Peru - Lima - Amazone
Tekst: Joyce Frey
Reistijd: februari 2000

 

     
Lima - Amazonas Machu Picchu Cusco - La Paz

Toen het vliegtuig in de late avond al een eind gedaald was, kon ik vanuit het raam in de verte een lichtgloed zien.
Ik dacht al aan een vuurspugende vulkaan. We daalden nog verder.
Bergen waren nu in de duisternis te herkennen met daar achter de vuurgloed. Het leek er te branden. Toen we over de berg vlogen kon ik zien waar die gloed vandaan kwam.
Er brandde een geweldige zee van lichtjes onder het vliegtuig. Het was de stad Lima.
De machine kwam steeds dichter bij en landde ten slotte zachtjes op de grond. De vlucht naar Lima bij nacht, maakte alleen al de reis de moeite waard.
Een jong Zwitsers stelletje en ik, werden naar een hotel in de stad gebracht, waar we als welkomstdrankje een Pisco Sour kregen. Het nationale drankje dat bestaat uit limoensap, pisco en veel ijs; een soort druivenjenever.
Na een korte bespreking met de gids, gingen we graag naar bed.
Vroeg in de morgen ging er al veel verkeer  door de straten.
Ik wandelde naar de zee, die een stuk onder de stad lag. Daarna naar het park " del Amore", waar een groot beeld stond van een paartje, dat elkaar beminde. Toen vlug naar de stad, waar ik al gauw niet meer wist waar ik was. Om ÚÚn uur zou ik afgehaald worden bij het hotel, voor een uitstapje. Het was al half twaalf.
Ik wist niet beter te doen dan een taxi aan te houden.
Het was geen pleziertje om op dit uur met een auto door de stad te rijden.
Ik was nog op tijd aan gekomen. Tijd om te eten was er niet meer.

Lima by night

Met ons drietjes wachtten we op onze gids. Voor we naar de Inca ru´nes gingen, moesten we nog een Duits stel ophalen.
Al gauw werd het een leuke groep met ons vijven.
We kwamen op de plaats van bestemming aan; de ru´nes van Pachacamac;
Hier werd ons al een beetje over de Inca's verteld. Dan gingen we naar een museum, waar een hoop van de Inca's te zien was. Sieraden, maar ook kon men zien hoe men operaties in de hersenen uitvoerden.
Dat was iets dat de Inca's kennelijk graag deden. Ook van seks genoten ze in de zelfde posities zoals wij die nu ook nog beleefden.
Na de rit gingen we eten. Als eerste kregen we natuurlijk een Pisco Sour en daarna een siroopje dat naar speculaas smaakte.
De volgende dag reden we door Lima om imposante gebouwen, die aan Spanje deden denken, te bekijken.
s-Avonds moesten we ons voorbreiden op een uitstapje in het oerwoud. We moesten de nodige dingen voor de nacht mee nemen. Daarbij hoorde ook een zaklantaarn.
Je kon nooit weten of de stroom in het oerwoud uitviel. Vroeg in de morgen werden we naar het vliegveld gebracht om na een tussenlanding, naar Iquitos te vliegen.

Inca ru´nes van Pachacamac

In Iquitos stond een busje klaar om ons naar een aanlegplaats voor boten te brengen. De boot voer veertig minuten, met de nieuwe gids, op de Amazonas. Oerwoud trok erg snel aan ons voorbij.
Het was prachtig!
Dan legden we aan en kwamen bij onze lodge, dat dicht bij de rivier lag. Kleine huisjes stonden op ons te wachten. Iedereen werd ingedeeld. We kregen een half uur de tijd om ons in te richten. Daarna gingen we eten in een grote zaal. Dan konden we nog een uur siŰsta nemen om ons te gewennen aan het hete en vochtige klimaat. Ik sprong in een hangmat, onder een dak en keek naar de papagaaien die naar etensresten zochten.
Andere vogels schenen de middaghitte ook niet te deren, ze zongen een vrolijk lied. Krekels en andere dieren maakten zich met hun geluiden duidelijk aanwezig. Vooral de apen in de bomen gingen tekeer. Het was heerlijk hier...........
Maar toen moesten we ons omkleden voor een wandeling in het woud. Goede schoenen. Lange broek en bloes aan. De wandeling zou twee uur duren.De mars ging door een prachtige vegetatie.
Vreemde beesten waren er te zien. Juan, de tolk, probeerde met

een stok een tarantella- spin uit zijn hol te lokken.

