Europa - Roemenië - Centraal Roemenië

Centraal Roemenië
Tekst en foto's: Ron Messing
Reistijd: augustus 2010

 

 

     
 

Dag 11 - Maandag 16 augustus
Vandaag rijden we naar Brasov, maar wel door de bergen en niet over de grotere wegen om de wegpiraterij zoveel mogelijk te ontlopen. Vanaf Vama ging het richting Frasin, om daar rechtsaf naar Ostra en Holda te rijden.

Door een smal dal, langs prachtige oevers en kleine dorpjes om uiteindelijk richting het grote stuwmeer bij Bicaz te komen.  Het eerste stukje schiet niet erg op vanwege de erbarmelijk slechte staat van de weg, maar je ziet veel en het is prachtig. Je volgt constant de 177a, die na Ostra gigantisch begint te slingeren door de bossen.

Er is 1 stukje vlak na Ostra waar we ons totaal niet op ons gemak voelden.
De weg slingerde zich door een “spookstad” of beter een “spook-industrieel-


 Te huur - Huisjes op een soort camping zijn wel erg eenvoudig

complex”.  Een enorm complex totaal verlaten en vervallen, waarschijnlijk iets met mijnbouw of cementbouw in het verleden. Met hier en daar tussen de half ingestorte hallen, kantoren, torens, een auto of iemand die aan het slopen is. Waarschijnlijk Roma die met oud ijzer nog iets proberen te verdienen, waarbij het niet ondenkelijk is dat een gebouw instort omdat men van elkaar


(On)betrouwbare brug naar de overkant van het dal
 

niet weet, wie wat waar en wanneer aan het slopen is, en of de desbetreffende balken straffeloos doorgebrand kunnen worden. Je hebt het idee dat als je hier iets overkomt, dat niemand je ooit meer terug vinden kan. Wij zijn dus maar zo snel als dat enigszins mogelijk is, doorgereden.

Overigens aan je routeplanner heb je hier ook weer totaal niets. Om naar Brasov te komen is het voorstel met welke routekeuze dan ook, een omweg van een kleine 150 kilometer. Met een gemiddelde snelheid van ruim 35 kilometer per uur, duurt het volgens deze geleerden bijna een dag. De landkaart liet zien dat het ook veel eenvoudiger, veel mooier en sneller kon.

Bij Holda kom je weer in een breder dal, waarin de rivier loopt die het grote stuwmeer verderop van water moet voorzien. Vanaf Holda, een aardig plaatsje met in ieder geval wat winkeltjes om wat voor de lunch te kunnen kopen is het
een kwestie van de 17B te volgen. Als je hier eenmaal een richting hebt gekozen is het overigens niet erg voor de hand liggend of mogelijk, wijzigingen aan te brengen in je plan; daar zijn simpelweg niet genoeg mogelijkheden voor.  Bij het stuwmeer aangekomen besloten we er links omheen te rijden, niet het kortste of snelste, maar zeker wel het mooiste, met prachtige vergezichten. Al snel zou blijken dat we dit stuk toch beter in 2 stukken hadden kunnen hakken.
Na Lacu Rosu begint de weg weer enorm te slingeren en kom je door een prachtig natuurpark waar je eigenlijk een hele dag voor uit zou moeten trekken. Lacu Rosu (rode meer) is ontstaan na een aardverschuiving lang, lang geleden.

De bomen die tot op dat moment in het dal stonden zijn afgestorven maar nog steeds te zien als stompjes die overal boven water komen. Lacu Rosu is ook zo’n beetje de toegang tot de Bicaz-kloof. Een kloof waar je weinig over kunt vinden maar die zeer de moeite waard is en eigenlijk zou je dan ergens halverwege de tijd moeten kunnen nemen voor een forse wandeling.

Aangezien wij het volgende verblijf al geboekt hadden en deze informatie misten, zijn we te snel door deze magnifieke kloof moeten rijden. Na deze kloof hebben we maar zoveel mogelijk een rechte lijn aangehouden richting Brasov, waar we uren later aankwamen. Tot deze dag was de postcode van het


Gaatje in de weg, even oppassen aub
 

gekozen en gereserveerde onderkomen voldoende geweest om tot op een paar honderd meter te komen van de gekozen plek.

