Amerika - Venezuela - Rondreis Joyce - Gran Sabana - Orinoco Delta

Gran Sabana - Orinoco Delta
Tekst: Joyce Frey
Reistijd: februari 1996

Venezuela

 

 

 

 
 
Ons hotel had alleen maar slaapgelegenheid, dus moesten we weer heel vroeg opstaan om in de stad Guasipati te gaan ontbijten. Daarna stond ons een lange reis te wachten.
 
Omdat onze gids, een jochie die een paar woorden Duits en geen Engels sprak, ons niets kon vertellen, werd het een eindeloze rit. Terwijl het toch zo interessant had kunnen zijn. Als wij iets meer wilden weten, moest hij dat uit een prospectus halen die wij ook hadden. Dus al snel vroegen wij niets meer.

Na uren stopte de auto bij een goudmijn die we zouden bezichtigen. De chauffeur ging vragen of dat kon. Helaas, we konden er niet in. Dus zagen we alleen maar een paar gouddelvers aan het water zitten, vol bagger, maar zonder goud.

's Middags kwamen we in een indianendorp aan. Het dorp was onzichtbaar. De indianen ook. Zij waren aan het vergaderen in een school. Het enige wat hier te zien was, was een kiosk waar we koude drankjes konden kopen.


Rivier bij Chinak Meru

 


Chinak Meru Falls

Aan de rivier de Aponwoa lagen een paar uitgeholde bomen, waarmee wij moesten gaan varen. Voorzichtig stapten wij in, op deze reis kon je verwachten dat alles verkeerd ging. We kwamen zonder om te kiepen bij de waterval Chinak Meru aan. Onze jongens gingen naar beneden. Caroline en ik liepen een klein stukje en gingen lui op een groot rotsblok liggen. Daarna moesten we weer terug naar het onzichtbare indianendorp. Daar kochten de jongens een fles rum en wij, bescheiden vrouwen, een paar flessen cola.

Tegen de avond kwamen we in een kamp in de Gran Sabana aan. Het lag op 1300 meter hoogte en het was lekker fris. Zelfs koud in de nacht. De mannen en wij kregen een hutje op palen, die tegenover elkaar stonden. Ze waren klein en hadden kajuitbedden. Caroline wilde boven slapen. Ik vond het best om het onderste bed te nemen. We waren naar de washokken aan het andere eind van het kamp gegaan en toen we weer blinkend schoon bij elkaar waren, brachten we onze stoelen naar buiten. Ook de rum en de cola. We mixten een heerlijke Cuba Libre, voor we een klein gebouwtje binnen gingen waar uitstekend eten werd geserveerd.

Daarna begaven we ons weer voor de hutten om verder te pimpelen. Het was al donker toen we een beetje uitgelaten werden. Al vlug kreeg ik het gevoel dat het kerstmis was. Ik had nog niet veel gedronken. Om ons heen vlogen duizenden lichtjes. Het was geen delirium en ook geen vermoeidheid. Het waren gloeiwurmpjes, die om ons heen vlogen. We gingen niet te laat naar bed, want we waren allemaal moe.

Toen ik 's morgens wakker werd, kon ik door de spleten in de balken waarvan het hutje gebouwd was, naar buiten kijken. In de verte lagen de tafelbergen.
 
De eerste halte de volgende morgen, na lange tijd zonder informatie, was Quebrada de Jaspe. Voor een kleine waterval stroomde een beekje. De bodem leek goud te zijn en was spiegelglad.

We kregen tijd er in te gaan en hadden deze keer de badkleren onder onze spaarzame kleding aan. Wij schoten uit ons korte broekje en shirt en liepen het water in. Van duiken kon geen sprake zijn, omdat het erg ondiep was. Hans had al vlug ontdekt dat de bodem een glijbaan was en schoof in zijn mini zwembroekje over de stenen. Hij vond het zů leuk, dat hij het steeds weer herhaalde.

Toen we weer moesten gaan keek ik stiekem of zijn broekje nog heel was. Het was niet versleten.


