Amerika - Mexico - Mexico en Belize - Villahermosa - San Cristobal de las Casas - Palenque - Chetumal

Mexico
Tekst en foto's: Sammy Tempels
Reistijd: augustus 2010

Villahermosa - San Cristobal de las Casas - Palenque - Chetumal  

 

     
 
Villahermosa
Villahermosa is eigenlijk een beetje de onbekende van deze reis. Ik weet dat het een grote stad in de staat Tabasco is, dat het een handelscentrum is en dat is het zo wat...

De rit van Campeche verloopt zeer vlot en we bereiken de stad redelijk vroeg. Het is opvallend dat het verkeer hier veel drukker is en vooral de rijstijl van de buschauffeurs en taxi’s is hier zeer agressief. Rechts voorbij steken, zonder richtingaanwijzers afslaan, de weg afsnijden, enz... De eerste deze reis dat we hiermee kennis maken. Toch bereiken we zonder kleerscheuren hotel Plaza Indenpendencia.
 

Het hotel is verouderd maar proper. De mensen die er werken spreken echter geen woord Engels, het kleine zwembad zit vol joelende kinderen en we zien dat we logeren tussen vooral de plaatselijke Mexicaanse mensen die op vakantie zijn. De kamer is proper, dus al bij al voelen we ons hier best ok.

Na een rustig namiddagje gaan we de stad in. Blijkt dat het hotel toch weer perfect gelegen is, want om wandelafstand vinden we een aantal mooie winkelstraten met bars, restaurant en uiteraard winkels.

Eigenlijk hangt in deze straten best een gezellige sfeer hoewel je hier zeer weinig toeristen tegenkomt. Dat merk je ook in de restaurants, want bijna niemand spreekt hier Engels. De menukaart blijft dan ook een grote verrassing voor ons en ik kies op goed geluk nr. 14.

Later zal blijken dat het één van de meest lekkere maaltijden van deze reis zal zijn. Ik eet een mooi stuk vis in curry saus met gebakken banaan. Misschien een rare combinatie maar zeer lekker. Ook Anouck haar maaltijd valt reuze mee: ze eet lekkere Taco's del Pollo.
 
Nog even wandelen en deze verplichte tussenstop, de afstand naar San Cristobal was te groot om in één keer af te leggen, zit erop en viel eigenlijk nog best mee. Morgen op weg naar een volgend hoogtepunt: de mooie stad in de bergen San Cristobal de las Casas!!!

San Cristobal de las Casas

We rijden tussen de bananenplantages richting de bergen in de staat Chiapas naar San Cristobal. San Cristobal is een oude provinciestad uit de koloniale tijd met smalle straten, overdekte wandelgangen en lage huizen met tralies voor de kleurige gevels. De stad is bekend voor zijn mengelmoes aan volkeren in de smalle straten.

Er lopen veel Tzotzil-indianen rond die een dagje uit de bergen gekomen zijn en er zijn verschillende typische indianen dorpjes in de directe omgeving.


De markt van San Cristobal is dan ook één van de meest speciale en veelkleurige markten van Mexico. De rit van Villahermosa naar San Cristobal is niet overdreven lang qua kilometers maar is best een lastige rit. Eens je Villahermosa verlaten hebt en de weg begint omhoog te lopen, krijg je de ene haarspeldbocht na de andere. Kilometers aan een stuk kom je geen rechte baan van meer dan 100m tegen.
 

Draaien en keren, stijgen en dalen en wanneer je de talloze kleine dorpjes doorrijdt de onvermijdelijke topes natuurlijk!

Sommige van de verkeersheuvels zijn werkelijk steil en zeer hoog. Ik vraag me af wat er gebeurt wanneer je hier ’s nacht met een flinke snelheid over rijdt want verlicht zijn ze niet en in deze streek mankeren de verkeersborden ook al. Onze gemiddelde snelheid gedurende de ganse rit bedraagt ci. 60 km/u. Ik begin steeds meer last van mijn maag te krijgen door de vele bochten die ik als chauffeur steeds weer moet overkijken en inschatten.