van Lima vliegen naar Iquitos in het noorden

Maar hij kwam niet, omdat het beest overdag sliep. Ik zag op omgevallen boomstammen een witte, onbekende massa en wilde weten wat het was. Juan zei dat het paddestoelen waren. Het was een heerlijke wandeling geweest tot we weer bij de rivier aankwamen, waar het bootje op ons wachtte om verder te varen. Nu gingen we naar een missiedorp. Intussen leefden daar drie

duizend mensen. We liepen er rond en probeerden verschillenden onbekende vruchten en gekookte pindakaas. Later moesten we met de boot terug, maar we konden niet.  Het water stond te laag omdat het vandaag niet geregend had. We moesten een stuk lopen om bij een plaats te komen waar de boot kon aanleggen. Toen ging de reis terug naar de lodge, waar ik weer in de hangmat dook om de avond af te wachten. Na het eten stond nog een barre tocht door het oerwoud gepland. Dat wou ik niet missen. Nadat het avond eten voorbij was, kwam Juan om te vragen of we bereid waren om te vertrekken. Ik was het.
De vrouwen waren te bang en de mannen te moe om mee te

aan de oever van de Amazonas

gaan. Daar zat ik dan. Niemand wilde mee gaan. Juan zei dat we dan alleen gingen. We liepen al een eind, toen hij opeens stil bleef staan. Ik liep achter hem met mijn zaklantaarntje en botste tegen hem op. Ik vroeg fluisterend wat er aan de hand was.
Hij zei dat er een slang voor hem liep. Ik zag geen slang. Ik hoorde geluiden van vreemde dieren en zag ze ook aan me voorbij roetsjen.
Bij een geweldige boom bleef Juan staan.
Je kon gaten in de grond zien, waar Tarantella's huisden. Overdag wilden ze er niet uitkomen. Juan stak weer een stokje in een dergelijk gat.  
Al vlug kwam zo'n monster er uit. Ik ben niet bang voor spinnen, maar toch ging ik een stap terug, want dit exemplaar leek echt niet meer op een spinnetje. Het was een reuze ding. Vlug rende het beest over de grond voor mijn voeten weg en verdween onder de struiken.
We liepen verder tot Juan weer bleef stil staan. Hij had zijn lamp uit gedaan en vroeg mij het zelfde te doen. Dan zag ik in de duisternis, licht op de grond schijnen.. Ik vroeg wat dat was en hij zei dat het paddestoelen waren, die ik overdag gezien had.
Ze waren nu fosforescerend. Het was geweldig.De lampen gingen weer aan en we liepen verder.

Lodge

Beesten vlogen en kropen rond om ons heen. Ik kon nog uren verder gaan ondanks dat het overal jeukte.
Mijn gezicht en handen zaten vol met insectenbeten. Heimelijk hoopte ik dat ik alle inentingen had gehad, die nu hun werk moesten doen.
Jammer genoeg kwamen we weer bij de lodge aan.
Ik vertelde mijn vrienden van de avontuurlijke wandeling en ze waren blij niet meegegaan te zijn.
Ze wisten niet wat ze gemist hadden. Vroeg in de morgen werd ik gewekt door de snerpende krekels.
Om half zes stonden we al in de eetzaal om koffie te krijgen. Daarna moesten we naar de rivier, in een bootje stappen om dan de vogels in de ochtendzon te gaan bekijken. De vogels waren nog niet zo wakker maar ik genoot van de atmosfeer op het water in een zijarm van de Amazonas.
Mistbanken hing over het water, waardoor je een spookachtig beeld kreeg.

