glimlachend buiten te stappen.

Anouck en Largo moeten aan het gebouw blijven staan, enkel ik mag weer de grens over om de wagen op te halen. Enkele minuten later lukt het me dan toch om de grens over te rijden en ik ben zelfs zo vriendelijk om Anouck & Largo op te pikken. Een paar meter verder sluiten we bij een vriendelijke vent een verzekering voor 1 week af (was goedkoper dan voor 3 dagen) en we vertrekken.
 
Belize is een ander land en dat is meteen duidelijk wanneer we aan het rijden zijn. Veel minder verkeer, veel kleinere wegen, slechtere banen en geen wegwijzers. Eén voordeel: bijna alle wegen leiden naar de hoofdstad dus verkeerd rijden is moeilijker dan je denkt.

Eén van de belangrijkste bronnen van inkomen is suikerriet en blijkbaar is dit de periode om te rooien want overal zien we grote stukken riet die van de camion gevallen zijn. Het lijkt wel of gans Belize onder het suikerriet zit.

We rijden naar Belize city, 183km van de grens. Dit is niet de hoofdstad van het land, dat is Belmopan, maar van hieruit kan je de watertaxi naar één van de vele eilanden nemen.

Het binnenland van Belize is ronduit saai te noemen.


Kaarsrechte wegen waar weinig of geen mensen te zien zijn behalve in het handvol dorpjes dat we tegenkomen. Veel woningen staan op palen om de overstromingen in het orkaanseizoen te vlug af te zijn. Merkwaardig is dat plotseling alles hier in het Engels gebeurt.
 

De Beliziaanse dollar is getooid met een prachtige afbeelding van Queen Elisabeth in haar jonge jaren (Belize is een voormalige Britse kolonie) en vooral het uiterlijk van de mensen valt op: ze zijn eerst en vooral al veel donkerder, ze bekijken je anders en ik moet onwillekeurig denken aan slaven en piraten wanneer ik ze zo in het straatbeeld zie.

We komen aan in Belize city en vinden de watertaxi waar het een drukte van jewelste is. Aan de soort mensen te zien dat hier rondhangt is het niet aangeraden om de wagen hier 3 dagen onbewaakt te parkeren. Omdat deze huurwagen niet kan varen of zwemmen zal ik hem toch ergens kwijt moeten kunnen. Een rondvraag bij de plaatselijke agent schept niet meteen goede moed want hij verzekert ons dat als we hier parkeren we binnen 3 dagen zonder wagen een rondreis kunnen maken!

Afros, rasta’s, schooiers en bedelaars houden ons nauwlettend in de gaten. Een man doet ons een verleidelijk voorstel: we mogen de wagen bij hem op de hof tegen een kleine vergoeding parkeren. Een waarschuwende blik van de agent besluit ons om verder te rijden.
 
Eén blok achter de watertaxiterminal is het al een stuk rustiger en vinden we hotel Radisson. Zij hebben het gat in de markt gevonden en bieden tegen betaling een bewaakte parking aan waar de zeldzame toeristen die met de wagen rondtrekken veilig kunnen parkeren. Een pak van ons hart!

Goedkoop is het niet maar een gat in de markt is dit nooit dus we betalen 10USD/per dag en leggen ons neer bij deze enige mogelijkheid om veilig te parkeren. Beter 30USD kwijt dan een volledige wagen.

Om de oversteek naar de eilanden te maken heb je de keuze tussen 2 firma’s. De prijs is vergelijkbaar maar de uren van afvaart zijn verschillend. Let ook op de uren van de terugtocht wanneer je een kaartje retour koopt! We besluiten om met de snelst vertrekkende boot mee te gaan en kopen een kaartje enkele reis. De concurrerende firma heeft betere retourtijden...

We hebben gekozen voor Caye Caulker (spreekt uit als Kiekokeur), het goedkoopste eiland met een zeer aantrekkelijk motto: no shoes, no shirt, no problems!!! Kan niet slecht zijn.


De koffers worden op een kar gelegd, we betalen de tickets (20USD/3pers) en ontspannen bij een drankje met zicht op de baai. Op de juiste tijd worden de passagiers aan boord gelaten en precies op tijd beginnen we aan de 45min durende overtocht.
 

De zee is rustig en we genieten nu al van het mooie, blauwe water.

Bij aankomst is er een kleine teleurstelling: het strand en het water van de kustlijn zijn niet mooi. Vuile algen en zeewier drijven in het water en ook het strand is niet wat je van een paradijselijk strand zou verwachten.

We staan op de koffers te wachten als een vreemd uitziende rasta mij vraagt of ik een hotel wil. Ik antwoord nee en laat de mens verder gerust zoals iedereen doet met mensen die iets willen verkopen waar je geen interesse in hebt, maar zo had deze man het blijkbaar niet begrepen.

Hij begint met mij te vertellen dat ik in het paradijs ben aangekomen en dat ik best een beetje vriendelijker kan zijn. Ik vertel hem vriendelijk dat ik al een hotel geboekt heb waarna hij kwaad de andere toeristen opzoekt.