De omgeving maakt echter veel goed. Geweldige natuur, typische indianen dorpen waar de tijd jaren geleden is blijven stilstaan en dan de plaatselijke bevolking natuurlijk. De typische indiaanse gezichtstrekken, de lange vlechten in het haar...

We zien ook minder mooie dingen tijdens deze rit: veel armoedige huizen op de bergkam die het woord krot onwaardig zijn en heel veel zatte mannen. Sommigen liggen languit op de grond met de fles sterke drank nog in de hand, andere liggen languit in een hangmat of op een paar stoelen hun roes uit te slapen.
 
We blijven verder omhoog rijden en ondertussen plakt mijn maag ongeveer ter hoogte van mijn schouderbladen, of zo voelt het toch. We rijden in de wolken en op sommige stukken zie je werkelijk geen hand voor ogen.

Na een zware rit door de bergen met vlak naast ons de afgrond rijden we verder en zien op sommige momenten taferelen die je niet voor mogelijk houdt in deze tijden. De indiaanse bevolking heeft het niet gemakkelijk. Een oude man sleurt een grote takkenbos op de rug naar boven de berg op en de kinderen en vrouwen die we hier zien buitenstaan voor hun schamele hutten zijn vuil en mager. Sommigen hebben kapotte kleren aan terwijl het hier op deze hoogte serieus koud is geworden.

Wanneer we op ongeveer 10km van het dorp zijn krijgen we nog een lekker Mexicaans onweer over ons.


Het regent ouwe wijven en er vallen serieuze hagelballen uit de lucht. Het zicht is ondertussen bijna niks meer en het regenwater stroomt van de berg waar wij op moeten. Net als ik begin te denken aan de overstroming die we meemaakten in Vietnam klaart het op en ineens zie ik het bord over de weg: Bienvenidos a San Cristobal de las Casas. Een zucht van opluchting is hier wel op zijn plaats: pfff..
 
De stad ligt op 2140m hoogte en dat voelen we wanneer we uitstappen. Het is hier lekker van temperatuur maar ik kan me voorstellen dat je hier ’s avonds een trui of jas kan gebruiken. Deze stad is zo mogelijk nog kolonialer dan bv Merida en Campeche (bestaat er een schaal van koloniaalheid???).

De straten zijn zo mogelijk nog smaller, de huizen nog kleuriger en de kasseien op straat nog authentieker. Wat de sfeer echter afmaakt is het gevoel van in de bergen te zitten. De lucht, de wolken, de temperatuur... zalig!

Ons hotel is het kleine maar supergezellige Parador Margharita, net buiten het drukke toeristische centrum. Perfect gelegen. Het is een zeer mooi hotel met mooie ruime kamers, badkamer en een fantastisch uitzicht op de omliggende bergen. Dit is zeker een aanrader en doet toch deugd na enkele mindere verblijfplaatsen.

Na een kleine rustpauze die ik na de zware rit wel verdiend had trekken we de stad in. Ik heb al weinig steden bezocht waar ik me zo thuis voelde als hier. We gaan een plaatselijk eethuis binnen terwijl Largo in het pand ernaast op een soort spelcomputer gaan spelen is. We bestellen Taco’s el Pastor die voor ons neus bereid worden en ze smaken heerlijk!!! Opgelet: wanneer de Mexicanen zeggen dat het bijgeleverde sausje heet is... is het heet!!!
 
De sfeer is werkelijk onbeschrijfelijk. Een pak mensen op straat, een gezellige drukte van Mexicanen, indianen uit de bergen, inwijkelingen uit Guatemala en een massa toeristen. Alles loopt hier verdraagzaam en gezamenlijk door de smalle straten.

Hoewel het centrum bestaat uit hetgeen waaruit bijna alle centra wereldwijd bestaan nl. bars, restaurants, winkels en koffiehuizen is alles hier voor mij net iets leuker en specialer. We eten in El Gato Cordo voor een zeer redelijke prijs en het was nog lekker ook!

Weer de straat op bekijken we indiaanse verkoopsters die uiteraard hun waren aan de man proberen brengen maar op geen enkel moment agressief of opdringerig zijn.


