Europa - Roemenië - Noord Roemenië

Noord Roemenië
Tekst en foto's: Ron Messing
Reistijd: augustus 2010

 

 

     
 
Dag 8 - Vrijdag 13 augustus
Kaluža Slowakije à
Baia-Sprie Roemenie.

Met wat vertraging en een hoop ervaringen rijker gaat het vandaag dan toch gebeuren: via een klein stukje Hongarije zullen we bij Nagygec in Hongarije de Roemeense grens over gaan.

De dag begint goed, we kunnen nog net het koffertje in de kofferbak zetten en in de auto stappen en de eerste bliksemflitsen en donderklappen knallen door de lucht. Binnen 5 minuten kun je nauwelijks nog een hand voor ogen zien en zoeken we een veilige schuilplaats van de weg af, en dat klinkt makkelijker dan het in werkelijkheid bleek te zijn.

Een half uur later is het noodweer net zo snel
weer weg als het begonnen is en klaart de lucht op. Op een aantal flinke plassen op de weg na herinnert eigenlijk niets meer aan de ellendige hoosbuien van de afgelopen 30 minuten.
Dat is dan de 2e keer deze vakantie dat we een forse sloot water over ons uitgestort krijgen. Het ritje naar de Hongaarse grens stelt niet veel voor, behalve dan, maar dat bleek later, dat de navigatie eigenlijk onbruikbaar begint te worden.
Ondersteunt 41 landen voor het handmatige kastje, ja ja, maar wat versta je onder ondersteunen? 
De Hongaarse grens over, en zowel de vaste navigatie in de auto als het kleine handzame kastje worden gek. Gelukkig heb ik altijd een flink boek met redelijk recente kaarten van heel West Europa bij de hand en dit stukje digitaal niemandsland stond daar prima in.

Via smalle binnenweggetjes (en met smal bedoel ik dat er net 1 auto op past), vervolgen we al slingerend en stuiterend onze weg. Niet dat we gek geworden zijn of te veel gedronken hebben, maar dit stukje Hongarije is niet gezegend met erg goede wegen,  je mag ze ook gerust zeer slecht noemen.
Het schiet niet op maar het is wel grappig en je komt door dorpjes waar ze normaal gesproken geen toerist tegenkomen.
Langs de weg is van alles te koop dus van honger en dorst zal je niet omkomen


Houtopslag Hotel bij Baia Mare (eind 183c)

als je tenminste Forinten had geregeld aan de grens en dat hadden we voor die 60 kilometer nu net niet. 60 Kilometer waarvoor je toch zeker 2 uur voor bleek te moeten uittrekken, daar gaat je “planning”. Op deze manier vermeden we ook de Oekraïne, waar de grenscontrole wel eens wat langer zou kunnen duren en dat voor een paar kilometer, zagen we niet zo zitten.


Hotel in de bergen bij Baia Mare

De Roemeense grens zelf is best wel spannend, wat moet je verwachten, allerlei verhalen doen de ronde, vaak niet erg positief; je bent er dus onbewust toch op je hoede.

Er moet een wegenvignet gekocht worden, achteraf bleek dat voor Hongarije ook te gelden maar dan alleen voor de snelwegen, en die waren we toch echt niet tegengekomen..

Zodra je stilstaat heb je een paar Roma-gastjes aan je auto hangen, er gebeurt verder niets, ze proberen wat van je te krijgen, maar je wordt er niet echt vrolijk van. Ik ben zelf in de auto blijven zitten en Ans is het vignet gaan kopen in het hokje 10 meter verderop.

Wij hadden het idee dat ze lastiger zouden zijn als er een vrouw alleen in de
auto bleef. Geld uit de muur halen of wisselen hebben we hier maar niet gedaan. 10 Kilometer verderop en slechts 25 kilometer van de Oekraïense grens, ligt Satu Mare. Het stadje zelf stelt niet veel voor maar je kunt er pinnen of wisselen. Het doel voor vandaag ligt nog een stukje verderop even buiten Baia Mara. Er loopt een redelijk grote weg naar toe, vanaf Satu Mare de 19,
maar na een paar kilometer waren we er al achter dat er in Roemenie blijkbaar geen verkeersregels zijn; ze rijden niet als gekken, niet als piraten maar als terroristen en daar neem ik verder niets van terug.

Hoe groter de tractor (BMW X weetikhoeveel, Porsche Cayennepeper, Mercedes testosteron) hoe groter de draak, hoe idioter de bestuurder en er zijn helaas weinig uitzonderingen.