Vandaag bleek de postcode te verwijzen naar een industrieterrein, achteraf compleet aan de verkeerde kant van de stad. En Brasov is geen stad waar je voor de grap even tijdens de spits met een routeplanner die de GPS coördinaten weergeeft,


Ter restauratie aangeboden

probeert in de buurt van je geboekte overnachtingplaats te komen.
Na een uurtje frotten en nog wat navraag in een winkeltje waar iedereen meteen behulpzaam in het Roemeens aanwijzingen geeft, bleken we op een paar honderd meter te zitten van de plek waar we moesten zijn. Het kaartje had ik in mijn hoofd en ik wist dat het aan de “bosrand” moest liggen. Dat klopte in ieder geval aan 1 kant, aan de ander kant zaten we dicht tegen de splitsing van de 1A en de E60 aan.

Het geboekte hotel bleek totale nieuwbouw in een trapezevorm, waar ook de naam aan ontleend was. Alles op elkaar afgestemd, of dat je in een designomgeving binnenstapte. De door ons geboekte grote kamer, bleek ook echt groot en lag helemaal bovenin.

De prijzen zijn schandalig (laag) voor zo’n onderkomen en service.
Een goede plek om diverse richtingen in te kunnen, alleen Brasov zelf daarbij zoveel mogelijk ontwijken; het is beter een stukje om te rijden. Die avond hebben we gegeten bij het restaurantje dat bij de camping een paar honderd meter verderop lag.
Op je gemak er naar toe wandelen en genieten van de omgeving; verwacht geen hoogstandjes, maar het is goed en eerlijk eten
zonder geknutsel en geknoei, een lekker glas bier of wijn erbij en de avond is geslaagd.

Brasov zelf is vooral bekend om zijn Gotische Zwarte kerk, zwarte buitenmuren, veroorzaakt door een grote brand in 1689. Deze kerk ligt vlak bij het marktplein en het 15e eeuws raadhuis. Brasov is berucht door de beren die hun voedsel regelmatig in de vuilnisbakken van de buitenwijken komen zoeken. En in zo’n buitenwijk hadden wij de overnachtingen geregeld, toch maar voor het donker “thuis” zijn dus.

Dag 12 - Dinsdag 17 augustus
Voor vandaag stond na een prima nacht slapen en een goed ontbijt, het bezoek aan het kasteel van Dracula, oftewel Vlad de Spietser op het programma.

    
 IJzeropslaglaats voor Roma

Ons werd aangeraden eerst het kasteel bij Rasnov te bezoeken. Rasnov ligt precies op de route naar Bran, dus dat hebben we ook maar gedaan. Rasnov zelf is een klein aardig plaatsje met hier en daar vreemde tegenstrijdige verkeersregels, precies tegenover het politiebureau. Wij hadden geluk: ze zullen wel net aan de koffie gezeten hebben, maar ik snapte er niets meer van.


Dracula's castle

Het kasteel ligt hoog boven het stadje dat net als Brasov een Kronstadt is en in de dertiende eeuw ontstond.

Met meer dan 280.000 mensen best een forse plaats. Het kasteel is nog niet zo lang geleden met geld van de Unesco gerestaureerd ,er is een prima (betaalde) parkeerplaats onder aan de heuvel.  Het is een redelijke klim naar boven en voor mensen met een rolstoel of mensen die slecht ter been zijn, echt niet te doen. Ook ligt hier een camping, gezien de ligging zo dicht bij de heuvels, geen verkeerde stek.

Hierna zijn we doorgereden naar Bran om Dracula’s Castle te bezichtigen. Eigenlijk was mijn vreemde ingeving om dit kasteel eens te willen zien de rede waarom we überhaupt richting Roemenie zijn gaan denken.  Bran zelf is net weer Valkenburg aan de Geul, niet echt ons ding, maar dat kun je verwachten met zo’n trekpleister in je dorp. De onontkoombare markt met prullaria en T-
shirts met soms erg grappige opdrukken, de restaurantjes; het spookhuis, alles wat je verwacht kom je er ook tegen, behalve.... buitenlandse toeristen, althans wij hebben nauwelijks Engels, Duits, Frans, Italiaans of Nederlands gehoord.
Het kasteel ligt in een soort van parkje op de heuvel, er staan allerhande zaken tentoongesteld van de Roemeense Koningin Marie en haar echtgenoot Ferdinand. Het kasteel is momenteel nog steeds in handen van de familie Habsburg, nadat een po-
ging het kasteel voor vele miljoenen te verkopen, mislukte. Sindsdien is het opgeknapt en je kunt er tegenwoordig zelfs trouwen.


Brandveilig, maar wel achter slot en grendel!
 