Eén ding is een beetje wennen voor ons als westerlingen: bijna overal waar je kijkt zie je de jonge indiaanse moeders borstvoeding geven. Op elke straathoek staan ze hun baby te zogen, soms zelfs terwijl ze toeristen aanspreken om iets te verkopen, waarna ze de kleine uk weer in hun draagdoek en over hun schouder op de rug gooien. Speciaal!
 

We bekijken nog de mooie zocalo, de vele mooie kerken en de vele beelden van panters die voor een speciaal kunstproject hier deze week opgesteld staan. Met een zalig gevoel gaan we slapen

De dag erna worden we verwend met een lekkere Mexicaanse omelet (wel een klein beetje “Picoso”) en vertrekken we naar de plaatselijke markt. Het is geen toeristenmarkt maar de plaats waar de mensen hun groenten en fruit komen kopen samen met andere dingen die wij in onze westerse wereld niet kennen, of hebt u ooit al een kraam met lamawol gezien?

De geuren en kleuren zijn weer overweldigend zoals je bijna altijd ervaart wanneer je over een markt loopt in een vreemd land. Altijd leuk maar niet altijd even proper. Vooral de indiaanse vrouwen die rondlopen met een tiental levende kippen, samengehouden aan de poten, vallen op.

We schuifelen stap voor stap verder en de dame voor mij heeft blijkbaar zin in kip. Het levende dier wordt grondig onderzocht onder de pluimen en vleugels en zelfs de binnenkant wordt aan een grondige inspectie blootgesteld. Een paar vingers in de kip haar achterste om zeker te zijn dat er niks opgevuld is. Hopelijk komt deze kip niet te veel potentiële kopers tegen, want je zal als kip maar een paar tientallen vingers op bezoek krijgen.
 

De binnenhal van de markt is de  plaats waar het vlees en het brood wordt verkocht. Hoewel alles hier gewoon in de warmte ligt heb ik al vuiler en viezere dingen gezien. Het vlees is verzorgt en de mooie stukken zien er smakelijk uit eens de vliegen eraf zijn. De broden en koeken zien er werkelijk heel lekker uit en menig Belgische bakker kan hier een les komen leren, vooral in variëteit dan.

Spijtig dat je hier geen foto’s mag nemen. De indiaanse bevolking hier kan soms agressief overkomen wanneer je ongevraagd foto’s van mensen neemt en probeer maar eens op een overbevolkte markt aan iedereen toestemming te vragen.

Volgens sommigen wordt hun ziel meegenomen wanneer er een foto wordt gemaakt en een indiaan zonder ziel is geen zicht dus ik laat het maar zo.

Dichter bij de zocalo is er een toeristenmarkt waar er veel te dure sjaals, poncho’s, hangmatten en andere souvenirs worden verkocht. Leuk om eens rond te wandelen, maar we vertrekken al gauw naar Chamula. Chamula is een bergdorp in de buurt op enkele kilometers afstand van San Cristobal dat zijn ziel letterlijk aan de toeristen verkocht heeft. De sfeer kan volgens de reisgidsen soms op het agressieve af zijn, maar daar ondervinden we weinig van.
 
Het dorp is bekend om zijn zeer speciaal kerkje dat hier aan de grote markt staat. Wil je de kerk bezoeken moet je eerst naar het bureau van toerisme om een bezoekrecht te verkrijgen (15MXP/pp). Het kaartje telt ook als inkomkaart voor het museum dat wij niet gevonden hebben en dat volgens sommige dorpsbewoners niet meer zou bestaan. In het bureau moet je niet op veel medewerking of vriendelijkheid rekenen. Het bureau voor toerisme vind je aan de rechterkant van de markt wanneer je met het gezicht naar de kerk staat.

In de kerk kan je een wonderbaarlijk schouwspel bekijken. De indiaanse dorpsbewoners zitten op de grond die bezaaid is met dennennaalden. Tussen de gortdroge dennennaalden staan overal kaarsen te branden voor de talloze heiligenbeelden die overal in deze kerk staan. De twee muren rond de kerk staan vol glazen kasten met elk zijn eigen heilige. Bang voor een brandje zijn ze hier niet vlug blijkbaar.