Rare jongens die mannen uit het paradijs.

Ons hotel, hotel Seaside Cabanas ligt te schitteren vlakbij de aanlegsteiger en is een hotel met kleine laagbouw huisjes met een mooi klein zwembad met zicht op de mooie zee. Verder in zee is het water weer van een onaardse schoonheid.
 
De kamer is goed, hoewel we de speciale familiekamer geboekt hadden met aparte slaapkamers voor Largo en zeezicht maar voor dat zeezicht moet je al heel lenig zijn en je nek enkele centimeters kunnen uitrekken. Tip voor wie dit hotel wil boeken: kamer 17 is het extra geld niet waard!

We verkennen het eiland en merken een totaal andere sfeer dan op Isla Holbox. Ook hier zandwegen en geen verkeer, behalve een occasionele golfkar, maar verder ademt het eiland de hippiesfeer die je denk aan te treffen in Jamaica uit. Het eiland telt 3 hoofdstraten.

Een gps is hier niet nodig en lang hebben ze niet nagedacht over de straatnamen. De eerste straat heet “frontstreet”, de tweede straat heet “middlestreet” en de derde straat heet “back...”. U weet het al.


Behalve winkeltjes met souveniers, bureaus met excursies voor de toeristen en restaurants vind je hier ook alles wat het dagelijkse leven nodig heeft. Het valt ook hier op dat toeristen en eilandbewoners perfect naast en met elkaar kunnen leven. We passeren even bij Raggamuffin tours. Dit bureau heb ik geboekt om met ons overmorgen de boottocht naar Shark Alley en het Hol Chan Marine Reserve te maken.
 

We wandelen naar “de split” als we links van de weg het out-side seaview beauty salon zien. Twee smerige plastic stoelen die op straat staan zijn hier genoeg om een kapsalon te beginnen. Geweldig toch? We lopen verder en komen bij de split. De split is een breuk in het eiland en de eilandbewoners hebben hier de “place to be” van gemaakt.

Bij gebrek aan een mooi strand komen de toeristen en eilandbewoners hier in het mooie helder groene/blauwe water duiken, zwemmen en snorkelen. De split is niet echt breed maar naar de overkant zwemmen is toch een beetje gevaarlijk door de sterke stroming.

Een slimmerik heeft hier een bar geopend vlakbij het water met banken in het water en luide reggea muziek weerklinkt door de boxen.

De sfeer is zeer ontspannen en je kijkt je de ogen uit, niet alleen naar de vele rasta’s die het eiland bevolken maar ook de toeristen zijn hier een ras apart. Geen liefhebbers van grote all-in ressorts hier maar backpackers en hippie’s.
 
Tattoo’s en piercings overal waar je kijkt maar we amuseren en ontspannen ons. Met een flesje bier in de hand bekijken we de zonsondergang en genieten van de zee samen met de ontspannende muziek.

De bediening is aangepast aan het eiland. Je bestelt en je fles bier wordt op de bar voor je neus gegooid. No problems!!! Dit eiland heeft een zeer originele sfeer die je eerder in bv Jamaica verwacht.

's Avonds eten we barracuda steak. We krijgen een mooi dik stuk vis op het bord en het smaakt lekker. We hebben gekozen voor restaurant Tropical Paradise. We eten buiten op het terras wat een speciale sfeer geeft. Het terras grenst namelijk aan het gezellig kleine groene kerkhof. Eén voordeel: het is hier lekker rustig.


Over onze eerste volledige dag Caye Caulker kan ik kort zijn; zon, zee en strand. We hebben enkel logies geboekt maar 's morgens kan je in de bar gratis koffie krijgen met boterkoeken vers van de plaatselijke bakker en dit zolang de voorraad strekt. We blijven in de ochtend in het zwembad van het hotel luieren. Middageten doen we in de Sandbox Bar vlakbij het strand waar ik Chili Con Carne eet.
 

Onder het voorwendsel dat we gaan snorkelen trekken we naar de split waar ik menig flesjes Belizikin, het plaatselijke bier, tot mij neem.

Opvallend is dat, ondanks hun vreemde uiterlijk, de vele rasta’s al een goeie dag zeggen tegen ons of op zijn minst eens vriendelijk lachen. Het is de tweede dag na elkaar dat ze ons hier zien maar we horen er precies al helemaal bij.

Ik schaam me een beetje voor het vooroordeel dat ik tegenover sommigen van hen had. In België heb ik een hekel aan mensen die vooroordelen op basis van uiterlijk hebben en hier doe ik precies hetzelfde.

Dag drie in Belize start winderig. Dat is niet het resultaat van iets verkeerd te eten of van de Belizikin biertjes maar gewoon het weer dat omslaat.

Het zand in de straten vliegt ons rond de oren en de zee is best wild te noemen. Spijtig genoeg is vandaag de dag dat we gaan varen en zwemmen met haaien en roggen, één van de dingen waarnaar we erg uitgekeken hebben. Hopelijk kan de trip doorgaan. Largo is een beetje ziek vandaag en met deze wilde zee hebben we twijfels of we de trip zouden maken of niet.
 