De oplossing is simpel: van de grotere doorgaande weg wegblijven en de kleinere binnenwegen opzoeken, daar kan niemand echt hard rijden omdat gaten en bulten elkaar op onnavolgbare wijze opvolgen en koeien, paarden, geiten of paard en wagen op ieder moment uit iedere hoek kunnen opduiken.

Klinkt misschien erg negatief, maar zodra je van de grote doorgaande wegen af


“Waterspeeltje” naast de weg

bent, is het prima te doen, alleen schiet het niet op, maar dat is wat ons betreft ook totaal niet interessant. Het is vakantie en zo zie je veel meer van het land en stoppen is veel makkelijker. 

We kwamen er nu achter dat de navigatie met de 41 landen-ondersteuning waaronder Roemenie, die we net voor vertrek volledig hadden ge-update, zo goed als waardeloos was geworden. De meeste plaatsen worden niet herkent, over straten zullen


Ouderwets plaatje

we het uberhaup maar niet hebben. Afstanden berekenen kon het kreng alleen nog met de grote doorgaande wegen, ook al herkende hij uiteindelijk de kleinere binnenweg wel. (zat er dan zelf in het scherm nog wel een cm naast!!!)

De enige oplossing: een ouderwetse kaart of accepteren dat als je op de borden kunt zien dat je 25 kilometer van een plaats af zit, de route 180 kilometer en 6.5 uur wordt.
Ook leuk, midden tussen de weilanden binnen 4 seconden de commando’s rechtdoor rijden, deze weg 7 kilometer volgen en nu rechts afslaan krijgen, niet dat er een afslag was, nog geen zandpad, leve de techniek.

De door ons geboekte kamer lag op een redelijke hoogte, een kilometer of 15 buiten Baia Mare midden in de dichte bossen, schitterend. De foto waarop ik geboekt had toonde houten chalets, maar de hotelkamers lagen in 3 “flatjes”,
alles hartstikke nieuw, brandschoon, elektronische sloten en stil, met een goed bed en prima douche. De chalets, die bleken voor families te zijn, hadden meerdere kamers en lagen boven op de bult waar je met een stoeltjeslift kon komen. Dit was wintersportgebied, de omgeving was prachtig, de accommodatie ook en er was een prima terras en restaurant.
Er bleek 1 nadeel: ‘s avonds was er live muziek, een hele aardige geste, ware het niet dat het trio microfoon, keyboards en saxofoon ter beschikking hadden met een geluidspotentie om Ahoy te vullen (en geloof me, dat is voor een restaurantje met 60 zitplaatsen echt te veel).

Zodra er buiten 2 stoelen vrij kwamen, zijn we naar buiten gevlucht met medeneming van borden, schalen, drinken en het hele rataplan. Een paar Roemenen die in Duitsland woonden met hun kinderen waren ons in de vlucht al voorgegaan en zagen ons lachend komen.
Dat smeedt natuurlijk meteen een band en zij vertelden ons dat dit heel normaal was in Roemenie, van een bruiloft kwam je schor thuis omdat je elkaar niet kon verstaan.
En het vluchten uit het restaurant bleek een veelgebezigde dagelijks terugkomende voorstelling; je zou zeggen er zou toch ergens een lampje


Huizen bouwen simpel - Bos, boom, huis

moeten gaan branden maar het leek er niet op dat de boodschap was begrepen.

Dag 9 - Zaterdag 14 augustus
De volgende morgen ging het dan echt van start. Dit gedeelte van Noord Roemenie ligt bezaaid met houten kerkjes, waarvan sommige in hele goede en andere in erbarmelijke toestand verkeren. De een nog vol pracht en praal en driftig versierd met honderden voorstellingen, de ander volledig kaal. Het eerste gedeelte van de weg in de Oostelijke richting ging door de


Lijkt authentiek maar is het niet

prachtige bossen en bergen in directe omgeving; de weg was zoals we in de tussentijd al gewend waren, afwisselend perfect tot afwezig.

Tot onze verbazing kwamen we hier redelijk grote groepen fietsers tegen die het Roemeense verkeer trotseerden en tegen de steile hellingen op ploeterden, om zich daarna met ware doodsverachting tussen de kuilen, gaten en bulten door naar beneden te laten vallen. De snelheden waren hier en daar zo groot dat ik er met de auto maar mooi achterbleef. 