Sommige mensen zitten kleine slokjes uit een flesje cola te drinken. Niet dat ze onbeleefd zijn om in de kerk zomaar te zitten drinken of dat ze zo een grote dorst hebben, nee het is voor het geloof. Het is de bedoeling om flink te boeren door de cola. Ze zijn ervan overtuigd dat door flinke boeren te laten de boze geesten hun lichaam zullen verlaten. Het geloof: je kan er kop noch staart aan krijgen.

Jammer genoeg is het ten strengste verboden om in deze kerk te fotograferen al kan ik het best begrijpen. Eigenlijk mag je als toerist al blij zijn dat de mensen aanvaarden dat er toeristen staan te kijken terwijl ze zitten te bidden en vol overgave hun geloof belijden. Indien iedereen hier dan ook nog met flitscamera’s zou rondlopen zou de plaats zijn speciale sfeer en magie snel kwijt zijn. De buitenkant van de kerk mag je uiteraard wel fotograferen maar reken er dan wel op dat binnen de kortste keren de aanwezige verkoopsters van de nabij gelegen markt bij je staan om hun waren aan te prijzen.
 

We wandelen over de markt en niemand is opdringerig of vijandig zoals ik hier en daar gelezen heb op internet.

Gewoon je aanpassen aan de plaatselijke gewoonten doet ook hier wonderen. Wanneer je weet dat je op markten geen foto’s mag trekken moet je ook niet proberen om dit wel te doen en moet je respect betonen aan de bevolking en hun gebruiken.

Wanneer we iets verder wandelen krijgen we gezelschap van twee wel heel vasthoudende verkoopstertjes. De kleintjes hebben zelfgemaakte polsbandjes bij en geven niet op alvorens we er eentje kopen. Wanneer we van hen een lieve glimlach  krijgen en hun nog een koek en flesje frisdrank geven is hun dankbaarheid groot en mogen we toch een foto nemen. Het geloof mag je niet te fanatiek beleven denk ik...
 

Zinacatan is nog een ander typisch bergdorp 7km van Chamula en ook daar rijden we heen. Het museum zou daar zeer mooi moeten zijn. Op weg naar het dorp moeten we betalen voor het museum maar ook dit blijkt gesloten te zijn.

Ik heb geen zin om voor een paar centen terug te rijden en we bekijken dan maar de veel kleinere plaatselijke kerk. Het kerkje is veel minder spectaculair maar wat wel indruk maakt is het gezin dat hier voor het altaar zit te bidden.

Een oude man met zijn vrouw en dochter zitten voor het altaar op de grond en prevelen onverstaanbare woorden. Na een tijdje worden de woorden alsmaar luider en sneller opgezegd tot de vrouw en dochter beginnen huilen en met de armen beginnen zwaaien. Deze mensen komen blijkbaar met grote problemen naar deze kerk om hulp te vragen. We besluiten zeer stilletjes weg te gaan.

Buiten op straat is ondertussen iedereen een soort polyglot geworden. De vrouwen en kinderen komen naar de wagen en beginnen allemaal met hun zelfde, vanbuiten geleerde, zinnetje.
 
Ze vragen welke taal we spreken en beginnen met Engels, Frans... waarna bijna alle mogelijke talen die je je kan voorstellen worden opgenoemd. Een mens moet wat kunnen om volk naar zijn textielhandeltje te krijgen.

Terug in San Cristobal frissen we ons op en vertrekken de stad in. Het is zaterdagavond en het is zo mogelijk nog drukker dan gisteren in de stad.

Een mengelmoes van toeristen en locals lopen door elkaar en er klinkt muziek op straat. De Mexicanen gaan zelf op zaterdag stappen, de indiaanse gemeenschap is nog duidelijker aanwezig om zijn waren aan de talrijke mensen te verkopen en de toeristen bekijken dit allemaal met verbazing. Onder de toeristen heb je ook duidelijk verschillende lagen: hier lopen  verdwaalde zonnekloppers, hippie’s, rockers en heel veel jonge mensen rond.


