Azië - Thailand - Rondreis Joyce - Zuid Thailand

Zuid Thailand
Tekst: Joyce Frey
Reistijd: februari 1999

Thailand

 

 

 

 
 
Vroeg in de ochtend zaten we in ons hotel in Bangkok op onze gids te wachten, Karin en ik. We hadden het noorden van Thailand bezocht en nu zouden we naar het zuiden gaan. Voor we afgehaald werden, mekkerde ze over haar slechte kamer. Daar was ik al aan gewend. Ze had altijd een duiventil of zwijnenstal, terwijl de anderen prachtige kamers hadden. Ze vond het ook schandalig dat we zo lang moesten wachten. Het duurde een kwartier voordat de gids verscheen. Wij waren de eersten die voor deze reis opgehaald werden. Toen de laatste medereizigers opgehaald waren, stond mijn horloge op 7 uur. We hadden een groepje van Hollanders, Zwitsers en Engelsen.
 


De markt in Ratchaburi

Als eerste zouden we naar de River Kwai Bridge gaan. Het zou een lange dag worden. De Hollanders vertelden dat ze daar al geweest waren en het de reis niet waard was, omdat er aan de brug niets opwindends te zien was. Ze gingen liever naar de drijvende markt. De gids, die er als een bandiet uitzag met lidtekens in zijn gezicht, liet ons er over stemmen. Er was er maar één tegen die routewissel en dat was natuurlijk Karin. De meerderheid heeft dus gewonnen.

Zo gingen wij naar de drijvende markt in Ratchaburi. Het landschap was hier heel anders dan in het noorden. Hier groeiden palmbomen en de natuur was veel groener. Ook was het hier warmer en liet de hemel meer blauw zien. De bus stopte in Ratchaburi, waar ieder op z'n eigen houtje de plaats kon bezoeken. Ik liep langs de oever en wandelde over een bruggetje en zag de vele bootjes die volgeladen waren. De een had bananen, de ander meloenen. Ook strohoeden werden getransporteerd en vaten met olie. Het was een gezellige boel hier. Toen ons groepje zich weer verzameld had, had bijna iedereen vruchten bij zich, die ze hier goedkoop hebben kunnen kopen.

Het was middag geworden. We hadden honger. Daar deze trip niet in het programma stond moesten we in een restaurant gaan eten, dat niet op toeristen ingesteld was. De bediening had er moeite mee om alleen al de drankjes te brengen. De arme kok moest zijn best doen om wat eten te maken. Ik werk in een restaurant en zag dat hier chaos heerste. Ik stond op en haalde de drankjes en bracht die bij de mensen van ons clubje. Toen het eten klaar was, hielp ik de volle borden naar de gasten te brengen.
 
Na het eten, dat heerlijk smaakte, reden we naar Khao Wang om het paleis van de koning Mongkut te bezichtigen. Om daar te komen moesten we met een kabelbaan, die natuurlijk uit Zwitserland kwam, de berg op. Hoewel het een beetje miezerde, was het uitzicht op de bergen en de dalen schitterend.

Weer beneden aangekomen, reden we naar een grot in Khao Luang, waar we een hoop trappen af moesten om een verzameling budha's te zien. Voor de ingang wemelde het van de apen.

Toen gingen we naar het station om naar Hua Hin te rijden. De trein was net weg. Het zou bijna een uur duren, voordat de volgende trein kwam.


Khao Luang - Buddhagrot

 


Winkelstraat in Hua Hin

De gids vroeg of we niet liever met de bus verder wilden gaan. Maar wij zouden ons deze keer gewoon aan het programma houden en dus met de trein gaan. Een paar mensen gingen met de bus verder. De gids kocht kaartjes. Wij verzorgden ons zelf met een heerlijk drankje. De trein kwam en we moesten een plaats zoeken. Er zaten ook een hoop scholieren in. Ik vond een lege plaats naast een meisje. Ze deed alsof ik enorm stonk.

Gelukkig stapte de bende, na een paar haltes door een heerlijk tropisch landschap, uit. Wij konden weer bij elkaar zitten. Na een kwartier kwamen we in Hua Hin aan. De bus stond klaar om ons naar het hotel te brengen.
 
De dag er op stond er een vierhonderd kilometer lange tocht op het programma. Om ons geen stijve harken te laten worden, zouden we eerst naar een tempel gaan. Om die te zien moest je 395 treden op. Vol elan ging ik naar boven. Maar voor ik bij de honderdste was dacht ik: "de pot op". Ik heb al zoveel tempels gezien, dat ik echt niet verder steeg om weer een klein tempeltje te bekijken. Ik ging terug en wachtte op de fanatiekelingen die naar boven hijgden.

Toen iedereen weer terug was, konden we de lange rit langs eindeloze plantages met kokospalmen beginnen. Het regende onderweg, wat de reis niet echt leuk maakte.

De volgende dag begonnen we met een kijkje bij de zomer-residentie van Rama IV, een Italiaans gebouw. Het was een dag van lang zitten.


Kokosplantage


Onderweg maakten we een stop om de waterval van Huai Yang te bekijken. Tegen de avond kwamen we aan bij heetwaterbronnen. Ons hotel stond in Ranong.
 
De volgende dag begonnen we met een bezoek aan de vismarkt. Daar was niet veel te doen, omdat het zondag was.

De avond er voor hadden we onze paspoorten moeten inleveren om toegang te krijgen tot Myanmar. Die kregen we terug, we hadden toestemming maar toch waren we een beetje teleurgesteld omdat we er geen stempel in hebben gekregen.

Iedereen liep over een lange loopplank naar de boot, die ons naar Myanmar moest brengen. Toen iedereen aan boord was, sjeesde de boot over het water om aan de andere oever te komen.