Ook in the middle of nowhere, kom je onverwachts een grappige waterval (kunstmatig) en dito terras met koffie en prima eetmogelijkheden tegen.

Wij hadden het idee dat het hier zo nu en dan toch drukker moest zijn dan nu het geval was, anders heeft zo’n compleet opgedirkte rustplaats weinig zin. 


Schitterende omgeving in Noord Oost Roemenië

De eerste echte bestemming lag tegen de Oekraïense grens aan, een stukje terug richting Hongarije. Via de 18 eerst door Sighetu Marmaţiei, een redelijk druk grensplaatsje, waar op dat moment de markt aan de gang was en dat voor een korte wandeling en het inslaan van wat brood, beleg en drinken voor de middag, precies op tijd kwam. Daarna via de enige overgebleven weg de 19 in de richting van het gehucht Sapanta, om met eigen ogen het “vrolijke kerkhof” te bekijken.


“Het vrolijke kerkhof”

De weg er naar toe is ook een weg terug in de tijd; de dorpjes worden simpeler en kleiner, paard en wagen worden frequenter en iets dat op een winkel lijkt, hebben wij eigenlijk nauwelijks meer kunnen ontdekken. De mensen leven hier simpel en zo te zien redelijk tevreden met het weinige wat ze hebben.

In Sapanta zelf staat er zelfs een politieagent om het verkeer in de gaten te houden en ook op het moment dat wij er waren was het redelijk druk met toeristen. (maar niet uit het westen) De uitdrukking “het vrolijke kerkhof” is ontstaan nadat een plaatselijke houtsnijder Ioan Patras Stan in 1935 begon met het maken van versierde houten kruizen, waarbij een afbeelding van de overledene in zijn dagelijkse doen en een grappig of ironisch gedichtje het leven van de persoon in kwestie kort en bondig samenvatte.
Tot zijn dood in 1977 heeft hij honderden van dit soort kruizen gemaakt, waarna Dumitru Pop dit werk op dezelfde wijze tot op de dag van vandaag overnam.
Het vertaalde verhaaltje op het kruis van Ioan Tederu vertelt dat de man in kwestie erg van paarden hield, maar hij hield er nog meer van om in de kroeg naast de mooie vrouw van een ander te zitten...In de tijd van Ceausescu was dit kerkhof alleen lokaal wereldberoemd, nu arriveren dagelijks bussen toeristen mede dankzij het feit dat de Unesco dit kerkhof op de lijst van beschermde culturele locaties heeft geplaatst.

Dit laatste heeft er waarschijnlijk ook voor gezorgd dat vandalisme zijn intrede heeft gedaan; iets waar ze hier eigenlijk nog nooit mee te maken hadden gehad. Een aantal kruizen inclusief enkele van de eerste generatie, zijn gestolen en niemand heeft een idee door wie of wat men er mee wil. Verhandelen lijkt niet logisch: ze zijn veel te herkenbaar.

Om het kerkhof heen is een soort kermisachtige sfeer ontstaan met allerlei kraampjes waar je alles kunt kopen wat je nooit wilde hebben. Buiten de landbouw hebben de bewoners hier weinig kans iets bij te verdienen; proberen om toch nog iets van het toerisme mee te pikken is dan een logische stap.

Hierna was het eerst terug naar Sighetu Marmaţiei waar het verkeer nog chaotischer was geworden dan het op de heenweg al was, daarna ging het in Oostelijke richting met als eindbestemming voor vandaag Vama,


Renovatie plafond van het kerkje in Zapanta

op de kruising van de E58 en de 176, een afstand van net 200 kilometer waar je achteraf toch zeker 4 uur voor uit moest trekken, een tussenstop in de buurt van Sesuri op 125 kilometer is aan te raden zodat je wat meer tijd hebt om ook in het tussenliggende gedeelte dingen te bekijken. De route voert gedeeltelijk over bergachtige passen, door een prachtig beboste


(H)eerlijk plaatje 

omgeving met genoeg mogelijkheden om een wandeling te maken. Rond een uur of 1 namen wij een zijweggetje de dorpjes in op zoek naar een picknickplaats en zagen tot onze grote verrassing een openluchtzwembad waar het redelijk druk was. Midden in nowhere city, zomaar ergens tussen de velden, met wat meer tijd hadden we zeker een frisse duik genomen, toeristen komen ze op deze zijweggetjes waarschijnlijk nooit tegen.