Uit alle bars en restaurants komen heerlijke geuren en het is door de overvloed aan keuze net heel moeilijk om hier een restaurant te kiezen. We wandelen voorbij de zocalo en in één van de zijstraten  zien we een lange rij wachtende  mensen voor een theater staan.
 

Blijkt dat hier vanavond de voorstelling Palenque Rojo plaatsvindt. Het is niet goedkoop (200MXP) maar we vertrekken morgen naar Palenque, dus het is wel leuk om al een beetje van de geschiedenis te leren kennen. De voorstelling heeft niet veel om het lijf al doen de acteurs hun uiterste best.

De kostuums en de muziek zijn best aardig maar het probleem is dat de voorstelling in het “Maya” (al beweerden sommigen dat het “Tsetsal” was) is en dat zijn nu net twee talen die ik niet echt goed beheers. De zaal zit goed vol en opvallend is dat hier bijna geen toeristen zitten maar allemaal Mexicanen.

Het verhaal gaat over een ruzie tussen de leider van een andere stam en Pakal, de leider van Palenque rond 600 na Chr., die bekend stond om zijn kracht en wijsheid.

Na de voorstelling kuieren door de stad en eten in een Italiaans restaurant waar Largo de lekkerste “Bolognaise” ooit eet. Ik had graag nog een dagje extra gebleven in deze stad waar toeristen en inwoners op een ongelooflijk fijne manier met elkaar omgaan. De toeristen hebben respect voor de bevolking en dat is duidelijk wederkerig hier.
 
San Cristobal was een echte aanrader, zowel de stad als het hotel waren zeer tof!

Palenque
Onze volgende verblijfplaats, Palenque, ligt amper 150km van San Cristobal en toch moeten we, volgens de verschillende reisgidsen en websites die ik geraadpleegd heb, op een rit van 5 a 6 uur rekenen!

Eens we San Cristobal verlaten hebben snap ik waarom dit een lange dag zal worden. Bochten, smalle wegen, veel kleine bergdorpjes met enorme “topes” en vooral zeer slechte wegen. Voor de eerste keer deze reis komen we slechte banen tegen. Enorme putten waar bijna een volledige wagen in kan, stukken weg die volledig verdwenen zijn en waar alleen een beetje gravel overblijft: het is niet aangeraden om hier een hoge snelheid te rijden.


Het valt mij ook op dat de rijstijl van de andere chauffeurs iets agressiever is dan we gewoon zijn. Ze snijden al eens een bocht af of voegen zeer kort in. Wanneer we voorbij een onbeduidend klein bergdorp rijden komen we aan een put in het wegdek ter grootte van een gemiddeld Vlaams zwembad, door de regen ondergelopen met water.
 

Net als ik begonnen ben om er voorzichtig naast te rijden, komen er twee kinderen fruit aan ons zijraampje verkopen. We zeggen vriendelijk nee, willen verder rijden als we een doffe klap horen.

Tijd om na te denken hebben we niet, want langs de andere kant komt een tegenligger op de put af en blijkbaar heeft hij veel haast want hoewel ik al aan de put ben komt hij er vrolijk tussen gereden. Twee is er ééntje te veel dus ik besluit om een stukje achteruit te rijden en de vriendelijke toerist uit te hangen, zodat onze haastigaard kan passeren.

Daar zijn de kinderen met hun fruit weer natuurlijk. Wanneer de andere auto weg is, vertrek ik en daar is weer een klap te horen. Onze indruk van een mentaliteitsverandering wordt bevestigd want de jongeren sjotten gewoon op onze wagen!

Ik ben razend, stap uit en uiteraard gaan de snotters lopen naar hun huis dat enkele meters verder staat. De vader blijkt het nog grappig te vinden ook want hij kan er best om lachen. Ik besluit om hem eens goed mijn gedacht te zeggen maar de man is hout aan het kappen en wanneer ik iets dichterbij kom begint hij met zijn bijl te zwaaien.
 
Ik besluit dat mijn gedacht toch zo belangrijk niet is en rij verder. We rijden naar de beroemde watervallen Aqua Azul. Wanneer we bijna aan de watervallen zijn staat er ineens een groepje mensen met een stalen kabel over de weg. Wanneer we naderen wordt de kabel aangespannen zodat we verplicht zijn te stoppen. Betalen dus, 10MXP voor het gebruik van de weg.