Morgen verlaten we Belize en het zou echt doodzonde zijn om deze kans te laten liggen. Bij Raggamuffin tours kunnen ze ons niet garanderen dat de trip doorgaat en we moeten nog een uurtje wachten. Een uur later is de wind een klein beetje gaan liggen en met een flinke vertraging vertrekken we voor wat een fantastische tocht zou moeten worden.

We varen met een zeilboot rustig de azuurblauwe zee op. Aan boord enkele Frans sprekende koppels, twee Amerikaanse jonge meisjes en vier Spaanse jongedames (het gezelschap kon slechter). De kapitein van de boot legt uit dat we de stops in omgekeerde volgorde gaan doen door het slechte weer dus we varen eerst naar het Hol Chan Marine Reserve.

Na een uurtje varen komen we in het park aan. We zien een koraal liggen waar de golven opbeuken zodat er schuimende koppen te zien zijn.


De zee is niet echt kalm maar toch gaan we zo dadelijk snorkelen.Het park is één van de voornaamste koralen van Belize en er gelden dan ook strikte regels. Eer is zelfs bewaking en een bewaker houdt ons continu vanuit een snelle boot in de gaten. Snorkelen mag hier alleen onder begeleiding en je moet bij de gids in de buurt blijven.
 
We duiken het water in en merken meteen waarom we niet graag in groep reizen.

Van overal zwemmen er mensen om, op en over ons en we krijgen een paar gemene trappen. Largo begint zelfs af en toe een beetje in paniek te raken, zodat we ons laten afzakken tot de laatste van onze kleine maar fanatieke groep. We zien kleurige vissen, grote en kleine en mooie koralen.

Onze gids, een gespierde rasta, duikt plotseling onder en wat ik toen zag deed me versteld staan. Ergens onder een richel van het koraal lag er een haai. Hoe de man dit dier gezien heeft weet ik niet maar hij duikt er naartoe, trekt aan het beest zijn staart en komt met de haai in zijn armen boven!!! Het dier is een kleine 4 a 5 meter lang en voelt ruw aan als schuurpapier. Verder zien we nog zeeschildpadden, een aal en veel felgekleurde vissen.


Terug aan boord varen we een kwartier als de boot stopt. Onze gids gooit een aantal schelpen met stukjes vis in het water en binnen 10 seconden wemelt het rond de boot van de haaien, we zijn duidelijk in Shark Alley aangekomen. De dieren verdringen zich werkelijk rond de boot zodat het lijkt of er een kleine oorlog in het water plaatsheeft. Tientallen haaien zwemmen rond en onder ons. Het zijn verpleegsterhaaien en ze zijn ongevaarlijk maar toch is het een zeer speciaal gevoel om van op de rand van de boot tussen de dieren jezelf in het water te laten zakken.
 

Het water is kristalhelder en overal zie je de zwarte schimmen rond je heen en weer zwemmen. Eens in het water zwemmen ze zelfs tegen je benen. Blijkbaar houden haaien ervan om recht naar je toe te zwemmen en pas op het laatste ogenblik opzij te zwemmen. Onvergetelijk. Snorkel op kop in het water want het schouwspel is adembenemend.

Haaien overal waar je kijkt en daartussen redelijk grote roggen met scherpe staarten. De haaien zijn moeilijk te vangen maar de roggen kan je met een beetje geluk aanraken. Geluk heeft onze gekke gids niet nodig want even later komt hij met een rog in de armen boven water.

Hier liggen we dan, in Belize met ons gezin in kristalhelder warm water met rond ons haaien en roggen. Op momenten als deze weet je dat het leven mooi kan zijn!

Terug aan boord is het tijd voor de lunch en terwijl we varen genieten we onze visburger. Onze derde stop is er eentje boven een koraalrif maar voor mijn beperkte zwemkunsten is de zee hier echt wel te ruw.
 
Elke golf lijkt in de luchtpijp van mijn snorkel te willen vloeien zodat ik na 10 minuten ongeveer een liter zout water binnen heb. Na mijn visburger kan ik dit maar matig appreciëren zodat ik de (lucht)pijp aan Maarten geef en terug aan boord klim.

Op de terugweg worden we getrakteerd op taco’s en rumpunch. De muziek gaat aan en ons zeilschip veranderd in een echte partyboot. De rumpunch vloeit rijkelijk en onze Spaanse señorita’s beginnen wel erg veel lol te hebben. Gelukkig blijft alles deftig en na een uurtje varen staan we weer op het strand van het eiland.

We merken ondertussen duidelijk dat het weekend is want er lopen een pak zatte mensen op straat. Het is een zeer leuke dag geweest en een ervaring om nooit meer te vergeten.


Belize was erg leuk en zeker de moeite om het klein beetje problemen aan de grens er bij te nemen. Je kan dit land totaal niet vergelijken met Mexico en alleen al daarvoor zou je het moeten bezoeken nu het toerisme er nog in zijn kinderschoenen staat.
 

 

Verder naar Tulum - Playa del Carmen


 
Sammy