In het bergachtige gedeelte kwamen we op de wat lager gelegen delen langs de rivierbedding op verschillende plaatsen Romagroepen tegen die zich hier in de meest armzalige hutjes hadden “gevestigd”.

Alles zag er redelijk “nieuw” uit en het was niet ondenkbaar dat deze groepen waren gevlucht voor het watergeweld dat enige weken eerder het Noord Oosten teisterde waarbij halve dorpen weggespoeld waren.

Een ding was zeker, als het riviertje hier zou aanzwellen, verdwenen deze hutjes zeker het water in. Op het laatste gedeelte van deze route veranderde de weg ineens van een hult- en bultpaadje met vele kuilen en verrassingen in een perfect geasfalteerd breed slingerend circuit. De maximale snelheid wordt aangegeven maar wij hadden de indruk dat de aangegeven snelheid
door de Roemenen als het absolute minimum werd begrepen, zodat ze voorbij kwamen stuiven en met ware doodsverachting hun blik op wielen de volgende bocht in smeten.

Het door ons geboekte pension bleek precies zoals aangegeven 200 meter van de doorgaande weg midden tussen de velden gelegen. Een prima kamer met een heerlijke tuin en vriendelijke mensen, en ook hier weer minstens 2 personen die Engels spraken of begrepen en wifi, waar je ook ging zitten.

Men vraagt onmiddellijk of je ook de avondmaaltijd bij hen wil nuttigen en aangezien we verder in de wijde omtrek niets waren tegengekomen dat ook
maar op een restaurant leek, konden we die vraag meteen met een gretig “ja” beantwoorden. Wat we zouden krijgen: geen idee, dat zagen we wel.
Nu, we bleken een prima keus gemaakt te hebben, want het werd gewoon een


Paard en wagen volop aanwezig op de wegen

3-gangen menu, met forel als hoofdgerecht, waarbij de heer des huizes 2 verschillende drankjes serveerde.
Een daarvan was zo sterk dat ik na 2 van die borrels vriendelijk aangaf het hierbij te willen laten om te voorkomen dat we op onze knieën de trap op zouden moeten.

Dag 10 - Zondag 15 augustus
We  zouden een “rondje” kloosters doen, door de bergen en eindigen in bij het Voronet klooster, een klein stukje verderop. Toen we ’s morgens vroegen of de geplande route ook te doen zou zijn, moesten ze erg lachen. Of we een 4wheeldrive of off the road motor bij ons hadden, eh, nee, niet echt. De route die ik met behulp van Google maps in elkaar had gedraaid en die inderdaad


Het klooster van
Vatra Moldoviţei 

de verschillende kloosters op de kortst mogelijke manier bleek te verbinden, zou grotendeels bestaan uit onverharde kiezelpaden met stijgingspercentages die makkelijk tot 20-25% zouden kunnen oplopen. Niet echt geschikt voor een standaard Altea en dus zat er weinig anders op, dan een stukje om te rijden om alles toch te kunnen bekijken.

Het eerste klooster op de weg stond slechts een klein stukje verderop, eigenlijk pal langs het riviertje dat door de toch wel erg brede bedding kabbelde. Het bleek dat met de enorme wateroverlast onlangs, de bedding hier en daar behoorlijk wat breder was geworden en er nogal wat schade was ontstaan aan de omliggende velden en hier en daar een huis.

Stukken verderop hoger in de bergen was er veel meer schade. Het klooster in
Vatra Moldoviţei is heel makkelijk bereikbaar onder normale omstandigheden, alleen bleken wij de dag die bekend staat als


Sucevita monestery op Maria Hemelvaart

 “Maria Hemelvaart” gekozen te hebben om deze en andere kloosters te bezoeken. En in het behoorlijk religieuze Roemenie ben je dan zeker niet de enige; het is waarschijnlijk de meest verkeerde dag die je maar kunt bedenken voor deze activiteit.
Het klooster zelf ligt er werkelijk prachtig onderhouden bij, en is dan ook nog volop in gebruik. Het heeft in eerste instantie meer weg van een fort, waar middenin een kerkje staat, maar dat bleek later de gebruikelijke bouwstijl. Van alle kerkjes binnen de kloosters waar je naar binnen mag, zijn de schilderingen aan de buitenkant van dit kerkje denk ik nog in de beste staat.
De eerste documentatie over dit klooster dateert van rond 1400, maar er zou pas echt sprake zijn van een echt klooster rond
1530. Ondanks het feit dat het klooster veel bezoekers trekt, zul je de nonnen die er leven nauwelijks zien; die zijn bezig met hun dagelijkse activiteiten. Spreken doen ze niet of nauwelijks en ze kijken meestal richting grond; alleen bij het bidden kijken ze vooruit als ze naar de iconen kijken en een “Halleluja” kan dan nog wel worden uitgesproken. Toen wij er waren was er een mis