De watervallen van Aqua Azul zijn een aantal watervallen die hun water in bekkens storten waarin lekker gezwommen kan worden.

Normaal zijn de watervallen azuurblauw zoals je enkel in deze streken kan vinden maar na een regenbui worden ze viesbruin zoals je in België wel meer vindt. Natuurlijk heeft het de afgelopen dagen flink geregend en is het een bruine stroom waar we naar kijken.


We laten het niet aan ons hartje komen en springen in het ijskoude bergwater. Largo vindt het natuurlijk leuk, vooral als hij het slingertouw ontdekt dat aan één van de bomen hangt en waarmee de kinderen in en over het water zwieren. Opvallend is het betrekkelijk kleine aantal toeristen hier. Het is zondag dus veel Mexicaanse families zitten in en rond het water.
 

Ondanks hun bruine kleur is het geheel van verschillende watervallen toch de moeite om te bezoeken. Rond de rivier is koning beton duidelijk aan zijn opmars begonnen. De weg van de parking naar het water en ook de directe omgeving rond het water is volledig ingepalmd door café’s en kleine eethuisjes en overal lopen verkoopsters met bananen of andere lekkernijen te leuren.

Wij kopen een soort tortilla’s bij een Mexicaanse die staat te bakken op een redelijk vuil vuurtje. De geur die er hangt trekt ons echter over de schreef. Je kan kiezen uit verschillende vullingen voor de tortilla’s en we nemen eentje van elk! Ze smaken nog lekker ook!

De watervallen van Aqua Clara staan bekend om hun blauwe kleur die ze bijna altijd hebben. Daar moeten we dus zijn.

Wanneer we de laatste rechte lijn ingaan, gaat de ons ondertussen bekende stalen kabel weer omhoog. Deze keer echter geen vriendelijke meneer die 10MXP vraagt maar enkele onvriendelijke en rechtuit bedreigende blikken naar onze wagen. Uiteindelijk komt er toch iemand naar de wagen en vraagt op barse toon 40MXP! Een verklaring voor deze afzetterij krijgen we niet en er wordt ons koel medegedeeld dat als we niet betalen we er niet door komen. De blikken van de aanwezigen mannen, hun aantal en vooral de geweren die ze bijhebben overtuigen me.
 
Ik weiger echter om me te laten afzetten en met een rotvaart rij ik... achteruit en we bezoeken de watervallen dan maar niet. Hoewel 40MXP een peulschil is doe ik niet mee aan deze afzetterij.

We rijden richting Palenque als er boven ons een onweer losbarst en het is dan ook in de gietende regen dat we het hotel bereiken. Hotel Real Ciudad Palenque is een tamelijk groot, modern hotel met een zwembad en schuifaf, mooie kamers, een veel te duur restaurant en een kleine dierentuin waarin krokodillen, schilpadden en een reuze hagedis.

Omdat het restaurant in het hotel schandalig duur is besluiten we om met de auto richting stad te rijden om iets te eten. Hoewel het ondertussen pikdonker is ondervinden we geen problemen. In de reisgids Trotter hebben we een restaurant gevonden dat we zeker willen proberen.


We stappen uit en het regent nog altijd oude wijven, het is net of we in een warme douche rondlopen. Een restaurant vinden in een reisgids is nog iets anders dan in de stad want we vinden het uiteraard niet. Palenque stad is niks speciaals maar we eten zeer lekker in restaurant “Maya”, wat een zeer originele naam is vinden we. Wanneer we terug naar het hotel rijden giet het nog steeds en steeds en komt het water van de straten gelopen.

Morgen bezoeken we de ruines van Pale
 

Ruines Palenque
Om 9.00u staan we aan de ingang, nadat we betaald hebben om de weg te gebruiken, gewapend met flesjes water, van de ruines. De ruines van Palenque is één van de belangrijkste Mayavindplaatsen van Mexico en staat ook op de werelderfgoedlijst van de Unesco.