Als je een kaartje gekocht hebt ga je aan de ene kant het kasteel in en via een vernuftig in elkaar verweven stelsel van gangetjes, zalen en trappen, kom je eigenlijk automatisch in iedere ruimte die er maar te bezichtigen is.
Het is op zich geen enorm kasteel, maar wel een erg mooi en prachtig gelegen kasteel.
Al met al zeer de moeite waard als je de kermis eromheen


De burcht van Rasnov
 

even vergeet. De verwijzingen naar het Bram Stoker’s Draculaverhaal zijn volop aanwezig. Stokers verhaal is eigenlijk gebaseerd op het leven van Vlad Tepes oftewel Vlad de Spietser. Dracul “de Duivel” was een bijnaam omdat hij het teken met zijn vaders naam gebruikte, die behoorde tot de orde van de draak. Dracul is het Roemeense woord voor duivel of draak.
Al met al een kasteel om niet over te slaan als je “toevallig” in de buurt bent.

Die middag zijn we terug gereden richting Brasov via de 73a door de bergen, een manier om de stad volledig te ontwijken en een mooie route. Via het plaatsje Timisul de Sus, slingerend een behoorlijke weg naar beneden.

Op de meest onzinnige plaats staan er ineens borden met een compleet onzinnige snelheid aangegeven, maar de meesten houden zich er precies aan. Diegene die dat niet doen staan een paar honderd meter verderop langs de weg en krijgen een bekeuring.

Er wordt gereden alsof ze door de duivel bevangen zijn, behalve als men weet dat er politiecontroles zijn en die zie je alleen dáár waar ze echt onzinnig zijn, het is maar een weet.


Het begin van de
Transfăgărăşan
 


Dag 13 - Woensdag 18 augustus

Voor vandaag stond er een bergwandeling gepland bij Sinaia, helaas net als de avond ervoor was de lucht inktzwart en regende het. Met nog vers in het geheugen de gevolgen van stortbuien in Polen besloten we die wandeling voor gezien te houden en te proberen een dag eerder te vertrekken. In het hotel hadden ze daar verder weinig moeite mee, behalve dat het wel even besproken moest worden via de organisatie waar geboekt was.


Schaapjes op het droge

Nu, die zat in de UK, in Roemenie is het 1 uur later dan in Nederland, in Engeland 1 uur vroeger, dus als je besluit om om 8 in de morgen te bellen is het daar dus 6 uur ’s morgens. Tot mijn grote verbazing werd er meteen en vriendelijk opgenomen en na het noemen van het reserveringsnummer was deze binnen 1 minuut aangepast ook hadden ze al een nieuwe boekings - bevestiging bij de receptie liggen; klantvriendelijkheid bestaat dus echt wel.

Nu was het zaak het eerste stuk van de route snel af te leggen omdat er nog een behoorlijk stuk door de bergen gereden moest worden en het nieuwe hotel lag nog een stuk verderop. We zouden Roemenie een stukje voorbij Timisoara verlaten, rechtstreeks slechts 450 kilometer en 6 uur rijden verderop, volgens Google. 
Na wat aanpassingen aan de route werden het uiteindelijk bijna 700 kilometer en 10 uur rijden, maar wat een route!
Het eerste deel ging via de 1 of E68 in de richting van Sibiu. Dit is eigenlijk een weg die je zou moeten vermijden, verder het binnenland in ligt een bijna evenwijdige route via de dorpen, niet langer wat afstand betreft, wel een uur langer rijden. Wij zouden toch deze route willen aanbevelen omdat de E68/1 een weg is waar men zich weer als wegterroristen kan gedragen en dat
doen ze dan ook. Inhalen waar dat niet kan, en  niet mag en er dubbele strepen staan, who cares, de tegenligger kan toch makkelijk aan de kant. En deze filosofie lijkt niet alleen “normaal” bij personenauto’s maar ook vrachtwagens doen vrolijk mee, wegblijven dus! Het uurtje tijdwinst is deze onzin niet waard.
Vanaf Cartisoara is deze onzin over en zit je op de 7c oftewel de Transfăgărăşan.

Deze route is de op een na hoogste verharde pas in Roemenie (net boven de 2000 meter); 90 kilometer slingers en haarspeldbochten midden in de Karpaten tussen de hoogste en de op een na hoogste bergen in Roemenie de Moldoveanu en de Negoiu, de weg verbindt de regios Tanssylvanie en Wallachie.
De weg is in de vroege jaren 70 gebouwd onder het bewind van Ceausescu en kwam als een reactie op de invasie van Tsjecho-Slowakije in 1968; van


De eerste echte slingers buiten de bossen
 

origine had de weg dus een militair doel. Er was 6.000 ton dynamiet nodig voor de constructie die 40 mensen het leven kostte. Voor diegenen die ook regelmatig in de Alpen kleine hoge passen hebben gereden komt het bekend voor: de pas lijkt nog het meeste op de Stelvio in Noord Italië op de grens met Zwitserland en even verderop Oostenrijk.