Quebrada de Jaspe


Op de terugweg kwamen we bij een meertje waar we echt baden konden. Daarna aten we pommes en salade in een klein restaurant er naast. In de verte donderde het en de hemel was zwart. Wij verwachtten ook regen. Het waren maar enkele drupjes die op ons vielen. Voor we weer in de Gran Sabana aankwamen, maakten we nog een uitstapje naar een kleinere waterval. Daar maakte ik een misstapje...

Ik stond op een steen die wankelde. Ik viel bijna om. Bij een poging mijn evenwicht niet te verliezen schoof een steen van zijn plaats. Duizenden vliegjes, die daar hun middagdutje deden, werden in hun rust gestoord. Ze vlogen boos omhoog en vielen ons aan. Al vlug zagen we zwart van de vliegen. We sloegen wild om ons heen om die vliegen weg te jagen. Hans rende heen en weer en gilde hysterisch. Ons jochie zei dat we ons rustig moesten houden en vooral niet aan de vliegensteken moesten krabben. Langzaam aan hadden de meeste minimonsters die het overleefd hadden weer een slaapplaats gevonden.
 
Wij keken elkaar aan. Iedereen zat vol kleine drupjes bloed. Die kleine monsters hadden ons erg toegetakeld. Dat jochie zei nog eens, dat we niet mochten krabben. Hij ging naar de auto om de vliegjes die daar binnen waren gekomen, dood te slaan.

We reden verder. Caroline was al aan het krabbelen. Ik sloeg haar hand weg. Jurg deed hetzelfde bij Hans. Dan ontdekte Hans nog een vliegje op het raam en begint weer te gillen. Jurg sloeg hem kapot (het vliegje natuurlijk). Alles was weer goed.

Tegen de avond kwamen we weer in het kamp aan waar we als eerste onder de douche gingen, om het bloed van ons te wassen. We maakten er weer een gezellige avond van.
 
De volgende morgen moesten we weer de lange weg terug naar Puerto Ordaz. Maar daar gingen we aan voorbij. Volgens het programma zouden we een hotel in het oerwoud hebben. Maar wij werden afgezet bij een leuk hotel, dat heel afgelegen op het platteland lag. Wie wilde kon gaan paardrijden. Caroline, die een groot paardenfan is, kon niet wachten. De jongens gingen ook mee. Ik had geen zin en wilde lekker een uurtje lui aan het zwembad liggen. Dat is vakantie vieren. Iedereen zijn eigen weg. Ik zwom en daarna lag ik in een hangmat. Toen de anderen terug kwamen, vertelden ze hoe het  geweest was. Alleen Hans was niet zo gelukkig. Hij had pijn in de rug gekregen. We gingen naar de kamer om ons te douchen voordat we het avondeten kregen dat, zoals iedere keer, weer heerlijk was.

We spraken er over onze jongen geen fooi te geven, omdat hij het echt niet verdiend had. Maar ik was daar zeer op tegen en meende dat de jongen zo maar onvoorbereid op ons was losgelaten. Hij moest naar plaatsen gaan, waar hij zelf nog nooit eerder was geweest. Hij moest Duits spreken en dat kon hij ook niet. Ik wou de jongen zijn fooi geven en zeggen dat hij nog veel te leren had om een goede reisleider te worden. Maar ik wilde bij de reisondernemer tekeer gaan. We waren het eens geworden.

Het leek er op dat we hier de enige gasten waren. We hadden er een gezellige avond aan het zwembad van gemaakt. Omdat van het personeel niemand zin had om voor vier gasten te blijven, lieten ze de bar maar open. We konden ons zelf bedienen. Wel moesten we noteren wat we gebruikt hadden.


Angelfalls - Hoogste waterval ter wereld... helaas niet gezien


Hans ging al vroeg naar bed omdat de pijn in de rug niet meer uit te houden was. Caroline had al snel te veel gedronken en merkte niet meer dat wij er ook nog waren. Ik bracht haar naar de kamer en zat daarna nog lang met Jurg te praten. Tenslotte wilden ook wij naar bed gaan.
 