De stad is gelegen aan de rand van het oerwoud en slechts een gedeelte van de stad is al te zien, de rest ligt nog overwoekerd in het oerwoud te wachten tot er geld is om de gebouwen vrij te maken.

Het valt op dat de temperatuur hier stukken hoger is hoewel het pas ochtend is. De site oogt zeer speciaal met zijn groene omgeving, mooie gebouwen en goed bewaard gebleven tempels.


Vooral de hoge gebouwen omgeven door het dichte oerwoud doen het goed omdat je deze hier wel mag beklimmen, wat we dan ook veelvuldig doen. Het uitzicht maakt de soms zeer lastige klimpartijen meer dan de moeite waard hoewel we ondertussen kletsnat van het vele zweet zijn. Moest ik op mijn werk zweten zoals hier ik zocht een andere job.
 
De site is zeer goed onderhouden en sommige tempels en inscripties zijn in nog bijna perfecte staat. Het is hier ook een stuk minder druk en dat maakt dat we eigenlijk meer onder de indruk zijn van deze site als van Chitzen Itza.

We eten bij Don Mucho, een bekend Trotter adres hier. Je moet wel een beetje moeite doen om het te vinden. Het restaurant ligt net voorbij de slagboom waar je moet betalen voor de site aan een kleine smalle zandweg. Gisteren hebben we ondervonden dat het restaurant onbereikbaar is na een fikse regenbui.

De tafels en stoelen zijn plastic gevallen die hun beste tijd gehad hebben, maar er hangt een onmiskenbare leuke hippiesfeer. Het eten is er matig, hun pizza’s zijn echter de beste van het land volgens de reisgids. Probleem is dat ze op maandag geen pizza’s hebben en welke dag is het vandaag? Inderdaad maandag. Qua planning had dit beter gekund, want ook het museum van Palenque blijkt op maandag gesloten te zijn.

We rijden naar de Misol-Ha waterval en hopen dat deze om maandag niet stilstaat ofzo. Uiteraard zijn onze vrienden met de kabel ook weer aanwezig en we betalen maar weer voor het gebruik van de weg. Het eerste wat ik ga doen wanneer ik terug in België ben is een stalen kabel kopen. Mijn buren gaan dure tijden tegemoet.

De weg naar de waterval is duidelijk aangegeven en we bereiken ze zonder problemen. Het rijden hier in Mexico heeft eigenlijk nog nooit noemenswaardige problemen opgeleverd. Al van op afstand kan je de 30m hoge waterval zien en horen. Het water stort beneden in een groot basin waarin normaal gezien gezwommen kan worden.
 

Normaal gezien want nu is het water door de overvloedige regen van de  aatste dagen een kolkende poel geworden waar we met Largo niet in durven. Toch is deze trip niet voor niks want het leuke aan deze waterval is dat je er achter kan gaan.
 

Een smal pad loopt van de plas naar de waterval en wanneer je niet bang bent om nat te worden kan je achter het watergordijn staan. De kracht van het water zal zeker indruk op je maken. Je wordt er uiteraard kletsnat van maar het is een zeer mooi zicht om onder een mooie, brede waterval te staan. Je kan zelfs door de waterval en over een paar zeer glibberige rotsen naar de andere kant klimmen, maar dat vinden we bij deze toch een beetje te gevaarlijk.

Enkele uren later begint het alweer te regenen zodat we maar matig kunnen genieten van het zwembad in het hotel. We rijden nog naar de stad en eten in hetzelfde restaurant als gisteren.

Morgen is het mijn grote “probleemdag”! We moeten naar Chetumal: een rit van meer dan 500km!!!

Chetumal

Vandaag is de dag waar ik al sinds het begin van de planning mee in mijn maag zit. De afstand naar Chetumal is meer dan 500km dus een serieuze rit. Wanneer je zit te plannen aan je pc in Belgie heb je natuurlijk geen idee hoe snel je hier kan rijden en hoe de wegen zullen zijn. Je leest er uiteraard over en kan je wel een beeld vormen maar tussen dit en de werkelijkheid is soms een groot verschil.
 