Iedere bocht een nieuwe verrassing

Alleen is die pas bijna 1000 meter hoger. Toen Topgear in 2009 Roemenie aandeed en onder andere een race in de kelders van het paleis van Ceausescu hield, zijn ze met 3 superbolides ook over deze pas gereden.

Jeremy Clarkson benoemde de weg tot de beste weg in de wereld, een titel die hij eerder aan de Stelvia had verbonden, maar toen kende hij de Transfăgărăşan nog niet, claimde hij. Heb je problemen met bochten en vergezichten die aan de rand van de weg beginnen, dan zou deze pas een probleem kunnen zijn.
Verder is het enige vervelende dat je een bus voor je kunt krijgen die je niet voorbij  kunt want dan zou 100 meter rechte weg wel handig zijn.... 

Uitstappen, genieten, foto maken, wat drinken en verder rijden net voor een volgende bus of vrachtwagen voor je schuift is een perfecte oplossing en een
stuk veiliger. Er is volop informatie over deze prachtige route. Direct na de top volgt een lange tunnel, die overigens niet verlicht is en als verrassing hier en daar de meest fantastische gaten in het wegdek bevat. Het is dus goed oppassen en de snelheid echt laag houden als je zonder schade beneden wilt komen, twee kuilen met direct daarop een bult zijn het ideale recept voor grove schade aan de onderkant van je auto. Eenmaal uit de tunnel is het genieten van een prachtig landschap dat eerst van
hoog van boven en daarna dwars er doorheen bekeken kan worden.

Er zou aan het meer dat je later tegen komt nog een hotel liggen, (je kunt via google zelfs de naam vinden), maar er is verder niets op het internet te vinden, voor hetzelfde geld is het gewoon dicht. Het hotel ligt ook niet aan de kant die je normaal gesproken zou gebruiken om langs het meer te rijden, maar compleet aan de andere kant.
Later volgt nog de stuwdam zelf en enkele vreemde bochten waar het lijkt of de weg vroeger toch echt anders moet hebben gelopen en dan kom je weer op het meer vlakkere land uit.

Onze eindbestemming voor deze dag lag in Băile Olăneşti aan het eind van een doodlopend dal bij
Râmnicu Vâlcea, de hoofdstad van de provincie Valcea.  Het is een dorp met net 4.500 inwoners, dus je verwacht weinig drukte. Groot is dan ook de verbazing als je het aantal hotels en andere onderkomens ziet, die


Lacul Vidraru, aan de 7c - Echt er ligt een hotel, maar hoe kom je er?

je overigens nauwelijks op het internet zult kunnen vinden. Het blijkt toch meer een soort van wintersportplaatsje (langlaufen?) en jagen moet je er ook goed kunnen. Ons hotel had een mooie Engelse naam, op papier dan, maar die naam gebruikte of kende niemand, het was niet meer dan de vertaling in het Engels vanuit het Roemeens. Verder klopte de postcode niet en de plaats


Koffiestop bij kabbelend beekje helder koud water

van het kruisje op de kaart bleek ergens midden in de bossen waar je niet kon komen. Gelukkig had ik weer de afbeelding van het hotelletje in mijn hoofd en dacht ik dit aan de rechterkant verscholen achter de bomen voor het begin van het dorp te hebben gezien. En ja hoor dat klopte, ze moesten er erg om lachen en wij waren heel blij dat er iemand goed Engels sprak, nou ja Amerikaans dan.

Het bleek de dochter van de baas die een jaar in de US had gestudeerd en nu haar ouders hielp. Dat is lekker handig ook bij het avondeten, alleen bleek ze toen nergens meer te vinden en hebben wij een hoop lol gehad.
Zowel de oudere dame die met de kaart kwam als wijzelf, moesten handen, voeten en geluiden gebruiken om aan te duiden wat we graag zouden willen eten.