De binnenhaven van Ranong


Daar lagen een paar militaire boten. Wij werden gewaarschuwd hier geen camera te laten zien. Het was hier streng verboden om foto's te maken.
 


Victoria Point in Myanmar (het vroegere Birma)

Via een andere boot kwamen we aan land. We moesten een stukje lopen om bij een busje te komen dat op ons stond te wachten. Toen iedereen ingestapt was, reden we door een straat waar een hoop verkeer doorheen ging. Allemaal oude auto's die uit elkaar dreigden te vallen en een vreselijke rookwolk achter zich lieten.

Eerst reden we naar Victoria Point. Op een heuveltje stond een soldaat in het brons. Omdat het hier geen militair gebied was, nam ik een foto van de dappere man. Dat was niet goed.

Een echte man in uniform kwam naar me toe. Hij  schreef op een klein groen papiertje een getal en drukte het in mijn hand. Dat vond ik aardig van hem, maar begreep niet wat hier de bedoeling van was.

De gids kwam en sprak met de echte man in uniform. Toen vertelde hij me dat ik gefotografeerd had. En dat grapje kostte me omgerekend 30 cent. Ik betaalde graag dat vreselijk hoge bedrag en was allang blij niet gearresteerd te worden.
 
Vanaf dit punt hadden we een mooi uitzicht op de rivier, die zich door de bergen kronkelde. Er lagen veel oude bootjes. We gingen weer naar een grote stad waar we weer een grote tempel mochten bezoeken. Blaadjes bladgoud waren tegen de muur geplakt. Rondom het hele complex zaten buddha's in kleermakerszit. Na de tempel liepen we over een markt. Na dit korte bezoekje was toch duidelijk te constateren dat de mensen hier nog erg achter liepen in de economische ontwikkeling.

We ging weer naar onze boot en voeren langs de oevers, waar oude huizen in een prachtig tropisch landschap ingebed lagen. Daarvoor lagen oude bootjes in de rivier. Dan voer de boot weer naar de andere kant, naar Thailand. Na het eten gingen de reis met de bus weer verder. Onze volgende bestemming was Krabbi.


Victoria Point


Ons hotel lag er zeer verlaten bij, direct aan zee, tussen de bergen die prachtig begroeid waren. Ze rezen steil uit de zee op. Na het ontbijt kregen we een handdoek van het hotel en reden een klein stukje met de bus, om met een boot verder te gaan.
 


Phra Nang Bay - Cave Beach

Iedereen zat in zijn badkleding met daar overheen wat spaarzame zomerkleding. Aan de oever werd gekookte maïs verkocht. Ik kocht een maïskolf, deed dan een zwemvest aan dat me in de hand werd gedrukt en at tijdens de vaartocht het heerlijke graan.

Bij een inham lag het zandstrand Cave Beach en konden we van boord gaan om te genieten in en aan het water van de Phra Nang Bay. Het was heerlijk om na de voorbije lange reisdagen eindelijk rust en badgenoegens te vinden. Het water was kristalhelder en blauw, alsof er vaten met blauwe inkt in gegooid waren. Op de rotsen groeiden bomen tussen de kale stenen. Het was een idylle op zich. Ik had genoten van de rust en het zwemmen en verheugde me er al op eindelijk klaar te zijn met reizen en van een heerlijke strandvakantie in Phuket te genieten.
 
Toen we verder moesten, hoorden we dat de golven te hoog waren geworden en we niet over de geplande route terug konden. We moesten via een andere vaarroute waar het rustiger was. Aan de oever stond onze bus al klaar.

De dag daarna was onze laatste dag. We gingen weer op stap en passeerden een rivier die uit de bergen van het Than Bok Khorani National Park kwam. Daarna voeren we met een boot de zee op. We kwamen langs het stadje Koh Panyi, dat op het water gebouwd was. De rode daken staken scherp af tegen het blauwe water. Hier leefden moslims, die van water hielden. Daar achter waren weer rotsen te zien, die begroeid waren met prachtige bomen die een leuk kleurtje over de zee toverden.


Koh Panyi - Drijvend stadje


We bezochten Phang Nga Bay, waar al een hoop andere bootjes lagen. Op het kleine eiland wemelde het van de mensen. Er stonden een paar kraampjes. Het eilandje was eigenlijk te klein voor alle mensen, die de rots wilden zien waar een scène van de James Bond film "The Man with the Golden Gun" zich afspeelde.
 


Phang Nga Bay

Karin en ik stonden voor deze rots. In de ene hand een sigaret en met de andere hand hielden we een stukje van onze shorts wat omhoog om de rest van onze blote benen te laten zien. Wij lieten ons in deze pose fotograferen. We dachten: "Als James Bond ons zo zou zien, zou hij alle bandieten van de hele wereld niet meer zo belangrijk vinden".

Dromen mag toch in een wereld die zo sprookjesachtig is?

Wij dwaalden nog wat over dat eiland en persten ons tussen de mensen door. Je zou denken dat je in Den Haag over de markt liep, waar het wemelde van de mensen. De eerste bootjes gingen al weer terug. Het werd een beetje rustiger. Ook wij gingen weer de boot op.


Later bracht de bus ons naar het eiland Phuket, waar we op andere bussen moesten overstappen. We gingen verschillende richtingen op. Nog voor de avond kwam ik in mijn hotel aan en beloofde mezelf om twee weken te gaan luilakken. Maar wie mij kent, weet dat ik niet voor lui doen geboren ben. In Phuket stonden me een hoop nieuwe belevenissen te wachten.

 

Verder naar Phuket


 
Joyce