Nu na alle reeds gereden kilometers heb ik er goede moed op maar toch vertrekken we ruim op tijd zodat we om 7.00u al in de wagen zitten.

De wegen zijn voorbij Palenque terug vlot berijdbaar. Geen bergdorpen meer, geen bochten of putten alleen de onvermijdelijke “topes” komen we nog tegen. We ondervinden dan ook dat we vandaag weinig problemen gaan hebben en hopen zelfs in de loop van de middag op onze bestemming te zijn.

Alles gaat vlot en de lange rechte banen hebben ook een klein minpunt: Anouck kan met moeite haar ogen openhouden. Net als ze in slaap valt besluit een gigantische gier ons van dichtbij te komen bekijken en knalt met een luide knal tegen onze voorruit! Het beest stijgt nog op maar de poten heb ik mee. Wie hier bij ons al eens een duif geraakt heeft weet dat dit een grote klap kan geven, maar een gier geeft pas echt een “knaleffect”!


Anouck is trouwens op slag wakker. We verlaten de provincie Chiapas en bij het binnenrijden van Quitana Roo moeten we stoppen en aanschuiven voor een grote wegcontrole. We zijn hier dan zeer dicht bij de grens met Guatemala. We hebben al eerder controle posten gezien, bijna altijd met de machinegeweren in de aanslag maar deze keer nemen ze echt de tijd.
 

Zelfs de plaatselijke bevolking en bussen van de firma Ado worden uitgebreid gecontroleerd. Wij moeten enkel onze papieren laten zien, enkele vragen beantwoorden en even de koffer van de wagen opendoen waarna we weer verder mogen. Waar een sympathiek en vriendelijk gezicht al niet goed voor is.

We komen in Chetumal kort na de middag en hebben ruimschoots de tijd om de stad te verkennen. Hier is weinig te beleven, Chetumal is een echte doorreisstad veelal voor mensen op weg naar Belize. Ons hotel Marlon Heroes is niks speciaals maar we blijven hier maar één nacht dus...

We eten in het restaurant van hotel Maria Dolores. De klanten zijn allemaal Mexicanen en zoals wel meer in de plaatselijke zaken staat ook hier de tv een ganse dag aan. Het eten is lekker en zeer goedkoop.

Wanneer we langs de kust de boulevard afrijden merken we dat Chetumal geen hoogvlieger in ons programma is. Er is werkelijk weinig of niets te beleven.  Vele zaken en dingen zijn opgestart maar staan nu leeg te verkommeren of te wachten op nieuwe investeerders. Verder richting Balakan komen we café Reino Maya tegen. Dit café is de plaats waar de meer gegoede Mexicanen uit deze buurt komen verpozen tijdens een vrije dag.
 
Het café heeft een mooi zwembad met terras en zeezicht. Largo is niet te houden dus we stoppen en drinken een veel te dure cocktail.

Terwijl wij een beetje op de centjes letten zitten er 2 Mexicaanse families te schransen dat het een lieve lust is. Cocktails, bier, snacks, zeevruchten, schaal- en schelpdieren... we zien het allemaal passeren. Wanneer we de prijzen van al deze lekkernijen bekijken ontdekken we dat ook hier in Mexico er een groot verschil tussen arm en rijk is.

Na het opfrissen in het hotel vertrekken we naar Sergio’s Pizza. Een adres aanbevolen door de reisgids Trotter en aangeduid als DE Italiaan van Chetumal en omstreken. Het is er chique en duur. De bediening is veel te stijf voor ons doen maar ook onvriendelijk.


De ober is blijkbaar niet in goeie doen want wanneer er nieuwe klanten binnenkomen smijt hij met tegenzin zijn servet weg achter de rug van de pas aangekomen klanten. Hij begon wel te blozen wanneer hij merkte dat ik zijn onhebbelijke gedrag had opgemerkt. Mede door deze ongewone bediening hebben we ons hier goed geamuseerd en veel gelachen. De pizza’s zijn hier trouwens groot en de pasta alfredo lekker, dus al bij al een geslaagde avond.
 

 

Verder naar Belize - Caye Caulker


 
Sammy