Europa - Zwitserland - Appenzellerland - Sämtisersee

Sämtisersee
Tekst en foto's: Joyce Frey
Reistijd: juli 2008

Zwitserland - Appenzellerland

 

 

 

 
Start ZwitserlandStart AppenzellerlandAppenzellBruiloft op de SäntisSäntisSämtiserseeSeealpsee
 
Op een middag begonnen een bevriend paar en ik de klim vanaf Brülisau. Elke stap die we deden was een stap naar boven. Na een uur bereikten we bezweet en met koppen zo rood als een tomaat de eerste
etappe van de wandeling. “ Ruhsitz”
Hier konden we weer bijkomen met een drankje en een prachtig uitzicht op Appenzell en Brülisau.

De Hohe Kasten was ook duidelijk te zien en de Säntis lag tussen een wolkje verstopt.

Toen ons bloed weer rustiger voort kabbelde gingen we verder.


Zicht op Brülisau en Appenzell

Nu ging het bijna allemaal recht toe en recht aan. Waar we ook keken, overal zijn bergspitsen, weiden, koeien en eenzaam gelegen alpenhutten. Een prachtig beeld.


Alphütte

Voor het “Plattenbödeli” bereikt was, keken we neer op een kappelletje.

Omdat we nog vroeg genoeg waren maakten we op het Plattenbödeli op 1279 M nog een pauze.

Dan ging het een stuk naar beneden naar de Sämtischersee. In de verte stond de alphut waar we zouden overnachten . Over weiden tussen de koeien door ging de weg verder. Eindelijk was ons doel bereikt.

De huttewaardin en haar man verwelkomde ons erg vriendelijk. Drankjes werden buiten geserveerd. Hier wachten wij op andere vrienden die nog moesten komen, en een andere weg genomen hadden.

Ook vreemden kwamen om hier de nacht te door te brengen. Tenslotte arriveerde ook onze vrienden.

Het avondeten “Chäsmagronen” werd ook buiten geserveerd. Dat is macaroni met aardappels, kaas en gebakken uien.

Koeien stonden er naast en keken nieuwsgierig naar onze boorden, als of ze ook iets van ons eten wilden hebben.


Avondeten - "Chäsmagronen"

Later liet de Hutmoeder ons de slaapplaatsen zien. De bovenkamers lagen vol met matrassen.
Wij drie zouden op de grond boven de koeienstal slapen. Hier lagen zestien matrassen.

Wij namen de plaatsen naast het raam in beslag. Nog twee Duitsers zouden hier komen slapen.

De avond werd erg gezellig. We zongen, dronken en praten met elkaar. Maar iedereen was toch moe geworden van het wandelen,
Dus ook wij, de laatste die nog op waren gingen naar bed.

Ik was blij niet in de hut te moeten slapen. Daar waren de kamers overvol. In de nacht begon het hevig te regenen. Mijn buren snurkten en het stonk naar koeienpoep. Ik had amper kunnen slapen.

In de morgen waste ik mijn gezicht in de koude bron voor de stal. Dan gingen we naar de hut, waar de eersten al koffie hadden. Wij werden verwend met een goed ontbijt dat uit vers gebakken brood bestond. Huisgemaakte jam, boter kaas en yogurt.


Brüelbeek

Voor de middag vertrokken we weer. De weg was modderig geworden. Op het Plattenbödeli maakten we nog een pauze. Dan ging het naar beneden.

Een deel van de weg loopt langs de Brüelbeek, waar na de regen in de nacht het water met geweld de berg af donderde. Het ging nog lang verder naar beneden.

Eindelijk kwamen we weer in de bewoonde wereld.

Iedereen verlangde naar huis  om onder de douche te gaan om de stank van het buitenleven af te wassen en schone kleren aan doen.

Maar het was mooi geweest de natuur “live” te beleven


 


Joyce