Uiteindelijk is bijna alles goed gekomen en wist ze mijn vrouw nog duidelijk te maken dat ze mij maar op mijn vingers moest tikken als ik aan haar nagerecht
zou komen. 
De nacht zelf was minder, het keffertje van de eigenaar blafte de hele nacht zijn keel schor, dat kreng was blijkbaar bang voor de nacht. En de echte beer op de vloer in de slaapkamer, het feit dat dit hotel Hunters Lodge heette en de verhalen en foto’s over beren wolven etc. deden mij toch maar besluiten niet te gaan kijken waarom hij zo te keer ging of hem tot zwijgen te brengen,


Dag 14 - Donderdag 19 augustus

Om te beginnen een stukje richting Sibiu en dan vlug weer richting de bergen. Het moeilijke gezoek in Băile Olăneşti bleek onnodig, even verderop zaten volop hotels, maar wederom: vind ze maar eens op het internet.  Bij Brezoi sloegen we linksaf de 7a op, misschien wel het mooiste stukje Roemenie wat je tegen kunt komen, maar zeker niet het makkelijkste.

De weg slingert door dorpjes, langs riviertjes waar het heerlijk picknicken en wandelen is en door dikke bossen. Hier en daar kom je ineens nog een groep Roma tegen die zich op de meest onwaarschijnlijke plekken blijken te hebben gevestigd. Na een kilometer of 40 redelijk hoog in de bergen, veranderde het wegdek van redelijk (Roemeense begrippen) naar slecht, naar totaal weg.


Bijen met de vrachtwagen naar de bergen brengen
 

Gedurende een kleine 30 kilometer was er gewoon geen wegdek meer en bestond deze doorgaande route, waar ook vrachtwagens overheen denderen, over stukken onverharde weg met grove tot hele grove kiezel of stukken steen. De kans om hier een band kapot te rijden is niet ondenkbaar. Af en toe vraag je je af of je nog wel op de weg zit of dat je ergens alsnog een


Vrolijke gabber
 

afslag hebt gemist.

Dat blijkt dan niet het geval en ineens ligt er weer 2 kilometer perfect asfalt, die ook weer net zo spontaan ophoudt als dat ze begonnen is. Al met al een prachtige, maar vermoeiende route waarbij je geen haast moet hebben, want dat kun je absoluut vergeten.

Paard en wagen, herders met schapen en geiten en een ezel die net beviel van een kleintje, je komt er van alles tegen, een schitterend stukje natuur waar je zonder meer een aantal keren de auto voor uit moet om lekker te wandelen, of even een verfrissende duik in het ijskoude water te maken.

Aan alle fun komt een einde als je in de buurt van Petrosani komt; dan wordt het vlakker en de bossen wijken. Je kunt hier nog naar het zuiden afwijken (richting

Parcul National Retezat) Een park met glasheldere bergmeren, watervallen etc., of juist naar het Noorden richting Oradea (Hongaarse grens) waar je bij Garda de Sus de Scarisoara Cave kunt vinden. Een grot waar in de op een na grootste gletsjer van de wereld te zien zou zijn. Dit was oorspronkelijk de bedoeling, maar na het vele, vele slingeren en de 2 extra dagen die we nodig zouden hebben om met fatsoen hier te kunnen komen, en een extra dag die nodig is om de grot te bezoeken omdat een
lange wandeling nodig is, besloten we Timisoara aan te houden en daar in de buurt de Hongaarse grens weer over te gaan.

De weg naar Timisoara bleek een ramp, telkens stroken van een paar kilometer waarna weer een stoplicht om te stoppen en het verkeer uit de andere richting de kans te geven door te rijden. Nu is dat al een ramp als iedereen zich hier aan zou houden, maar met een Mercedes, Audi of Porsche type ASO kun je natuurlijk altijd doorrijden of er moet toevallig een politieauto naast je staan, dan niet.

In Timisoara op zich is niet zo heel veel te beleven, behalve als je het treft dat net die avond een grote Engelse club tegen Timisoara moet spelen. Is het centrum normaal al een chaos dan is die nu nog nét even groter, maar met werkelijk honderden politieagenten die je allemaal in dezelfde richting dirigeren


Net geboren midden in de bergen

ben je er nog snel door ook. Wij hadden niet de indruk dat men er op zat te wachten dat de Engelsen zich hier gingen misdragen en de uitdrukking op de gezichten van een aantal agenten voorspelden ook dat ze dat ook niet gingen proberen zonder een meer dan redelijke kans op klappen met de wapenstok. Wij hebben verder nergens last van gehad en een wederom een prima nacht in een simpel maar schoon en compleet hotel met perfecte service doorgebracht.
 


Richting Hongarije en Slovenië


        Ron