lekker diertje: Tarantella

Om acht uur waren we terug om te ontbijten, waarna we een tripje maakten naar een dorp waar Yagua Indios dansen
werden vertoond. Daarna terug naar onze lodge om te pakken en de boot weer in te gaan die ons naar Iquitos moest varen.
Het regende in flinke stromen toen we in de boot zaten. Langs de oevers was geen mens meer te zien. Ik had een plaats in de boot waar de zijkant afgedicht was met plastic. Maar het water kwam door alle gaten naar binnen. Daardoor
kwamen we drijfnat in Iquitos aan.
Van de boot werden we naar het vliegveld gebracht en het vliegtuig landde in de late middag weer in Lima waar we onze koffers weer konden inpakken. Voor morgen stond de vlucht naar Cusco op het programma.
Om drie uur was het opstaan.
Om acht uur stapten we uit het vliegtuig in Cusco.
Het eerste werk was om een trui uit de koffer te halen omdat het hier op 3400 meter hoogte ligt en natuurlijk veel koeler is. In ons hotel posada del Inca kregen we een thee, die naar spinazie smaakte.

Amazonas bij Iquitos

Het was coca thee. We kregen het advies te gaan slapen om aan het hoogte verschil te wennen. Ik lag een half uur op bed en
ging dan de omgeving verkennen.
Cusco was mijn liefde op het eerste gezicht. In de buurt van het hotel zaten mensen met warme wollen kleren en een hoed met brede rand op het hoofd op straat. Ze probeerden hier hun handwerkjes te verkopen.
In de middag werd een rit door de stad gemaakt. Een stad met prachtige gebouwen en pleinen.
Daarna reden we een stukje hoger en moesten we nog op een berg klimmen om de stad te zien met zijn bergen er achter, die nog veel hoger waren. We waren tamelijk kapot toen we weer in het hotel kwamen.
Iedereen ging vroeg naar bed. De volgende morgen ging de trip naar Manco Capac, waar in de buurt een hoop Alpaca's te zien waren.
Dan de bonte markt van Pisac en de ru´nes van Ollantayambo, dat weer een

Cusco - Central plaza de Armas

hele klim was. En dat op deze hoogte.
Het blijft onbegrijpelijk hoe de inca's die zware stenen hier op de berg konden brengen en van ver weg moesten komen. Ze moesten ze nog zodanig bewerken dat ze nog op elkaar pasten ook.
We mochten ook in een huis kijken, waar de mensen van nu leefden. Op de grond van de keuken liepen een hoop leuke Cavia's rond, die juist vers gras hadden gekregen om lekker dik te worden.
Daarna zouden ze van hun vel ontdaan worden, om op een spies knapperig, boven een vuurtje gegrild te worden, waarna ze als feestmaal geserveerd werden. In de tuin zaten opa en oma op een bankje.
Achter hun een dik kleinkind en een broodmager paard. Zoals alle mensen hier droegen ze een deken om zich heen, met bonte kleuren. Alleen het paard was naakt.
 De terugweg ging over bergen van 4000 meter. Het was niet te geloven wat hier nog voor leven was. Velden zagen er uit als een schaakbord.
Alle mogelijke groentes groeiden hier. Ook weilanden met schapen kwamen we tegen. En natuurlijk ook Lama's en Alpaca's. Tegen de avond kwamen we weer in de diepte van 3400 meter.
De volgende morgen was het weer vroeg opstaan.
Een treinreis naar Machu Picchu stond ons te wachten.

Maar dat is een verhaal op zich, dat ook in deze website verteld wordt.

Alpaca


Daarna ging de reis verder naar het Titicacameer. Ook dat wordt weer een verhaal op zich.
     

  Joyce