Orinoco Delta - Paalwoningen van de Warao indianen

En zoals het hoort bij goed opgevoede mensen, ruimden we de lege blikjes en ander afval op. Omdat ik er geen zin in had om een paar keer naar de vuilnisbak te lopen, stak ik in elk blikje een vinger. Bij de vuilnisbak bevrijde ik mijn vingers uit de blikjes. Een vinger zat er te diep in. Ik kreeg het blikje er niet af. Het ging echt niet. Ik kon me alleen met geweld er van losmaken.

De te verwachten gevolgen bleven niet uit. Het blikje was weg. Mijn vinger bloedde als een geslacht varken. Een diepe snee was het resultaat. Ik zei Jurg welterusten en rende naar mijn kamer en hoopte geen spoor na te laten. Ik pakte de witte handdoek van het hotel en wikkelde daar mijn vinger in. Dan ging ik op zoek naar een pleister. Die plakte ik over de snee. Maar ik bloedde zo sterk, dat het al vlug weer losliet.

Opeens kreeg ik grote angst. Niet omdat ik dood aan het bloeden was, ook niet omdat ik de witte handdoek van het hotel vervuild had. Het was de gedachte aan piranha's. Morgen zouden we piranha's gaan vangen. Van die bloeddorstige vissen, die een mens in een paar minuten konden opvreten. "Help"

's Morgens was de handdoek van mijn vinger weg. Het laken en kussen zaten onder het bloed. Ik keek naar de snee, die weer een beetje aan het bloeden was. Ik ging naar de receptie om me te verontschuldigen voor de rommel die ik gemaakt had en vroeg om een stukje verband. Mijn vinger werd keurig ingepakt.
 
Na het eten gingen we naar de oever van een zij-arm van de Orinoco rivier. We zaten hier in de Orinoco Delta. Hier konden we enige huizen van de Warao indianen zien. Ze leefden op houten balken die boven het water gebouwd waren. Maar achter een van die dingen stond een motor. Deze mensen leefden dus ook niet meer zo achter de maan.

We stapten in een boot en gingen naar een inham om die kleine monstertjes te vangen. Uit voorzorg bond ik nog wat zakdoeken om het verband. De "kapitein" van de roeiboot verdeelde takjes met een snoertje, waaraan een haak vast zat. Dan kregen we een zakje met vleesstukjes, die we aan de haak moesten doen. Voor wij zover waren, had hij de eerste piranha al aan de haak. Hij pakte het kleine visje en drukte een mes in zijn bek. Ik dacht dat hij hem zou gaan doorsnijden. Hij liet ons alleen maar horen hoe de scherpe tanden van de vis op het metaal klonken. Al vlug had ik ook zo'n beest aan m'n haak. Ik wilde hem niet te dicht bij me hebben, ondanks dat hij er zo zielig uit zag. Ik schudde net zo lang tot hij van de haak af viel.

Toen we weer in het hotel kwamen, maakten we kennis met onze nieuwe reisleidster en namen afscheid van het jochie. Ik had de eer om hem zijn fooi te mogen geven en vertelde het verhaaltje dat hij nog veel moest leren om een echte reisleider te worden.


Lekker bekkie


We trokken een paar dagen met de nieuwe reisleidster op. Ze vertelde veel. Liet ons vaak uitstappen en we hadden een betere auto. Voor we naar het vliegveld van Cumana reden, hield de auto halt bij een apotheek. Caroline en Hans moesten een zalfje hebben, die de wonden van de minivliegjes zou helen. Ik moest nieuwe pleisters hebben, omdat mijn bescheiden voorraad op was.

Vanuit Cumana vlogen we naar Isla Margarita. Daar hadden we twee leuke weken. Onze wonden heelden vlug in het zoute water van de zee. Ik was naar het reisbureau gegaan om me over de slechte reis te beklagen. Als troost kregen we een jeepsafari cadeau.

 


 
Joyce