Loslopende koeien, paarden, geiten... alles kan

aan de gang. Een hoge geestelijke zegende de vele, vele mensen die zich op dat moment in en rond het kerkje bevonden. Van het interieur konden we dan ook niet méér dan een glimp opvangen; je tussen een biddende menigte wringen is niet echt onze stijl.

Het volgende klooster lag wat verderop in het plaatsje Sucevita, waar je op gemak naar toe kunt rijden over een prachtige weg (de 17a), die slingerend door de bergen is aangelegd. Het klooster zelf is een stuk groter, maar de opbouw is eigenlijk precies hetzelfde: een ommuurde vesting met een kerkje in het midden. Dit bleek de zoveelste plaats deze vakantie die opgenomen was op de Unesco werelderfgoedlijst en het klooster is zeer de moeite waard.

De ommuring in alle richtingen is meer dan 100 meter lang, een kleine drie meter dik en 6 meter hoog; dat moet wel even geduurd hebben voordat dit was
afgebouwd rond 1595. Door de grootte van het geheel leek het minder druk en hier kunnen ook binnen in het klooster een aantal zaken bekeken worden die al honderden jaren in het bezit van het klooster zijn. Van hieruit zijn we naar Putna gereden, dat onder normale omstandigheden al lastig te bereiken is zo vlak langs de Oekraïense grens. Het had het hoogtepunt van de dag 
moeten worden, maar het was Maria Hemelvaart, en nog voor we Putna bijna binnen reden kwamen we al vast te zitten in een enorme file.

Auto’s stonden overal geparkeerd en blokkeerden wegen; wij hebben dan uiteindelijk ook maar besloten om te draaien want er was werkelijk geen doorkomen aan. Jammer maar het was niet anders.

Vanaf Putna zouden we via nog een klooster in het binnenland naar Voronet rijden. Helaas bleek ook het volgende klooster simpelweg onbereikbaar door de drukte en liepen we ook hier vast.
Na een lekkere picknick langs een heel klein stroompje zijn we uiteindelijk maar direct doorgereden naar Voronet.
Een goede raad: kom dus niet op een religieuze feestdag naar deze hoek, het is ver, lastig bereikbaar en op deze dagen zinloos


Voronet klooster

Na een lekkere picknick langs een heel klein stroompje zijn we uiteindelijk maar direct doorgereden naar Voronet.
Een goede raad: kom dus niet op een religieuze feestdag naar deze hoek, het is ver, lastig bereikbaar en op deze dagen zinloos. Het Voronet klooster, een klooster uit de 15e eeuw is bekend om zijn “Voronet blauwe” beschilderde muren en staat ook


Roemeens ontspannen:
water, barbecue en een drankje

al weer op de Unesco Werelderfgoedlijst.
Het klooster is makkelijk bereikbaar en in tegenstelling tot de vorige kloosters die we vandaag probeerden te bezoeken was het hier zelfs erg rustig, maar het was dan ook al later in de middag voor we hier aankwamen. Zeker de moeite waard, ook al blijkt ook hier dat de bouwstijl echt overal op dezelfde basisprincipes is gebaseerd.

Achteraf bleek dat er in dit klooster overnachtingsmogelijkheden waren, maar die zijn er in veel kloosters. Een lijst van deze adressen is te vinden op   Na de bezichtiging zijn we de oevers van de plaatselijke rivier op gaan zoeken.

Honderden mensen doen hetzelfde. Pootje baden, beetje zwemmen, tentje opzetten en de barbecue aansteken. Met zekerheid werd er ook gewoon overnacht, of dat mag, geen idee, maar wij hadden niet het idee dat zich daar iemand druk over zou maken.

Het idee van overnachten in een tentje hadden wij aan de kant geschoven nadat we gelezen hadden dat wolven, beren en lynxen, eigenlijk nog in redelijke aantallen voorkwamen en indien ze hongerig waren, zeker de beren, niet te beroerd waren de bossen uit te komen om op zoek te gaan naar voedsel. Veel campings zijn we eigenlijk ook niet tegengekomen.
 


Centraal Roemenië


        Ron